Molen De Pannehoef, Dordrecht

Dordrecht, Zuid-Holland
v

korte karakteristiek

naam
De Pannehoef
modeltype
getijdenmolen
functie
volmolen, korenmolen
bouwjaar
verdwenen
toestand
verdwenen
beek
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt  
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt
Ten Bruggencate-nr.
12085
oude dbnr.
V5526
Meest recente aanpassing
| Conversie

locatie

plaats
Dordrecht
plaatsaanduiding
zuidzijde Noordendijk, oostzijde Groenedijk
beek
gemeente
Dordrecht, Zuid-Holland
streek
Eiland van Dordrecht
geo positie
X: 106273, Y: 425174
N: 51.81306, O: 4.68058

constructie

modeltype
getijdenmolen
krachtbron
water
functie
gangwerk
wateras
rad
rad diameter
afbeelding van onze ondersteuners

geschiedenis

toestand
verdwenen
bouwjaar
getijdenmolen, 1621 windmolen, rosmolen ?
verdwenen
1622 getijdenmolen buiten gebruik, voor 1673 windmolen, rosmolen ?
geschiedenis
Onderstaande informatie is afkomstig uit Draaiende wieken, stappende paarden - Molens op het Eiland van Dordrecht, C.J.P. Grol en J. Zondervan-Van Heck, jaarboek 2008 Historische Vereniging Oud-Dordrecht,

In een akte van 23 februari 1615 wordt vermeld dat Goris Jacobszn., Johan de Loutre, Joris Houbraecken en Dirck Hoeufft gezamenlijk een water-, koren- en volmolen hebben gebouwd en dat zij ook ten behoeve van die molen verscheidene percelen land in erfpacht hebben genomen. De verdeling van het eigendom van de getijdenmolen en de rechten van de pachten zijn als volgt Goris Jacobszn. ⅓, Johan de Loutre ⅓, Joris Houbraecken 1/6 en Dirck Hoeufft 1/6.

Het rad van de getijdenmolen werd door het getij aangedreven. Bij vloed/hoogwater werd het water ingelaten in een boezem, bij eb/laag water stroomde het water langs een waterrad terug in de rivier.

De geschiedenis van deze molen is voor een deel een verhaal van ergernissen en processen. Er waren voortdurend problemen over het gebruik van de boezems van de getijdenmolen en van de poldermolen van de Merwedepolder of Noordpolder (Tenbruggencatenummer 17343).

In 1616 kregen de eigenaren van de getijdenvolmolen toestemming van het polderbestuur om een nieuwe houten uitwateringssluis te bouwen om de bestaande stenen sluis te vervangen. Door de slappe ondergrond was de stenen sluis verzakt, waardoor deze niet goed kon functioneren. Nadat de sluis was vervangen, kon de molenaar van de poldermolen het water uit de polderboezem echter niet of slecht kwijt in de boezem van de getijdenmolen. Dit had een negatief gevolg voor de waterstand in de polder. Langdurige processen volgden. In 1622 deed de Hoge Raad uitspraak. Bepaald werd dat de boezem van de getijdenmolen niet meer gebruikt mocht worden door de eigenaren van die molen. De oude sluis, dat is de houten sluis, moest worden opgeruimd en een nieuwe plaats voor het leggen van een nieuwe sluis zou door arbiters worden aangewezen.

Op 15 juni 1618 verkocht Goris Jacobszn. zijn deel in de molen aan Johan de Loutre. In het proces van het lakenvollen werd onder andere gebruik gemaakt van volaarde. Deze volaarde ging mee in de volkuip waarin de lakense stof werd gestampt tot het verviltte. Als in die aarde steentjes zaten veroorzaakte dat gaten in het laken. In 1618 ging het goed mis met een partij volaarde en er was aanzienlijke schade. Zo’n voorval was slecht voor de goede naam van de molen.

Begin 1620 wendden de eigenaren van de molen zich tot het stadsbestuur met de klacht dat zij door het polderbestuur en de ingelanden van de Noord- of Merwedepolder in hoge mate werden dwarsgezeten, aangezien deze op onbehoorlijke wijze procedures tegen hen hadden ingesteld ten overstaan van de gezagsdragers van de stad Dordrecht. Zij konden overeenkomsten met de drapeniers niet nakomen, hetgeen hun veel schade opleverde. Opdat de meeste schade met de minste zou mogen worden gekeerd hadden de eigenaren bedacht om op hun eigen grond een windvolmolen te bouwen, zodat zij de genoemde drapeniers des te beter zouden kunnen helpen en gerieven. En aangezien zij dit niet zouden, wilden doen zonder goedkeuring van het stadsbestuur, dit ook met betrekking tot de wind die zij nodig zouden hebben om het werk te kunnen gaan doen, vroegen zij eerbiedig om toestemming.

