Molen Kodde, Ouwerkerk

Ouwerkerk, Zeeland
v

korte karakteristiek

naam
Molen Kodde
modeltype
Kantige molen, grondzeiler
functie
korenmolen
bouwjaar
verdwenen
toestand
verdwenen
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt  
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt
Ten Bruggencate-nr.
01876
oude dbnr.
V2192
Meest recente aanpassing
| Foto
media-bestand
Molen 01876 Molen Kodde (Ouwerkerk)
Fotograaf onbekend

locatie

plaats
Ouwerkerk
plaatsaanduiding
Molenweg, aan tegenwoordige Zwanenburgse weg
gemeente
Schouwen-Duiveland, Zeeland
streek
Schouwen-Duiveland
kadastrale aanduiding 1811-1832
Ouwerkerk C (1) 52 Wed. Christ. Hendr. Dijkma, [...?]
geo positie
X: 57252, Y: 405230
N: 51.62741, O: 3.97546

constructie

modeltype
Kantige molen, grondzeiler
krachtbron
wind
functie
romp
achtkante bovenkruier, met riet gedekt
kap
de met rietgedekte kap, werd na 1946 met hout en asphalt gedekt
inrichting

2 koppel maalstenen en een buil

versieringen

De molen had een windwijzertje op de nok van de kap.

plaats bediening
grondzeiler
bediening kruiwerk
plaats kruiwerk
bovenkruier
afbeelding van onze ondersteuners

geschiedenis

toestand
verdwenen
bouwjaar
verdwenen
verwoest
molenmaker
Molenmaker J. van den Hamer had de molen in onderhoud.
eigendomshistorie

Jan Kodde werd in februari 1946 eigenaar van de molen met woonhuis voor de prijs van fl 8500.

 

geschiedenis

De molen verkeerde in 1946 in een niet goed onderhouden staat. Het rietdek was slecht, tijdens de WOII was het onderhoud er bij in geschoten. De molen had vanaf begin 1944 in het water gestaan en stond ook niet meer recht.

 

Deze 18e-eeuwse molen was één van de zeer weinige rietgedekte molens in de provincie Zeeland. Voor zijn ondergang stond de molen al bekend als gammel en feitelijk slooprijp. Evenwel werd er nog steeds gemalen, al moest de molenaar daarvoor wel de nodige kunstgrepen toepassen. Het bovenste gaandewerk van de molen was conisch uitgevoerd. 
Er waren plannen om in de provincie Groningen een voor afbraak te koop staande molen af te breken en in Ouwerkerk te herbouwen.

Het heeft niet zo mogen zijn: de ramp van 1 februari 1953 werd het voorlopige einde. 
In het Jaarboekje 1953 van DHM staat: "Van de molen te Ouwerkerk op Schouwen verwachtten wij zijn ondergang te vernemen, want het verwonderde ons steeds, dat de molenaar met zo'n verzakte molen nog durfde te malen. Er waren plannen in de maak hierin verbetering te brengen. Echter, de molen hield stand, doch het was droevig te vernemen, dat zijn eigenaar, J. Kodde, met zijn vrouw de dood in de golven vond".

De dodenlijst van Ouwerkerk vermeldt Jan Kodde, geboren 10 aug. 1919 en Adriana Johanna Kodde-Rijnberg, geboren 14 mei 1924, wonende aan de Molenweg 214. Hun zoontje overleefde de ramp, omdat die die avond elders was ondergebracht.

De molen, die na de ramp steeds in eb en vloed stond, hetgeen de constructie nog verder ondermijnde, viel uiteindelijk tijdens een storm van 21/22 september 1953 om. Op foto’s uit de zomer van 1953 zitten de zeilen er nog op..... De restanten bleven nog zeer lang liggen maar werden tenslotte opgeruimd. De omgeving waar de molen stond is inmiddels onherkenbaar veranderd.
Op Schouwen-Duiveland werden Ouwerkerk en vooral Nieuwerkerk zwaar getroffen; van het laatste dorp overleefde de molen echter alles tamelijk ongeschonden.
Bron: onbekend.

16 maart 1953: The weekly observer, 6 mei 1953 
Woest trekt het zoute water langs de rand van Ouwerkerk, dwars door open schuren, rukkend aan muren en balken. De oude molen zakt iedere dag een eindje verder voorover in de boze stroom. Ouwerkerk had sinds 1944 geen kerk en toren meer, ook door de Duitsers vernield.

