Molen Baalsbruggermolen, Kerkrade

Kerkrade, Limburg
b

korte karakteristiek

naam
Baalsbruggermolen
modeltype
Watermolen
functie
korenmolen
bouwjaar
herbouwd
1916
bedrijfsvaardigheid
Maalvaardig. Voorlopig op een motor.
bestemming
Het malen van graan, op vrijwillige basis
adres
Baalsbruggerweg 28
6464 EL Kerkrade
beek
Worm
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt  
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt
Ten Bruggencate-nr.
11034
oude dbnr.
B430
Meest recente aanpassing
media-bestand
Molen 11034 Baalsbruggermolen (Kerkrade)
Marcel van Nies (10-9-2017)
Het turbinehuis is enkele jaren geleden afgebroken. De turbine ligt nog in het water. Er zijn plannen om weer een waterrad te plaatsen.

locatie

plaats
Kerkrade
beek
Worm
gemeente
Kerkrade, Limburg
kadastrale aanduiding
Gemeente Kerkrade, sectie P, nr. 647
geo positie
X: 204208, Y: 321162
N: 50.87815, O: 6.08635
biotoopwaarde
landschappelijke waarde
Groot

contact en bezoek

bezoek/postadres
Baalsbruggerweg 28
6464 EL Kerkrade
molenaar
Koen van der Maat / Brord van der Maat / Nils Bogman
telefoon
045-546 5632 of 06-5129 9954
e-mail

website
open voor publiek
nee
gericht op scholen
nee
bijzonderheden
fietsroute
fietsroute in de buurt van Baalsbruggermolen via fietsnetwerk.nl

constructie

modeltype
Watermolen
krachtbron
water
kenmerken
functie
inrichting

Maalwerk nog aanwezig

versieringen

Op de gevel is in gestyleerde muurankers het jaartal '1743' aangebracht

gangwerk
riemaandrijving
wateras
rad
Francis horizontaal
rad diameter
-
afbeelding van onze ondersteuners

geschiedenis

toestand
werkend
bouwjaar
bedrijfsvaardigheid
Maalvaardig. Voorlopig op een motor.
bestemming
Het malen van graan, op vrijwillige basis
omwentelingen
geschiedenis

Aan de voet van de heuvel waarop de befaamde abdij Rolduc staat, lag op de grensrivier de Worm een watermolen, die met de omringende oude hoeven een pittoresk buurtschapje vormde. Tot de Franse Tijd was de molen eigendom van de abdij, die in 1104 werd gesticht. Ook de banmolen van de heerlijkheid Herzogenrath was in het bezit van de abdij. Op 31 augustus 1796 werden alle kloosters door de Fransen opgeheven en hun eigendommen tot staatsbezit verklaard en verkocht.
Ook Rolduc trof dit lot. Een aantal kanunniken kocht de kloostergebouwen, de hoeven en de Baalsbrugger molen en besloten deze goederen in onverdeelde eigendom tot betere tijden te bewaren. Deze tijden braken vooralsnog niet aan en op 11 mei 1804 werd de watermolen aan de Akense naaldenfabrikant Etienne Beissel verkocht.

Na het Weens Congres (1815) werden Rolduc en Kerkrade bij de Nederlandse staat gevoegd. Herzogenrath en een deel van de gemeente Kerkrade werden echter bij Pruisen ingelijfd, omdat de commissie, die de nieuwe grenzen vaststelde, bij Tegelen in Noord-Limburg, dat Nederlands moest worden, een fout had gemaakt.
Na Etienne kwam Heinrich Beissel in het bezit van de molen en het huis, vervolgens werd koopman Adam Hinzen uit Aken in 1854 eigenaar. Pachter was Caspar Rocks.