Anderhalf jaar later, op 15 september 1621, besluiten de resterende drie eigenaren de getijdenvolmolen, de windvolmolen en een rosvolmolen te verhuren aan de heer Cornelis Huybrechts, drapenier en burger van Dordrecht. De huur wordt aangegaan voor vijf jaren voor de som van f 2.000 per jaar.

In november 1621 was het opnieuw mis in de verhouding tussen de huurder van de getijdenmolen enerzijds en de molenaar van de poldermolen en de sluiswachter van de uit- en inwateringssluis anderzijds. De sluiswachter had verzuimd de sluis open te zetten, waardoor de getijdenmolen geen water meer kreeg en gestopt was met werken. De volmolen had hierdoor drie gehele watergetijden gemist en er was forse productieschade opgelopen.

Joris Houbraecken en Dirck Hoeufft verkochten op 15 februari 1623 ieder hun 1/6 deel in de getijdenmolen, windvolmolen en rosvolmolen het recht van pacht van alle bijbehorende grond en verder alles wat met de molens te maken had aan Johan de Loutre. Beide comparanten verklaarden betaald te zijn door de koper.

Op twee mei 1628 verzocht Johan de Loutre het stadsbestuur goedkeuring om aan zijn volmolen (waarschijnlijk de windvolmolen, maar dit kan net zo goed de rosmolen betreffen, Red.) een spoeling te mogen bouwen. Uit niets is gebleken dat met deze getijdenmolen ooit koren is gemalen. Ook hebben Grol en Zondervan-Van Heck geen akte, request of resolutie gevonden waaruit blijkt wanneer deze getijdenmolen is gestopt met de aandrijving door waterkracht of gesloopt is. Het lijkt hen waarschijnlijk dat kort na het vonnis van de Hoge Raad in 1622, de getijdenmolen buiten werking is gesteld.

-----

Op een kaart van J. Symonsz uit 1617 van de nieuw ingedijkte Merwedepolder is het probleem duidelijk te zien (detail zie onder). De getijdenmolen (het gebouw links, bij het wiel in de Groenedijk) heeft een grote boezem die tweemaal daags vol- en leegliep via een sluis in de hoek van de Noordendijk en de Groenedijk (linksboven). De poldermolen van de Noord- of Merwedepolder (de wipmolen, Tenbruggencatenummer 17343) loost het water in eerste instantie in een kleinere boezem. Via een sluisje tussen beide boezems kon bij laagwater het uitgemaalde polderwater worden geloosd in de boezem van de getijdenmolen. Bij hoogwater (twee maal daags) wordt dat sluisje gesloten. Uit bovenstaande processen kan geconcludeerd worden dat de overwegend hoge waterstand in de boezem van de getijdenmolen een goede en voldoende afvoer (onder vrij verval) van het water in de polderboezem belemmerde.

Op een kaart van Mattheus van Nispen uit 1673 (detail zie onder) is een nieuwe situatie te herkennen: het gebouw van de getijdenmolen lijkt nog te bestaan (rechtsonder, bij het wiel in de Groenedijk), maar de sluis is verdwenen. Het is goed mogelijk dat het gebouw nog in gebruik was als paardenvolmolen. Verder is de poldermolen van de Merwedepolder verplaatst (het lijkt onwaarschijnlijk dat het een nieuwe molen betreft) naar het oosten naar het begin van een sterk vergrote boezem en is een sluis op een nieuwe plaats in de Noordendijk gemaakt, ongeveer ter hoogte van de huidige Oranjelaan. Op de plaats van de oude sluis is buitendijks nog een waterinham te zien.

De huurovereenkomst uit 1621 suggereert dat de windvolmolen daadwerkelijk gebouwd is. Op de kaart van Van Nispen uit 1673 komt de molen echter niet voor. Eerder kaartmateriaal, maar wel van na 1621, is niet bekend. Het is dus niet zeker waar de windmolen stond. Hun 'eigen grond' (feitelijk gepacht) omvatte tenminste het hele gebied tussen de Groenedijk, Noordendijk, Reeweg en de huidige Oranjelaan. Er is echter wel de mogelijkheid dat de windvolmolen verplaatst is naar de positie van Het Varken, Tenbruggencatenummer 12089. Op zich lijkt dat een in 1644 nieuw gestichte molen. Er zijn echter twee bijzondere omstandigheden: de eigenaar krijgt vrijstelling van het betalen van windgeld en hij krijgt f 600 subsidie om de grond bouwrijp te maken. Daarmee lijkt er een zwaarwegend belang voor de stad om de molen hier te laten bouwen, mogelijk omdat de stad de windmolen van de Pannehoef verplaatst wilde hebben. Misschien werd voor de stadsgronden waar de molen opstond geen erfpacht meer betaald. Enig bewijs hiervoor ontbreekt vooralsnog.

aanvullingen

trivia
De coördinaten zijn geschat ingevoerd.