Leiden, Zuid-Holland

Stadsmolen

Foto van Stadsmolen, Leiden, Frank Moerland (17-9-2017) | Database Nederlandse molens
© Frank Moerland (17-9-2017)

NederlandsEnglishFrançaisDeutschEspanõlPortuguesePусский简体中文

Stadsmolen

1856
1981
Grondzeiler
Ronde stenen molen
Poldermolen
Gooimeerlaan 3
2316 JZ Leiden
X: 94159 Y: 465301
N 52.172501 O 4.497798
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt
Toon deze molen in Google Streetview
Zuid-Holland
Leiden
Leiden
Gemeente Leiden, sectie N, nr. 2407
Molenstichting Leiden en Omstreken

De Molenstichting Leiden en Omstreken is eigenaar sinds 20 september 2016, daarvoor was dat de gemeente Leiden sinds 1959, daarvoor de Stadspolder vanaf de bouw.

Maalvaardig
2022: 85.000
2021: 95.000
2020: 95.000
2019: 140.000
2018: 160.000
2017: 75.000
eerdere tellerstanden ( ↓ ↑ )
  • 2016: 80.000
  • 2015: 70.000
  • 2014: 150.000
  • 2013: 160.000
  • 2012: 150.000
  • 2011: 120.000
  • 2010: 100.500
  • 2009: 90.000
  • 2008: 80.000
  • 2007: 165.000
  • 2005: 189.000
  • 2004: 82.781
  • 2003: 300.500
Bemalen van de vm. Slagh- of Stadspolder (resterend gedeelte), thans op vrijwillige basis

Tamelijk gering: de molen staat grotendeels ingesloten door lage industriële bebouwing en ook staan er veel bomen; een naastgelegen hoogspanningsmast werkt bovendien sterk verkleinend.

06-58927644

Op afspraak

Fietsroute in de buurt van Stadsmolen via fietsnetwerk.nl
1032
12278
 
Vaags
Groot Wesseldijk
Verbij

Stadsmolen

Constructie

Constructie

Ronde stenen molen, sterk flesvormig gemetseld

Gedekt met riet

21,00 m.
Systeem Fauël met automatische remkleppen en uitneembare steekborden op beide roeden

Van 1954 tot 1979 had de molen imitatie-fokwieken (vaak foutief 'half-verdekkerd' genoemd). Deze door A.J. Dekker bedachte 'spleetwiek' vormde een inbreuk op het octrooi van ir. P.L. Fauël en was daarom omstreden. Deze molen was de laatste die dit systeem nog had (zij het dat dit door het langdurige verval vrijwel was verdwenen).
Bij de grote restauratie van 1979/81 kreeg de molen Oud-Hollands (al waren eigenlijk fokwieken voorzien).
In 2013 is alsnog het systeem Fauël (fokwieken) met automatische remkleppen en uitneembare steekborden op beide roeden aangebracht.

Roeden etc.

Kantel uw mobiel om de tabellen helemaal te zien

Kruiwerk etc.

41 houten rollen; kruihaspel
Losse Vlaamse blokvang uit vier stukken; vangbalk met haak; vangstok; kneppel

IJzeren scheprad, Ø 4,93 m.; breed 0,30 m. in de molen.

Bovenwiel 50 kammen
Bovenschijfloop 24 staven, steek 13,5 cm.
Onderschijfloop 17 staven
Onderwiel 68 kammen, steek 14,7 cm.
Overbrengingsverhouding 1,92 : 1

Eenvoudige baard, donkergroen geverfd, met uitgehakt en in rood uitgevoerd het jaartal '1856' en enige kleine versieringen.

P. Kapteijn den Bouwmeester (1856)
Fa. Verbij, Hoogmade / Fa. Hegeman, Ter Aar (1979/81)

Stadsmolen

Verwijzingen

Stadsmolen

Geschiedenis

Geschiedenis

De Slagh- of Groote en Kleine Stadspolder bestond als waterschap al vóór 1641 en werd op 1 mei 1970 wegens ontpoldering opgeheven.

