- bouwjaar
- verdwenen
-
verbrand
- molenaars
- geschiedenis
-
In 1762 kwamen de molenaar en de Heer van Schiermonnikoog tot een vergelijk. Johan Willem Stachouwer en de erven Mellema zouden gezamenlijk eigenaar worden van een door de Heer te bouwen molen aan de noordzijde van het eiland. Mellema zou daarop een molenaar onderhouden" die in rustige tijden als knecht voor de Stachouwers werkzaam zou zijn.
Waarschijnlijk is Jacobus Teunis Mellema de laatste molenaar van die naam op Schiermonnikoog geweest. In de 19e eeuw is er ook geen sprake meer van een gedeelde eigendom van de molen, want in de oudste kadastrale leggers wordt steeds de Heer van het eiland als eigenaar van de molen vermeld.04-07-1761: Leeuwarder courant
Waarschuwing voor de schippers, alzo op het Eiland Schiermonnikoog een agtkante Rogmolen op het nieuwe Dorp is gezet, vertonende zig ten Noorden uit Zee te zien, omtrent midden van het Dorp z///t hoog, word by dezen ten dienste der Zeevaart aan een ieder bekent gemaakt om zig daar na te kunnen zelf reguleeren
05-04-1844: Leeuwarder courant
Uit de hand te koop:
Een te Schiermonnikoog staande beklante Bakkerij met deszelfs Toe- en aanbehooren, alsmede een aldaar staande goed onderhouden Rogge- en tevens pelmolen om te aanvaarden op Mei dezes jaars. Te bevragen bij de eigenaresse de Weduwe M. Kruizinga, te Schiermonnikoog
05-02-1847: Leeuwarder courant
De Notaris A. L. LAND, te Schiermonnik-oog, zal, op Dingsdag den 9 Februarij 1847, in den namiddag, ten huize van M. Feninga, te Schiermonnik-oog, nader veilen (zoo het daags te voren, vaarbaar weer is, wanneer te Oostmahorn gelegenheid zal zijn ter overvaart): De ruime WOONHUIZING, de KOREN- en PELMOLEN, VEE-STALLING en BERGPLAATS, van de Weduwe en Erven Kruizinga, te Schiermonnikoog, provisioneel geveild op den 29 December 1846; sinds jaren een volkomen bestaan opgeleverd hebbende, en waarop geboden in het geheel slechts f 1720. Bij Billetten omschreven.
Als molenaar treffen wij vóór 1843 aan Seüs Martens Kruisinga, zoon van de uit Watsing in Groningerland afkomstige meester bakker Marten Seüs Kruisinga. In 1843 kwam de molenaarsplaats vacant door het overlijden van Kruisinga en Marten Tjebbes Smids, tot dan toe knecht op de molen van de Turkstra's in Anjum, volgde hem op. Zijn dochter Liesbeth trouwde in 1871 met Doeke Hendriks Turkstra, zodat de relatie met Anjum in stand bleef. Smids heeft nogal wat tegenslag te verwerken gehad. Kort voor zijn komst naar het eiland verloor hij zijn echtgenote Tetje Jans Sijtsma door de dood. Hij hertrouwde op Schiermonnikoog met Martha Remts Feijes.
In 1858 moest hij het beleven, dat de molen door het warm lopen van de vang in brand raakte. De bewoners van het eiland werden op een koude februarimorgen van dat jaar 's morgens om half vier door de bel van omroeper Jan de Boer uit hun slaap opgeschrikt om te horen dat de molen in brand stond. Onder leiding van brandmeester Jacob Jelkes Visser deed men al het mogelijke om het bouwwerk te behouden, maar ook de assistentie van de te hulp geroepen spuit van de vuurtoren kon niet verhinderen dat de molen tot de grond toe afbrandde.
Het voor Schiermonnikoog zo noodzakelijke bedrijf werd spoedig elders in het dorp weer opgebouwd.
Bron: Noord-Oost-Friese korenmolens en hun molenaars, W.T. Keune, 1970.