Molen De (Nieuwe) Hollandsche Molen, Groningen

Groningen, Groningen
v

korte karakteristiek

naam
De (Nieuwe) Hollandsche Molen
modeltype
Kantige molen, stellingmolen
functie
korenmolen
bouwjaar
verdwenen
toestand
verdwenen
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt  
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt
Ten Bruggencate-nr.
04425 s
oude dbnr.
V11995
Meest recente aanpassing
| Conversie

locatie

plaats
Groningen
plaatsaanduiding
in de Jatsdwinger, aan het noordeinde van de Nieuwe Kijk in ‘t Jatstraat
gemeente
Groningen, Groningen
streek
Groningen (stad)
kadastrale aanduiding 1811-1832
Groningen E (1) 217 Wed. Willem Hendrik Groeneveld, molenaar
geo positie
X: 233135, Y: 582686
N: 53.22507, O: 6.55715

constructie

modeltype
Kantige molen, stellingmolen
krachtbron
wind
functie
romp
achtkante bovenkruier
inrichting
drie paar stenen (1828)
plaats bediening
stellingmolen
bediening kruiwerk
buitenkruier
plaats kruiwerk
bovenkruier
afbeelding van onze ondersteuners

geschiedenis

toestand
verdwenen
bouwjaar
circa
verdwenen
geschiedenis
Gebouwd 1700 voor Pieter Thomas Bakker en Wibbe Peters Mulder (PGC 16-4-1879; GC 16-4-1879 ingezonden stuk adres aan de Gemeenteraad).
Op 9 maart 1705 verkochten Peter Thomas en Clasien Peters ‘deszelfs nieuwe koorenmolen cum annexis’, de molen staande op de stadswal voor ƒ 4700.

In 1845 wordt genoemd De Nieuwe Hollandsche Molen op de stadswal bij de Kijk in ‘t Jatstraat (PGC).

Eigenaars:
1731: verkoop van de helft van de erfgenamen van Tjerk Tauwes en Tjafke Cornelis aan Willem Geerts en ..... Harms (3.X.109);
1787: verkoop van de helft van de wed. Harmannus Schierbeek aan ....... (GC);
1802: Verkoop van de helft van Frans Geven aan Dju Albartus (3.X.212)
1804: Verkoop van de helft van Dju Albartus aan Marten Stroijnga (3.X.215)
1814: verkoop van de helft van Jan van Rotgers en de boedel van wijlen Trijntje Sygers aan Willem Groeneveld en Klaasje Dooyes (not.R.Gochinga);
1835: Verkoop van de helft van Klaasje Dooyes wed. W.Groeneveld aan Hindrik Bolhuis en Jantje Roelfs Klinkhamer (not. E.J.Offerhaus);
1844: nz Hindrik Bolhuis en Jantje.
Boteringestraat
1787: verkoop van de helft van de wed. Geert Willem Schierbeek aan Jan H.Schierbeek en Menne Mennes (3.X.188);
1789: verkoop van een kwart van Jan H.Schierbeek aan Menne Mennes (3.X.190);
1798: verkoop van de helft van wed. Menne Mennes aan Jan Geltsma (3.X.203);
1802: verkoop van de helft door Jan Geltsma aan Dju Albartus (3.X.211);
1804: verkoop van de helft door Dju Albartus aan ...... (GC);
1809: verkoop van de helft door wed. S.van Driesten aan ..... (GC);
1815: verkoop van de helft door Samuel Hinnes Bonnes aan Johannes Diderik de Klemp (not. Fr.Trip);
1818: verkoop van de helft door Johannes Diderik de Klemp aan Detmer Hubbeling (not. Quintus);
1820: verkoop van de helft door Detmer Hubbeling aan Albert L.Velthuis (not. Quintus);
1834: Verkoop van de helft door Albert Lammerts Veldhuis aan Mattheus Roelfs Klinkhamer (not. Keiser);
1835: verkoop van de helft door M.R.Klinkhamer aan Jacob Roelfs Klinkhamer senior (not. Offerhaus);
1853: verkoop van de gehele molen door J.R.Klinkhamer aan de bakkers;
1856: De nieuwe Hollandsche molen in onder vereniging van 15 bakkers opgericht, vlag op de molen wegens afschaffing belasting op het gemaal.

Afgebroken in augustus 1879, opbrengst afbraak ƒ 800 (PGC).

Bron: archief Van der Veen.

aanvullingen

trivia
NB De molen was Volgens ten Bruggencate ‘Kijk-in-’t-Jatsmolen’ met als eigenaar Herman de Boer en als standplaats de Cruudsdwinger.

De molen stond niet op dezelfde standplaats als zijn voorganger Groningen 503.
De molen werd herbouwd in Kolham (Kolham 306).

De korenmolen aan het einde van de Nieuwe Kijk in ’t Jatstraat werd in de zeventiende eeuw aangeduid als de ‘Hollantsche molen in de Jatsdwinger’. In de 19e eeuw werd de rietgedekte achtkante bovenkruier een ‘bakkersmolen’, eigendom van de gezamenlijke bakkers. In 1879 liet Harm Geertsema de molen afbreken en in Helpman weer herbouwen.

Bron: Groninger Archieven.