De huidige molen heeft diverse voorgangers gehad; de laatste was een in 1804 gebouwde houten molen, die in 1856 alweer moest worden afgebroken omdat deze sterk was verzakt. Zodoende verrees in 1856 aan de Slaaghsloot een nieuwe molen, en wel een rond stenen exemplaar met een zeer opmerkelijke flesvormig gemetselde romp.

De polder werd tot 1963 uitsluitend op windkracht bemalen; in dat jaar werd naast de molen een elektrisch aangedreven pomp geplaatst, maar de molen bleef in gebruik.
In 1967 volgde definitieve stilzetting; deels vanwege de inmiddels begonnen ontpoldering, maar vooral omdat de staat van onderhoud, met name van de stenen romp, snel achteruit ging.

Plannen voor restauratie werden in de jaren '70 gemaakt. Deze waren hard nodig want de molen was onderhand niet meer dan een bouwval.
In 1979 werd begonnen: men streek de roeden en zette de kap naast de molen neer. Bij nader onderzoek bleek vervolgens dat de stenen romp op drie plaatsen over de gehele lengte gebroken was en niet meer kon worden hersteld: restauratie zou daarom vrijwel uitdraaien op herbouw.

In de loop van 1980 werd de molen geheel afgebroken en vervolgens weer opgemetseld door de fa. Hegeman uit Ter Aar; de fa. Verbij uit Hoogmade deed het molenmakerswerk. Op Nationale Molendag 1981 was de molen voorlopig draaivaardig en als zodanig te bezoeken. Later in dat jaar heeft men dit zeer grote project voltooid.
Van de oude molen resteren voeghouten, bovenas, bovenwiel en -schijf, koningspil, onderschijf, wateras en sintelstukken van het scheprad. Van het oorspronkelijke metselwerk bleven alleen de waterlopen en de kamermuur over. Het onderwiel werd in tweede instantie alsnog afgekeurd en vervangen. Het woongedeelte is bij de herbouw niet meer hersteld (al werd de schoorsteen nog keurig gereconstrueerd).

Van de oorspronkelijke Grote en Kleine Stadspolder resteert thans nog ca. 50 ha. bemaalbaar gebied. De Stork centrifugaalpomp, in 1963 geplaatst als hulpgemaal voor de destijds nog ca. 350 ha. grote polder, werd later hoofdbemaling en is in 2000 omgebouwd van handbediend naar automatisch. De molen kan zo nodig de polder eveneens bemalen.

In mei 2013 is het wiekenkruis opnieuw opgehekt en voorzien van fokwieken met regelborden en uitneembare steekborden. Dat was bij de herbouw van 1980/81 al de bedoeling geweest, maar toen werd het toch Oud-Hollands. Door de nog steeds verslechterende molenomgeving was het inmiddels bijna niet meer mogelijk om het scheprad mee te kunnen laten draaien en daarom koos men vele jaren later alsnog voor fokken. Ook is de kleurstelling gewijzigd en min of meer teruggebracht naar de toestand van 1950, toen de molen bedrijfsvaardig was met de imitatie-fokwieken. Dus zijn ook de witte 'sokken' weer teruggebracht op de roeden, wat de Stadsmolen weer een nieuw/oud aanzien geeft.

In het late najaar van 2019 begon de molenmaker met vernieuwing van de fokken (in een houtsoort die wat duurzamer moet zijn); in een latere fase kreeg de kap een geheel nieuw rietdek. Dit werk werd in januari 2020 opgeleverd. Kort daarna begon de volgende klus: herstel van het metselwerk. Dat was enige maanden later gereed.

Daarna was het aan het Hoogheemraadschap van Rijnland om een belangrijke waterstaatkundige ingreep te doen: een geheel nieuw gemaal, tussen weg en molen gelegen. De centrifugaalpomp werd na gereedkomen van het gemaal verwijderd en ter plaatse realiseerde men een constructie waardoor er voldoende water kan worden ingelaten. Zo zal de Stadsmolen naar keuze op de boezem of in circuit kunnen malen. Opmerkelijk hierbij: de gehele bemaling, al tientallen jaren onder beheer van de gemeente, valt thans weer onder het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Molenaars van deze molen:
Abraham Kroon (1850 - 1858, maalde dus ook op de voorganger)
Henrik Hunterman (1859 - 1898)
P. van der Pouw Kraan (1898 - 1904)
B. van der Pouw Kraan (1904)
M. van der Pouw Kraan (1905 - 1913)
Willem van den Berg (1913 - 1920)
Boudewijn Merbis (1920 - 1945)
Henk Merbis (1945 - 1947)
Jan van der Pouw Kraan (1947 - 1967; daarna vanaf 1981 tot 2003 op vrijwillige basis).