Genoemd werd de Entreprise te Kolham, destijds zeer vervallen. (*), maar het oog viel uiteindelijk op de molen van de Zandjerpolder (dat het oog op deze poldermolen viel, werd door W. de Regt van de korenmolen De Regt, te Nieuw-Lekkerland in 'De Molenaar van 19 november 1952, dus minder dan 10 weken voor de Ramp' vermeld).

aanvullingen

wetenswaardigheden

Een samenvatting van hoe het de molen verging na de WOII door Jan de Witte, februari 2024

Vanaf begin 1944 tot na de bevrijding onder water gestaan heeft en de bevolking grotendeels geëvacueerd was in die tijd.

DHM vraagt molenmaker J van den Hamer eens naar de molen te gaan en prijs op te geven, hij schrijft terug dat hij de molen heel goed kent omdat hij deze jaren in onderhoud had, maar het is een hopeloos geval, loopwerk gaat wel,  de romp is totaal niets van goed, draait hij uit het noorden dan gaat hij 20 cm over naar het zuiden uit het oosten dan 20 cm naar het westen en omgekeerd.   Er moet een nieuwe molen omheen schrijft v/d Hamer, grove raming f 20.000.    

Het schiet niet op men schrijft nog wat jaren heen en weer ,zo te merken worden de gaten steeds weer gestopt met riet waardoor het nog min of meer waterdicht blijft.     Kodde vraagt aan DHM of het niet mogelijk is dat men de molen van Noordgouwe die toch niet meer maalt niet kan verplaatsen, kort daarop verschijnt er op 25 juni 1952 in De Molenaar een artikel van de bekende molenaar De Regt uit Nieuw-Lekkerland over een bezoek aan Kodde samen met molenaar Verhage uit Poortvliet en De Wilde uit Oud-Vossemeer.  

Een bouwvallige molen met zeer goede winden,  maalt alles zonder hulpmotor, herstel dubbel en dwars waard.     Wij zouden met deze molen niet meer durven malen, de molenaar maalt met levensgevaar maar het is nog een echt molenaarsbedrijf.  Daarna gaat het snel, in 5 maanden is het op wat ontbrekend geld na rond. Hoofdrolspelers hierin zijn , J.D Medendorp – molenmaker uit Zuidlaren    De Hollandsche Molen, veelal vertegenwoordigd door technisch adviseur A.J. de Koning en Jan Kodde.

Alle genoemde bedragen zijn nog in guldens,  1000 gulden is ca € 453,- Met een eenvoudig rekentrucje kom je ook in de buurt we nemen weer f 1000  dit dient gedeeld te worden door 2 en dan min 10 %  dan kom je op € 450 voor de vuist weg. Nog in Juni schrijft molenmaker Medendorp aan Kodde dat hij hem wil / kan helpen, hij is groot molenliefhebber en zo nu en dan kan ik eens iemand helpen hij heeft dit al een keer eerder gedaan schrijft hij. Zelf bezit ik molen De Wachter in Zuidlaren en ook nog zes poldermolens, alle met sloopvergunning waarvan hij de twee mooiste wil proberen te behouden als natuurschoon.   Hij bied aan om de molen gratis op te knappen maar hij wil er geen cent bij inschieten.  Kodde of monumentenzorg moet voor het materiaal zorgen, ook een gratis kostadres en iedere 14 dagen vrij naar huis mogen reizen. Tenslotte heeft hij ook nog een grote watermolen staan voor geval het achtkant niet meer te herstellen is, en welke hij niet te duur aan kan kopen.     Kodde heeft direct actie ondernomen richting DHM waarna  de Koning  al op 4 juli Medendorp schrijft of men samen een keer kan gaan kijken in Ouwerkerk, afspraak wordt gemaakt dat Medendorp op 11 juli om 10.00 uur op station Rotterdam D.P. ( Delftse Poort) opgewacht wordt door de Koning met een rode Amerikaanse Ford kenteken GZ 91319.            

19 juli geeft Medendorp zijn begroting door aan  de Koning  met een toelichting , de beoogde molen is 7 m in doorsnede die van Kodde maar 6m , hij stelt voor fundering eruit te halen, acht stiepen metselen en daarop een betonnen ringbalk , de betonvloer kan bijgewerkt worden.    