De Baalsbruggermolen, plaatselijk ‘Bolsbrueckermolen’ genoemd, bestond uit een monumentaal bakstenen gebouw met een pannen-zadeldak, waarvan de onderbouw en delen van de gevel in Nievelsteiner-zandsteen zijn uitgevoerd. Volgens het ankerjaartal dateert het gebouw uit 1743. In de tijd van Hinzen was het een koren- en oliemolen met drie houten waterraderen. Een waterrad dreef één koppel roggestenen aan en het tweede rad de tarwestenen. De maalinrichtingen hadden enkelvoudige gangwerken, waarbij het aswiel direct het rondsel van de steenspil aandreef. In 1854 had het onderslagrad van de roggemolen een middellijn van 5,50 m. en een breedte van 0,76 m.; het rad van de tarwemolen had dezelfde middellijn, de breedte bedroeg echter 0,51 m.; het rad van de oliemolen had een middellijn van 6,40 m. en een breedte van slechts 0,39 m. De hoogte van de schoepen bedroeg respectievelijk 0,34; 0,32 en 0,31 m. Het waterrad van de roggemolen hing vooraan langs de gevel; de raderen van de tarwe- en oliemolen hingen achter elkaar. Zij kregen het water door een apart kanaal, dat langs de ark van de roggemolen liep, toegevoerd. De waterraderen van de tarwe- en de oliemolen draaiden in bedrijf tegelijkertijd.
Wilde de molenaar voor één van de twee raderen meer vermogen hebben, dan moest het andere waterrad vrij kunnen draaien. Dit gebeurde door uit de aangedreven schijfloop van het vrij draaiende waterrad een paar staven uit te nemen.
Naast de twee maalsluizen bevonden zich twee lossluizen in het gebint, dat dwars in de Worm stond. Kort na de jaren vijftig in de 19e eeuw werden de vervallen waterraderen van de tarwe- en de oliemolen afgebroken. Waarschijnlijk gebeurde dit in 1867, toen een deel van de molen een andere bestemming kreeg.
Adam Hinzen verkocht de molen in 1866 aan Frans Wackers, die toen als meelfabrikant op de Baalsbruggermolen werd ingeschreven. Diens broer Antoon Wackers was meelfabrikant op de watermolen van Herzogenrath. Mede-eigenaar was Caspar Rocks. Wackers had er een goed gemaal en heeft zelfs enige tijd tarwemeel naar het toenmalige Nederlands Oost-Indië geëxporteerd.
In 1894 liet hij het uit 1884 stammende waterrad met de as vervangen door een rad met een middellijn van 5,00 m. en een breedte van 1,19 m., waarbij het water achter de maalsluis door een toelopende koker op de schoepen stroomde.

Onder druk van de lasten, die op de gebouwen rustten, verwisselde de molen op het einde van de 19e eeuw enkele malen van eigenaar. Op 24 juli 1894 werd de molen openbaar verkocht. De verkoop vond plaats op verzoek van de Gebr. Salomon en Meyer Salm, respectievelijk koopman in Maastricht en Sittard., dit alles ten laste van molenaar Caspar Rocks te Kerkrade en Frans Antoon Wackers te Xanten (D.), die borg stond.
De koopman Christiaan Bernardus Schneider uit Amsterdam deed het hoogste bod en werd voor ƒ 6400,-- eigenaar. Schneider bleef eveneens in gebreke de hypotheeklasten te voldoen, waarna op 23 maart 1896 opnieuw een openbare verkoop volgde. De molen met aanhorigheden werd daarbij voor ƒ 4100,-- toegewezen aan Frans Sanders, molenaar in Oirsbeek.
Sanders verkocht de molen met aanhorigheden alweer op 2 december 1897 aan Gerard Hoenen, molenaar op de KöpkensmoIen in Heerlen, voor ƒ 3500,--: in drie jaar was de prijs met 45% gedaald. Hoenen stierf in 1911.

In 1916 werd het waterrad tijdens grote wateroverlast vernield. Op 21 september van dat jaar kreeg Eugene Hoenen te Roermond van het provinciaal bestuur toestemming voor de plaatsing van een turbine. De Francisturbine werd met het gangwerk geleverd en opgesteld door de firma Atorf en Propfe uit Paderborn (D.). Op de plaats waar eerst het rad hing, werd een turbinekamer met lessenaarsdak gebouwd, van waaruit door middel van riemen de spillen van twee koppels 17der maalstenen op een hoge houten maalstoel werden aangedreven. In de jaren dertig werd een koppel van een elektrische aandrijving voorzien.
Na boedelscheiding verkochten de erven Hoenen de molen met huis, schuur en stal aan Hubert Hamers, houthandelaar en koopman in Spekholzerheide.
Toen hij stierf liet hij een vrouw en twee minderjarige kinderen na. Opvolger werd Hubert Joseph Hamers. Diens erfgenamen verkochten de molen met aanhorigheden in 1951 aan de pachter Mathieu Huynen. Hij was de laatste molenaar op Baalsbruggen, die regelmatig met waterkracht heeft gemalen. Na zijn overlijden zette zijn weduwe met de kinderen het bedrijf nog voort. Inmiddels bestond dat voornamelijk uit handel in veevoer en kunstmest.

In 1974 verkochten de erven Huynen de waterrechten en is de Worm ter plaatse gekanaliseerd. Door dit laatste is bij de Baalsbruggermolen veel moois verloren gegaan en niet alleen daar: een zuiveringsinstallatie en een gigantische glasfabriek oostelijk daarvan - beide net over de grens, dus op Duits grondgebied - vormen een dissonant in het uitzicht, dat men vanaf de molen op de omgeving heeft.

Inmiddels is het turbinehuis afgebroken en overweegt men om hier opnieuw een waterrad aan te brengen (2017). Ook is het maalwerk al deels hersteld en kan worden aangedreven, zij het vooralsnog met een elektromotor.


foto's

foto's