Stadsmolen

Aanvullingen

Aanvullingen

De stenen romp vertoont een merkwaardige 'flesvorm'. Bij geen enkele molen in Nederland was dat zo duidelijk aanwezig als hier, tot 2010: toen werd de stenen romp van boezemmolen Nr. 6 te Haastrecht na bijna 100 jaar onttakeling gecompleteerd. Die (veel grotere) molen heeft eveneens in sterke mate die bijzondere vorm.

De Slaaghsloot, waarop de molen uitmaalt, wordt vanouds "Stinksloot" genoemd. Al in 1835 wordt in Leidse kranten deze naam gebruikt. Vooral later werd die naam niet zozeer bekend als wel berucht: allereerst vanwege het rioolgemaal dat hier stond (allang vervangen door een zuiveringsinstallatie), maar ook omdat hier de dode dieren uit de stad werden begraven. Die werden in een groot gat gedumpt waarover ongebluste kalk werd gegooid en het kon hier soms ondraaglijk stinken: het kwam voor dat men de kalk was vergeten en molenaar Merbis aarde op de ontbindende massa moest scheppen om de stank te remmen. De kleine molenaarswoning is anno 1936 dan ook gebouwd omdat Merbis min of meer de molen uitstonk! (Merbis had ook een woning in Leiden zelf, op de Maresingel).

Deze molen is vernoemd naar de (nu grotendeels verdwenen) Grote en Kleine Stadspolder, waarvan hij een restant nog kan bemalen.

F. Grims, Ontstaan en geschiedenis van de poldermolens in Leiderdorp (Leiderdorp 2009), pp. 187 - 204.

Stadsmolen

Historische foto's

Historische foto's

Kijk op allemolens.nl voor historische foto’s en documenten van deze molen.
Vaags
Groot Wesseldijk
Verbij

Stadsmolen

Actuele foto's

Stadsmolen, Leiden, Piet Glasbergen (16-01-2020) | Database Nederlandse molens
© Piet Glasbergen (16-01-2020)
Stadsmolen, Leiden, Frank Moerland (17-9-2017) | Database Nederlandse molens
© Frank Moerland (17-9-2017)
Stadsmolen, Leiden, Piet Glasbergen (16-01-2020) | Database Nederlandse molens
© Piet Glasbergen (16-01-2020)
Stadsmolen, Leiden, Julius de Keuning (9-1-2021) | Database Nederlandse molens
© Julius de Keuning (9-1-2021)
Stadsmolen, Leiden, Piet Glasbergen (16-01-2020) | Database Nederlandse molens
© Piet Glasbergen (16-01-2020)
Stadsmolen, Leiden, Piet Glasbergen (16-01-2020) | Database Nederlandse molens
© Piet Glasbergen (16-01-2020)
Stadsmolen, Leiden, Frank Moerland (17-9-2017) | Database Nederlandse molens
© Frank Moerland (17-9-2017)
Stadsmolen, Leiden, Toby de Kok (16-9-2007) | Database Nederlandse molens
© Toby de Kok (16-9-2007)
Stadsmolen, Leiden, Philip Pijnnaken (8-6-2013) | Database Nederlandse molens
© Philip Pijnnaken (8-6-2013)
Stadsmolen, Leiden, Frank Moerland (17-9-2017) | Database Nederlandse molens
© Frank Moerland (17-9-2017)
 

Draag zelf bij

    Tekst  
Stuur ons uw teksten over deze molen
  |   Stuur ons uw teksten over de motor in deze molen (indien van toepassing)
Vanwege migratie van de server is het even niet mogelijk om teksten in te sturen.
   
    Foto's  
Stuur uw foto's van deze molen (ook eventuele motor)
Vanwege migratie van de server is het even niet mogelijk om foto's in te sturen.