 Wat het achtkant betreft dat is in zeer goede staat evenals het kleedhout, waarvan hier en daar enkele planken vernieuwd moeten worden, de kap is in zeer goede conditie alleen een nieuwe grote spruit is nodig, de buitenroe een weinig worden nagekeken , de binnenroe is 100%, in het bovenwiel en bonkelaar nieuwe kammen.    In Ouwerkerk 2 nieuwe zolders, het binnenwerk kan overgeplaatst worden.  Afbreken beide molens , aankoop , opbouwen  en inrichtten tot korenmolen inclusief alle kosten zoals omzet belasting f 13.500,-

­Als aankoop b.v voor f 1400,- kan ipv 2000 en ziet DHM geen kans om in dit geval vrijstelling van omzetbelasting te krijgen , is ook weer f 500,-  dan zit men op 12.400,-  en verder schrijft hij nog dat het werk ook mee kan vallen en men dan op f 12.000,- uit kan komen.   De molenaar heeft er minstens f 4000,- voor over, tekort is dan f 8000,-   Medendorp vraagt of DHM voor fondsenwerving kan zorgen, en wat betreft de Zandjerpolder een hechtere en mooiere getailleerde molen wordt hier in de omtrek niet gevonden.

Op de avond van 26 juli schrijft Medendorp aan de Koning ,dat Kodde en een broer die dag bij hem geweest zijn ,en men razend enthousiast was bij het zien van de molen in Schildwolde.  De bedoeling is dat er geen stroomlijn op komt en de jalousiën ook in Ouwerkerk gehandhaafd blijven, het gevlucht bestond dus uit Oud-Hollands aan bordzijde en zelfzwichting aan de hekwerkzijde.  Schildwolde ligt ca 25 km boven Zuidlaren en op de terugweg is men halverwege nog een ogenblik bij dhr. Menkmans in Kolham wezen kijken, maar van die plannen daar zal wel niets van terecht komen schrijft hij.  Dat is de enige keer dat het woord Kolham zijdelings te linken valt aan Jan Kodde. Dan volgt een gespecificeerde prijsopgave waar blijkbaar eerder om gevraagd was.    Aankoop f 2000,-. Afbraak f 1000,-   transport f 1000,-   reparatie roede f 400,- het nu volgende betreft alle nieuw materiaal.   lange spruit f 300,-  jalousiën f 500,-    fundering f 1500,-  zolderhout  f 400,-  kleedhout    f 300 ,-   kaphout f 200,-   kammen bovenwiel f 250,-   bonkelaar f 150,-    smidswerk f 475,-    binnenwerk f 550,-   molen overeind zetten f 4000,-  omzetbelasting f 500,----  totaal f 13.500,-

Wegens ziekte van de Koning heeft e.e.a. een poos stil gelegen, 3 nov. schrijft Kodde aan voornoemde dat wat hem betreft het werk pas in maart /april aanvangt. In de winter te druk met malen en korte dagen en slecht weer, waarna volgens plannen dan in september 1953 een maalvaardige molen klaar staat.  De molen wordt er niet beter op, gister is er weer een hoop riet uitgewaaid, het wordt langzaam aan hopeloos schrijft hij, 14 dagen geleden nog stukken gehad , de pin onder het spoorwiel was kapot gegaan, 10 cm er af gebroken waardoor het wiel 10 cm zakte ,10 kammen uit het wiel ,8 uit de bonkelaar en 4 uit het bovenwiel, maar het is weer gemaakt.

Op 14 november volgt nog een brief van de Koning aan Kodde dat hij blij is dat hij denkt de winter nog wel door te komen en dat DHM nu de tijd heeft om voor het ontbrekende bedrag subsidie te verkrijgen.  

Achter de schermen was men ondertussen al bezig geweest met fondsenwerving, zo had iemand van DHM persoonlijk met de commissaris van de Koningin in Zeeland gesproken wat resulteerde in bij hoge uitzondering geen 10 maar 20 % bij te dragen in dit geval f 2700,-  

 

Op 6 februari 1953 schrijft de Koning aan Medendorp dat hij nog niets gehoord heeft maar wie weet in welke nood onze vriend Kodde verkeerd,  en dat hij het ergste vreest voor de molen maar hoe anders bleek het te zijn.

 

J de Witte   februari 2024

foto's

foto's