Molen De Keulse Kraan / Ceulse Craan, Utrecht

Utrecht, Utrecht
v

korte karakteristiek

naam
De Keulse Kraan / Ceulse Craan
modeltype
kraan
functie
hijsmechanisme
bouwjaar
verdwenen
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt  
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt
Ten Bruggencate-nr.
17979
oude dbnr.
Meest recente aanpassing
| Nieuw opgenomen molen
media-bestand
Molen 17979 De Keulse Kraan / Ceulse Craan (Utrecht)

uitsnede van onderstaande afbeelding

locatie

plaats
Utrecht
plaatsaanduiding
Weerdsingel / Nieuwekade t/o het Bolwerk
gemeente
Utrecht, Utrecht
streek
Vechtstreek
geo positie
X: 136296, Y: 456565
N: 52.09702, O: 5.11424
(coördinaten zijn bij benadering)

constructie

modeltype
kraan
krachtbron
spierkracht
functie
afbeelding van onze ondersteuners

geschiedenis

toestand
bouwjaar
of eerder
verdwenen
geschiedenis

Een artikel over de geschiedenis van de stadskranen, door Kees Smit, oud-medewerker Het Utrechts Archief, in Tijdschrift Oud-Utrecht 2002

Ooit stonden er in de havenstad Utrecht twee grote en meerdere kleine kranen voor het laden en lossen van goederen. De bekendste waren de Stadskraan voor de huidige Winkel van Sinkel en de Keulse Kraan aan de Nieuwekade. In de loop der eeuwen ondergingen de kranen vele gedaanteverwisselingen totdat ze, vrij roemloos, sneuvelden toen het havengebied steeds verder westwaarts opschoof.

In de middeleeuwen was Utrecht nog een haven van betekenis. De stad lag aan de Rijn, al was het via de Vaartse Rijn en de Lek, en stond in verbinding met het Europese achterland. Bij een middeleeuwse haven hoorde een stadskraan om goederen te lossen en te laden.

De eerste vermelding van de Utrechtse kraan dateert van 1402. De waag, die altijd nauw verbonden was met de kraan, werd al in 1367 genoemd. Tot halverwege de 19e eeuw stonden de waag en de kraan, het centrum van de Utrechtse haven dus, bij het huis Keyserryk, dat nog steeds het hoekhuis van het stadhuiscomplex vormt.

In 1840 verhuisden kraan en waag naar een nieuw aangelegd havengebied aan de Nieuwekade. Daar liep de Keulsevaart die de Vecht verbond met de Catharijnesingel. De vaart vormde de verbeterde verbinding tussen Amsterdam en de Rijn, om de binnenstad heen. Die route maakte in 1892 plaats voor het Merwedekanaal, ook weer om de stad heen. En sinds 1952 ligt die verbinding, door het Amsterdam-Rijnkanaal, nog verder van het centrum. Door de bouw van Leidsche Rijn is de waterverbinding alweer ingehaald door de stad.

In de buurt van de Weerdsluis heeft ook altijd een kraan gestaan. Op een 16e eeuwse tekening is de kraan te zien aan de overkant van het water. Het is de prachtig getekende volgelvluchtkaart van de Antwerpenaar Anthonie van den Wijngaerde, uit circa 1558 en bewaard in het Ashmolean Museum in Oxford. Op andere oude kaarten uit die tijd zien we wel de bekende kraan bij het stadhuis, maar niet die tegenover het bolwerk Sterrenburg. Noch de kaart van Braun en Hogenberg (circa 1572), noch die van Joan Blaeu uit 1649 laten die kraan zien. Pas op de gedetailleerde kaart die Jan van Vianen tekende, in 1695 uitgegeven door C. Specht in Utrecht, zijn beide kranen duidelijk afgebeeld. Net als op de kaart van 1558 is de kraan aan de noordkant van de weerdsingel te zien recht tegenover het bolwerk. De kranen zien er allebei hetzelfde uit, als ronde torens met een spits dak en een arm die schuin boven het water uitsteekt. 

 

 

nog waarneembaar

De Kraansteeg is de steeg die uitkwam op deze kraanmolen

aanvullingen

wetenswaardigheden

Deze eerste kraan werd  met de hand in beweging gebracht, door middel van de spaken.