Molen De Armenmolen, Neeritter

Neeritter, Limburg
b

korte karakteristiek

naam
De Armenmolen
modeltype
Watermolen
functie
korenmolen
bouwjaar
bedrijfsvaardigheid
Draaivaardig (geen waterrechten meer)
bestemming

Vh. het malen van graan, thans buiten bedrijf; woonhuis

adres
Molenstraat 12
6015 AC Neeritter
beek
Itterbeek
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt  
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt
Ten Bruggencate-nr.
02799
oude dbnr.
B450
Meest recente aanpassing
| Foto
media-bestand
Molen 02799 De Armenmolen (Neeritter)

Miguel Reijs (01-05-2024) 

locatie

plaats
Neeritter
beek
Itterbeek
gemeente
Leudal , Limburg
kadastrale aanduiding
Gemeente Neeritter, sectie A, nr. 2690
geo positie
X: 184326, Y: 352770
N: 51.16362, O: 5.80645
biotoopwaarde
landschappelijke waarde

contact en bezoek

bezoek/postadres
Molenstraat 12
6015 AC Neeritter
molenaar
Nico de Waal
telefoon
e-mail

website
social media
open voor publiek
nee
gericht op scholen
nee
bijzonderheden
fietsroute
fietsroute in de buurt van De Armenmolen via fietsnetwerk.nl

constructie

modeltype
Watermolen
krachtbron
water
kenmerken
functie
inrichting

Gaandewerk geheel uitgebroken.
Woning in de molen

gangwerk
wateras
rad
traditioneel
rad diameter
04,55 m.

eigendom

eigenaar
N. de Waal en J.M. van der Heijden
eigendomsvorm
Prive
afbeelding van onze ondersteuners

geschiedenis

toestand
werkend
bouwjaar
bedrijfsvaardigheid
Draaivaardig (geen waterrechten meer)
bestemming

Vh. het malen van graan, thans buiten bedrijf; woonhuis

omwentelingen
geschiedenis

Vermoedelijk staat op deze plaats al zeer lang een molen, de oudste vermelding is uit 1280. In 1535 is eveneens een Armenmolen gebouwd; of deze op dezelfde plaats lag als de huidige molen, is niet helemaal duidelijk.

In een document ("gicht") van de Schepenbank van Neeritter is te lezen dat de Armenmolen tussen 1684 en 1687 is gebouwd. Het chronogram dat wordt gevormd door de muurijzers geeft "1686" aan, dus dat jaartal zal inderdaad correct zijn.

Op de Itter- of Ittersebeek, die langs de dorpen Neeritter en Ittervoort stroomt en daar over een klein gedeelte de landsgrens vormt, lagen vier watermolens op korte afstand van elkaar.
De oorsprong van de beek ligt in de omgeving van Guitrode in het noordelijke deel van Belgisch Limburg en mondt uit in de Maas bij Wessem. Na het passeren van de grens stroomt het water nog grotendeels door de oude bedding langs de beemden en de molens, die een andere bestemming hebben gekregen. De beek is vanouds smal en het verhang klein, zodat het watertransport gering is.

Door het Traktaat van Londen in 1839 en door de in 1842, 1843 en 1844 gesloten overeenkomsten tussen Nederland en België, werd Neeritter wat het aantal inwoners en het oppervlak betreft ongeveer gehalveerd. Een deel van het dorp bleef Nederlands; het andere deel werd aan België toegewezen. Neeritter was voor de Franse Tijd een vrijdorp. De molen ontleende zijn naam aan het feit, dat hij door een kasteelheer van de Borghitter aan de armen werd geschonken. Later werd het Burgerlijk Armbestuur eigenaresse.

In 1898 werd aan de Armenmolen in Neeritter, de bovenste molen op Nederlands grondgebied, op voorstel van de Weerter opzichter van de provinciale waterstaat W. Hanraets, in de ontlastschuif een schotdeurtje of een kantelkiep aangebracht. Steeg het water boven het molenpeil dan sloeg de kiep om, zodat het water door de opening kon wegstromen. Tevens stelde hij voor de schoepen van de waterraderen te verbreden, zodat deze aan kracht konden winnen. In de derde en vierde molen werd in het begin van de eeuw een hulpmotor geplaatst.

