Molen De Os, Zaandam-Oost

Zaandam-Oost, Noord-Holland
v

korte karakteristiek

naam
De Os
modeltype
Kantige molen, stellingmolen
functie
oliemolen
bouwjaar
verdwenen
toestand
restant
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt  
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt
Ten Bruggencate-nr.
01108 c
oude dbnr.
V430
Meest recente aanpassing
media-bestand
Molen 01108 c De Os (Zaandam-Oost)
Foto: n.n.

locatie

plaats
Zaandam-Oost
plaatsaanduiding
Kalverringdijk 35
gemeente
Zaanstad, Noord-Holland
streek
Zaanstreek
kadastrale aanduiding 1811-1832
Zaandam A (1) 489 Hajo Houtuyn, koopman & fabrikant
geo positie
X: 116165, Y: 498943
N: 52.47684, O: 4.81560

constructie

modeltype
Kantige molen, stellingmolen
krachtbron
wind
functie
romp
achtkante bovenkruier
inrichting

Dubbel oliewerk

plaats bediening
stellingmolen
bediening kruiwerk
buitenkruier
plaats kruiwerk
bovenkruier
vlucht
22,5 m
afbeelding van onze ondersteuners

geschiedenis

toestand
restant
bouwjaar
verdwenen
onttakeld
geschiedenis

Oliemolen de Os is één der vroegste industriemolens van deze streek. De windbrief voor De Os werd afgegeven op 14 mei 1649 op naam van Gerrit Pietersz uit Westzaan. Er staat geen naam voor de oliemolen vermeld, maar wel dat deze in de Banne van Oostzaan stond en dat er 5 pond --is gelijk aan 5 gulden-- windpacht betaald moest worden. Deze windpacht komt overeen met De Os, waarvan Pieter Gerritsz. van der Leij op 21 mei 1663 eigenaar was. In het windpachtregister van de Banne Oostzaan werden drie molens op 5 gulden windpacht ingeschreven, dit waren behalve De Os ook De Katuil en De Brijpot. De Katuil en De Brijpot werden beide in 1663 gebouwd, zodat de windbrief van 14 mei 1649 van De Os moet zijn, mede gezien het feit dat windpachten vrijwel nooit veranderden.

Waarschijnlijk heeft de schuur de eerste decennia voor de molen, parallel aan de Zaan gestaan en is de oude schuur afgebroken en weer naast de molen opgebouwd. Een reden hiervan zo kunnen zijn dat men de vlucht heeft willen verlengen. Dit omdat De Os vroeger mogelijk een enkelwerks oliemolen was, en dus minder kracht nodig had. Later zou er een ombouw tot een dubbele oliemolen plaatsgevonden hebben, met dus een voorslag, naslag en een koppel kantstenen. Wanneer de vlucht wordt verlengd, moet de stelling zakken en die zou dan in het schuurdak terecht zijn gekomen. In het verzekeringscontract van 21 mei 1663 wordt Pieter Gerritz. van der Ley als eigenaar genoemd. Naast de Van der Ley's komen als eigenaren de familie Cleijndert voor (die in 1779 1/8 deel aan Aris van der Ley verkoopt), Jan Nan omstreeks 1800 en vader en zoon Houttuin in de tweede helft van de 19e eeuw.

Op 14 april 1855 kwam De Os in bezit van Adriaan Houttuyn. Die dag werd een groot deel van het onroerend goed van zijn grootmoeder Claasje Nan, de weduwe van de gefortuneerde olieslager Hajo Houttuyn verdeeld onder de erfgenamen. Hij overleed in juni 1881. De zeventiende september van dat jaar werd De Os voor f. 4000,- aan Cornelis Snuif uit Zaandijk verkocht. Deze zou dertien jaar met De Os werken. Op 1 februari 1894 werd de oliemolen in veiling gebracht. Pieter Dekker Abrahamsz verkreeg de molen voor het schamele bedrag van f. 1802,- Zo werd de molen dus eigendom van P.A. Dekker die één van zijn blokmaalders, Aldert Dekker, van zijn molen 'De Oude Dekker' haalde en hem op De Os aan het werk zette. Deze werd echter in 1900 op staande voet ontslagen omdat hij bij het ruimend kruien (het binnenwerk draait dan op dat moment langzaam verkeerd om) de koningsspil verspeelde, omdat er nog een hei of stamper neer stond. Piet Dekker zou tot 1903 eigenaar van De Os blijven. Op 11 april van dat jaar verkocht hij de molen voor f. 2000,- aan de Zaandijker olieslager Teunis Oly. Ook deze beging in 1908 een grote fout: op een avond had hij vergeten het pal in te doen, dat voorkomen moet dat de molen linksom draait bij wind van achter. Toen 's nachts een zware storm op kwam zetten (de molen stond op het oosten en de storm was uit het westen) schroefde de as vooruit en dompte het wiekenkruis. De roeden braken af tegen een uitbrekers en ook de stelling brak aan de dijkkant af. Molenmaker Vredenduin repareerde één en ander, maar de zin was eraf voor Teunis Oly. Hij ging een compagnonschap aan met Meindert Kamphuijs.

