Molen De Hoop, Harlingen/ Harns

Harlingen/ Harns, Fryslân
v

korte karakteristiek

naam
De Hoop
modeltype
Onbekende windmolen
functie
zaagmolen
bouwjaar
verdwenen
toestand
verdwenen
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt  
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt
Ten Bruggencate-nr.
06905 d
oude dbnr.
V7665
Meest recente aanpassing

locatie

plaats
Harlingen/ Harns
plaatsaanduiding
bewesten de Bolswardervaart, 0,4 km Z der RK kerk
gemeente
Harlingen, Fryslân
geo positie
X: 157003, Y: 575856
N: 53.16940, O: 5.41716

constructie

modeltype
Onbekende windmolen
krachtbron
wind
functie
afbeelding van onze ondersteuners

geschiedenis

toestand
verdwenen
bouwjaar
> , 1741
verdwenen
afgebroken
geschiedenis
De molen wordt in het proclamatieboek beschreven als zaagmolen De Hoop, staande om de Zuid van Harlingen, aan de Zeedijk, onder jurisdictie van deze stad. De Zeedijk ten westen en 't Cingeltje aan de Stads Gragt ten noorden.

-----

Waarschijnlijk heeft Sicke Rinties van der Meulen, sinds 1710 eigenaar van Jan Ruierdts molen, die molen laten vervangen door de achtkante bovenkruier die op een prent uit 1741 (collectie Hannemahuis) wordt weergegeven. Ten Bruggencate vermoed dat de molen een stellingmolen was op een schuur maar de prent is hier niet duidelijk in. In de reëelkohieren van Harlingen wordt Sicke tot 1752 geregistreerd als eigenaar.

Op 9 april 1752 kocht Heert Reins uit Damwoude voor 2350 gulden 1/3 van deze zaagmolen van de kinderen van Antje Sikkes van der Meulen, overleden dochter van Sicke en vrouw van dominee Wibrandus Heineman. Binnen een jaar, op 4 februari 1753, verkocht Wibrandus het andere 2/3 deel aan de broers Jakle en Tjepke Taedses uit Workum voor 4600 gulden. Op 2 september van datzelfde jaar kochten de broers, waarvan Tjepke inmiddels was verhuisd naar Harlingen, ook het 1/3 deel van Heert Reins.

In 1762 bleek de molen "de Hoop" te heten, afgeleid van de achternaam waarmee Tjepke ook bekend stond. Tjepke, later samenwerkend met de weduwe van Jakle, Seerpje Everts, had het financieel steeds moeilijker, zeker toen er twee zaagmolens (Het Fortuin en De Arend) bijkwamen in Harlingen. De schuld liep op tot bijna een halve ton. In april 1784 bleek dat Tjepke "zyn boedel geabandonneerd" had en daarom werd de molen later dat jaar verkocht om zijn schulden te voldoen. In juni werd het hout bij de molen al bij opbod verkocht.

Op 5 september 1784 kochten de procureur Bartle Tuininga en zijn vrouw Geertie Sjoerds de molen voor 6650 gulden van Tjepke de Hoop, Jakle de Hoop en vrouw, en Anke Heyneman (te Warns). Hun zoon Jacob Tuininga zette het bedrijf als huurder voort. In 1797 vroeg Jacob een nieuwe knecht omdat de oude, Nolke Martens, clandestine geabsenteerd was.

Bartle bleef zelf eigenaar en op 7 februari 1802 deed hij de molen voor 2755,75 gulden over aan twee kooplieden, Jan en Sie(r)ds Bart uit Appingedam en Termunten. Op dat moment huurde Jacob de molen nog steeds en stond Gerryt Douwes hem bij als knecht. De beide Groninger heren kochten de molen voor de handel en die zal daarom nog datzelfde jaar zijn afgebroken.

De grond waarop de molen bij Harlingen had gestaan werd "met geregtigheid van de Kolk hebbende" op 31 mei 1804 door Bartle Tuininga in opdracht van de Groningse broers openbaar verkocht voor 275 Carolus guldens aan de buren, Roelof Meints en Ane Hendriks Moolenaar.

De nieuwe eigenaars moesten de sinds 1658 aanwezige brug bij de molen verwijderen en de doorgang naar de stadsgracht afsluiten.

De bij de molen behorende houtkolk bleef bestaan en werd in 1855 hergebruikt voor opvolger De Paltrok.

Bronnen:
Molens in en om Harlingen een rijke historie,door Tj. Severein, 1990.
molens, mensen, bedrijven - overzicht van vijf eeuwen Harlinger bedrijfsmolens op windkracht, drs. D.M. Bunskoeke, Beilen, 2016.

aanvullingen

trivia
NB De aangegeven locatie is een schatting naar het kaartje in het Fries Molenboek van 1971.

W.O. Bakker vermeldt op de Ten-Bruggencatefiche (met bronvermelding S.J. v/d Molen) dat hier in 1855 De Twee Gebroeders werd gebouwd. Doch die stond op een andere locatie, 0,25 km zuidelijker.

Dhr. Severein vermeldt hier dat de eigenaars in 1719 een doorvaart naar de stadsgracht wilden, dat heeft echter betrekking op Het Fortuin.