Molen (korenmolen), Montfort

Montfort, Limburg
v

korte karakteristiek

naam
(korenmolen)
modeltype
Ronde molen, beltmolen
functie
korenmolen
bouwjaar
verdwenen
toestand
restant
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt  
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt
Ten Bruggencate-nr.
02796
oude dbnr.
V958
Meest recente aanpassing
media-bestand
Molen 02796 (korenmolen) (Montfort)
Afbeelding uit Ons Zuiden, 22 juli 1932, coll. Frans Weemaes

locatie

plaats
Montfort
plaatsaanduiding
Zandstraat 43
gemeente
Roerdalen, Limburg
streek
Midden-Limburg
geo positie
X: 194483, Y: 348176
N: 51.12171, O: 5.95114

constructie

modeltype
Ronde molen, beltmolen
krachtbron
wind
functie
romp
ronde bovenkruier
plaats bediening
beltmolen
bediening kruiwerk
plaats kruiwerk
bovenkruier
Kantel uw mobiel om de tabellen helemaal te zien
wiekenkruis
fabrikant roenummer positie bouw fabricagejaar jaar gestoken positie jaar verdwenen lengte
Fransen ✉︎ g.n. buiten 1928 1928 buiten 1945 23,60
afbeelding van onze ondersteuners

geschiedenis

toestand
restant
bouwjaar
circa
verdwenen
door oorlogsgeweld
geschiedenis
In de geschiedenis van Limburg heeft Montfort een zekere bekendheid. Het maakte deel uit van het Ambt Montfort. Het ambt was een omvangrijke heerlijkheid, die de volgende dorpen omvatte: Belfeld, Beesel, Vlodrop, Posterholt, Linne, Maasbracht Echt, Roosteren en Nieuwstadt. Bovendien had het Ambt Montfort nog andere bezittingen, zoals de Echter-watermolen en de windmolen op Klein Berkelaar. Philips IV, koning van Spanje, schonk de heerlijkheid aan Frederik Hendrik onder beding, dat hij er de Rooms-katholieke godsdienst in dezelfde staat zou laten als onder het Spaanse bewind.
Als leenheren bleven de prinsen van Oranje van 1647 tot 1732 in bezit van de heerlijkheid. Bij deling van de erfenis van Willem III, koning van Engeland, tussen de koning van Pruisen en Willen IV, prins van Oranje, werd het ambt aan de koning van Pruisen toegewezen.
In 1769 verkocht Friederich III, der Grosze, koning van Pruisen het ambt met de daaraan verbonden heerlijke rechten aan Willen V, prins van Oranje. Alle heerlijkheden van het huis van Oranje uit de nalatenschap van eerder genoemde koning Willem III lagen toen op het grondgebied van de Verenigde Nederlanden. In de Franse Tijd werden de bezittingen in beslag genomen en de meeste als domeingoederen verkocht.

Bijna een kilometer buiten de kom van het dorp stond langs de weg naar Putbroek een forse zwart geteerde stenen bergmolen.

Koopman en molenaar Peter van Ophoven uit Montfort kreeg in 1856 toestemming van het provinciaal bestuur om op een stuk bouwland in de buurtschap Zandvaart een windgraan- en oliemolen te bouwen. Het volgende jaar werd de windmolen in gebruik genomen. Peter of Pieter van Ophoven was een welgesteld koopman, die in Montfort ongeveer 165 eigendommen bezat. In 1873 verkocht hij de molen aan Willem van Ophoven, getrouwd met Elisabeth Mans en burgemeester van Montfort.

Na zijn overlijden kwamen de weduwe Van Ophoven en de twee minderjarige kinderen Johannes en Barbara in 1891 bij successie in bezit van de molen. De molen vormde slechts een klein deel van de nalatenschap van Willem van Ophoven. die uit ongeveer 100 eigendommen bestond.
Bij de boedelscheiding in 1901 kreeg de zoon Johannes de molen met het erf. Hij was landbouwer van beroep in Montfort. Twee jaar later werd de molen met aanhorigheden verkocht aan Antoon of Antonius Hubertus Coenen, koopman en landbouwer in Montfort.
In 1911 werd Jan Heldens, landbouwer in Echt-Putbroek eigenaar, zijn broer Frans werd mede-eigenaar.
Na successie in 1916 werd Jan alleeneigenaar, hij was toen ook molenaar op de windmolen.

In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog was Montfort nog een landelijk dorp met veel boerderijen. In de dorpskom stond destijds de motormaalderij van Jacobus Hubertus Pouls, afkomstig uit het Belgische grensdorp Kessenich.
Pouls woonde zelf ook in de kom van Montfort, waar hij na boedelscheiding in 1906 een café en een boerderij kreeg toegewezen, die oorspronkelijk eigendom waren van de tapper en landbouwer Theodoor Coenen.
De concurrentie tussen Heldens en Pouls was van dien aard, dat Heldens zijn windmolen in 1920 voor ƒ 4900,- aan Pouls verkocht.