Omstreeks 1950 werden alle molens stilgelegd en drie ervan verdwenen kort na elkaar. In enkele jaren tijds was aan een eeuwenlange bedrijvigheid een einde gekomen.

Deze molen werd bijna drie eeuwen verpacht. Reeds voor de laatste eeuwwisseling was de familie Coolen pachter. De laatste molenaar was Pierre Coolen.
In 1950 werd het waterrecht verkocht. In 1951 werd het maalwerk uitgebroken en het molengebouw ingericht als wijkgebouw van het Groene Kruis. Ooit fungeerde een deel van het molengebouw als onderkomen voor de brandspuit van de vrijwillige brandweer (en werd prompt het 'brandjhuuske' genoemd).
Het Burgerlijk Armbestuur werd in 1954 opgeheven, waarna de gemeente Hunsel eigenaresse werd. Eind jaren 50, begin jaren 60 was de Armenmolen tijdelijk vervangende woonruimte voor gezinnen, van wie in het kader van de 'krotopruiming' de eigenlijke woning moest worden verbouwd of vernieuwd.
In 1961 verkocht de gemeente het gebouw aan het Groene Kruis, afdeling Neeritter. In 1972 verkocht deze instelling het gebouw aan E.G.J.M. Beunen, die het gebouw als woning inrichtte.

De molen en het muldershuis vormden vanouds een geheel. In de kopgevel aan de bovenzijde van het water bevond zich een smalle toegangsdeur, waarvan de hardstenen dorpel door de loop en de kruiwagenwielen diep was uitgesleten. Toen de molen als wijkgebouw werd ingericht werd tegen deze gevel een portaal gebouwd dat met een lessenaarsdak daarop aansloot.
Rond de tijd dat het huis als groene kruis gebouw werd gebruikt, is aan beide zijden van het huis (dus zowel aan Oost- als aan Westzijde) een stuk aangebouwd.

De molen had in zijn tijd twee koppel 17der stenen en een houten gangwerk, dat onder de steenbedding lag. Een korte koning met het spoorwiel zorgde voor de aandrijving van de rondsels op de steenspillen. De wieg waarin de staven onder een schuine hoek waren geplaatst, was tegen de onderzijde van het spoorwiel aangebracht. De wieg werkte samen met het aswiel, waarvan de kammen in de schuine zijde van de velg waren gestoken. Om een koppel stenen buiten bedrijf te stellen, werden enige staven uit het rondsel van de betreffende steenspil verwijderd.
Vroeger had de molen een houten onderslagrad. In het midden van de 19e eeuw bedroeg de middellijn daarvan 5,42 m. en de breedte 0.49 m. Later werd het waterrad kleiner gemaakt en bedroeg de middellijn 4.78 m. en de breedte 0,42 m. In het begin van de jaren tachtig van de 19e eeuw bevonden de waterwerken en het waterrad zich in een slechte staat. Het was vooral baron Michiels van Kessenich, die in de jaren 1883-1884 bezwaren maakte tegen een verhoging van het waterpeil en de verbetering van de waterwerken.
In 1907 werd het waterrad in ijzer vernieuwd en kreeg toen een middellijn van 4,60 m. en een breedte van 0.75 m. In vermoedelijk 1935 werd dit rad vervangen. In 1997 werd het wederom geheel verroeste waterrad gerenoveerd door de toenmalige eigenaar, ds. I. Walpot.

De buitenkant van het molengbouw is redelijk origineel gebleven en deels in stijl aangebouwd (met uitzondering van de twee dakruiters aan de voorzijde). De binnenkant is zo vaak verbouwd dat de oorspronkelijke indeling vrijwel niet meer herkenbaar is.
Hoewel er geen waterrechten meer zijn, draait het rad zoveel mogelijk.

 

aanvullingen

toelichting naam

De naam 'Armenmolen' is al vanouds aan deze molen verbonden.

foto's

foto's