Deze Zaandijker koopman zou tot 1911 met De Os en De Grauwe Gans blijven werken. Op 22 november van dat jaar deed Oly De Grauwe Gans en De Os voor 12.000 gulden over aan de firma Kamphuijs & Oly in Zaandam. De glorietijd van de windmolens was toen al voorbij. Twee jaar later verkocht Meindert Kamphuijs molen De Grauwe Gans aan Jan Stuurman Dzn, die er op 14 augustus 1913 toch nog f. 5000,- voor betaalde. Op 11 maart 1915 werden de molens De Os en Het Jonge Big aan Jan Stuurman Dzn verkocht. Hij betaalde fl. 3.500 voor De Os.

Stuurman wilde de molens gebruiken om het vet uit cacaodoppen te persen en liet in 1916 een stenen motorhok aan De Os bouwen, waarin een 25 pk Bronsmotor werd geplaatst. Deze stond tot 1913 bij verffabriek Pieter Schoen en daarna nog enige tijd in De Grauwe Gans. Het was de bedoeling om de motor alleen bij windstilte in actie te laten komen. Maar de stand van de koningsspil was niet overal gelijk wanneer men de molen op een andere windrichting had gezet. Daardoor grepen de tanden van de nauwkeurige conische wielen van de motoraandrijving niet goed in elkaar. Toen er met wind niet meer gedraaid kon worden werd er besloten de kap, roeden en stelling eraf te halen.

In 1922 werd er een vierkant aan het achtkant gebouwd en werd daarin een oliewerk van de molen De Poelsnip geplaatst. Er waren toen dus twee voorslag- en twee naslagwerken (een zgn. dubbele dubbele oliemolen). Op 23 maart 1920 en op 18 april 1923 is er een begin van brand in het achtkant. Beide malen werd er door de Zaandijker brandweer op tijd geblust. De brand was ontstaan omdat één van de lagers van de aandrijfas naar de koningsspil van de motor heet liep. De door brand aangetaste veldkruisen zijn nog te zien op de legezolder. Kort daarna wordt het rietdek verwijderd en worden er planken aangebracht. Dit was een stuk brandveiliger en het gaf de molen de vereiste stijfheid toen bleek dat deze te slap geworden was om de krachten van de motoraandrijving te doorstaan. Omdat er in 1922 twee oliepersen bij waren geplaatst was de capaciteit van de oude kantstenen te klein en dus werden ze in 1928 door een paar grotere stenen vervangen uit de verffabriek De Vooruitgang (en eerder in verfmolen Het Ooster Kattegat) van Heyme Vis. Bovendien werd er een plet geplaatst (deze is bij de herbouw van de buurmolen aan De Bonte Hen in bruikleen gegeven). De kantstenen zijn tot op de dag van vandaag de grootste kantstenen van Nederland. In 1930 werd er nog een nieuwe wentelwiel geplaatst, maar in 1931 werd de molen gestopt en stichtte Jan Stuurman de cacaofabriek Aurora aan het Kalf. Hier wordt met moderne wringers het vet uit de doppen gehaald. De molen dient dan nog als opslagplaats.

Zoon J.D. Stuurman koopt De Os in 1963 uit het bedrijf. In die periode wordt de vierkante aanbouw bewoond door een kunstschilder (het oliewerk van de Poelsnip was er in de jaren '40 al uitgehaald). Ook de schuur gaat dan bewoond worden. In 1983 werd de vierkante aanbouw en de motorkamer eraf gesloopt zodat het molenlijf haar oorspronkelijke vorm weer terugkreeg. Inmiddels heeft De Os ook de status van rijksmonument gekregen.

In 1988 werd een dochter van J.D. Stuurman eigenaar. In 1995 werd de houten dakbedekking van het molenlijf weer vervangen door riet. Eind 2000 werd een belangrijke restauratie aan drie onderachtkant-stijlen en de ondertafelementen gerealiseerd door Molenmakerij Saendijck. Al met al rest er nu van De Os een compleet ingerichte en goed onderhouden oliemolen waarvan in feite alleen de kap, roeden en stelling ontbreken. De kosten om de molen weer maalvaardig te krijgen bedragen ca. € 453.780 (ƒ 1.000.000).

Tekst: familie Ero met bijdragen van www.duizendzaansemolens.nl.
Redactie en aanvullingen in 1100 ZM blz. 144-145: Ron Couwenhoven.

nog waarneembaar

aanvullingen

trivia

Oliemolen "de Os", achtkante bovenkruier met schuur, te Zaandam-Oost aan de Kalverringdijk, buitendijks, tussen de bestaande oliemolens "de Zoeker" en "de Bonte Hen" in. Bouwjaar onbekend, in 1916 onttakeld.

-----

Bron ook Industriemolens.nl, Oliemolen "De Os".