In de jaren twintig en dertig lagen er op de windmolen een koppel kunst- en een koppel blauwe Duitse stenen. Onderin de molen stond een maalstoel met een koppel kunststenen, aangedreven door een Crossley-benzinemotor, voorzien van twee vliegwielen.In de motormaalderij lag een Crossley-dieselmotor. die evenals de veel voorkomende Ruston-, Blackstone- en Nationalmotoren van Engelse makelij was. Deze zware langzaam lopende, meestal lichtgroen gespoten, motoren kwamen veel in maalderijen voor en behoorden tot een hogere prijsklasse dan de sneller lopende Duitse motoren, zoals het bekende merk Deutz. Vooral de dure Nationalmotor blonk uit door degelijkheid en een beschaafd uitlaatgeluid.

Omstreeks 7 november 1944 had Montfort dat zelf ongeveer 1600 inwoners telde, bijna 4000 evacués opgenomen uit Susteren, een deel van Echt en de dorpen die in de buurt van de frontlijn lagen.

Drie maanden later toen eenheden van het Tweede Britse leger de aanval op de Roerdrieboek inzetten ondervonden zij hevige tegenstand in het dorpje St. Joost dat de toegangsweg naar Montfort beheerste. Elke meter grond, elk huis, boerderij en stal moesten op de fanatieke Duitse Fallschirmjäger veroverd worden. Dit kwam de Britten op zware verliezen te staan. Ook vlammenwerpers werden ingezet om de tegenstand te breken. Pas na twee dagen kon het gehucht worden ingenomen. De overgebleven Jäger trokken zich op Montfort terug. De Britten, bang voor nog hogere verliezen bij de aanval op het grotere Montfort voerden daarop systematische artilleriebeschietingen en twee luchtaanvallen uit.

Met de windmolen en soms nog met de motor werd tot 22 januari 1945 gemalen. Er was grote behoefte aan meel om de vele inwoners van brood te kunnen voorzien. De zonen Michiel en Jan Pouls waren dan ook dag en nacht op de molen.
De derde luchtaanval op 22 januari 1945 met bommen en raketten was voornamelijk op de bebouwde kom gericht en voor de burgerbevolking catastrofaal. Het dorp werd totaal vernield en er vielen onder de burgers 183 doden die in de kelders van hun huizen en boerderijen schuilden. Ook molenaar Pouls, zijn vrouw en vijf kinderen kwamen daarbij om het leven. Hun huis kreeg drie voltreffers. Vier andere kinderen waren toen buitenshuis. Bij de nadering van de vliegtuigen op 22 januari spoedden zij zich naar het ouderlijk huis, dat naast het gemeentehuis stond. Zij kwamen in de luchtaanval terecht en vonden eveneens de dood. Op 23 januari werd de windmolen vanaf de maalzolder door de Duitsers opgeblazen. Dezelfde dag verlieten de laatste parachutisten Montfort.

Weken na de bevrijding keerde een andere zoon. de toen 22 jarige Arnoldus Hubertus, die in Merselo was ondergedoken, in Montfort terug. Van de ouderlijke bezittingen was slechts puin overgebleven. Op het erf van de windmolen, op de Meulkensberg, bouwde hij later een maalderij met een dubbele maalstoel en een elektromotor. In 1953 plaatste hij een elektrische hamermolen van het fabricaat Poeth uit Tegelen, waarmee nog regelmatig wordt gemalen. Pouls drijft er voornamelijk een handel in veevoer, kunstmest en andere producten voor het boerenbedrijf.

Tot ongeveer 1985 maalde Arnoldus Pouls met de hamermolen, daarna werd de schuur als opslag gebruikt.
A. Pouls overleed in 2001. Zijn oudste zoon Piet begon in 2009 aan een grondige verbouwing en maakte van de voormalige schuur een woonhuis waarin hij sinds 2012 samen met zijn gezin woont. Tijdens de verbouwing werden de oude resten van de molen weer zichtbaar gemaakt, en daar heeft de fam. Pouls een mooi zitje van gemaakt, waar je heerlijk kunt vertoeven. Ze zijn trots en blij deze oude geschiedenis in hun tuin te hebben.
De molen houdt zijn naam want sinds kort runnen Piet en Riny Pouls in het ouderlijk huis een Bed and Breakfast "De Meule".
Piet Pouls, 28 juni 2014.
nog waarneembaar
Deel van de stenen romp.