Molen De Jonge Prinses (3e), Zaandam-Oost

Zaandam-Oost, Noord-Holland
v

korte karakteristiek

naam
De Jonge Prinses (3e)
modeltype
Kantige molen, stellingmolen
functie
pelmolen
bouwjaar
verdwenen
toestand
verdwenen
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt  
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt
Ten Bruggencate-nr.
01108
oude dbnr.
V1772
Meest recente aanpassing
media-bestand
Molen 01108 De Jonge Prinses (3e) (Zaandam-Oost)
Foto: origineel coll. Arie Hoek

locatie

plaats
Zaandam-Oost
gemeente
Zaanstad, Noord-Holland
streek
Zaanstreek
geo positie
X: 116119, Y: 499566
N: 52.48244, O: 4.81485

constructie

modeltype
Kantige molen, stellingmolen
krachtbron
wind
functie
romp
achtkante bovenkruier
plaats bediening
stellingmolen
bediening kruiwerk
buitenkruier
plaats kruiwerk
bovenkruier
vlucht
26 meter
afbeelding van onze ondersteuners

geschiedenis

toestand
verdwenen
bouwjaar
verdwenen
1934 onttakeld 1937 romp gesloopt 1969 restanten verbrand
geschiedenis
Na de brand van 1864 werd De Phenix uit het Oostzijderveld op het erf aan de Zaan weer opgebouwd als Jonge Prinses. Dit was dus de derde molen, die hier werd gebouwd, en met een vlucht van 27 m de grootste pelmolen in de Zaanstreek.

Tot 1907 werd De Jonge Prinses gebruikt voor het pellen van gort, daarna werd hij tot 1928 voor andere activiteiten ingezet. Eigenaar was de firma Wakker.

In 1934 werd de molen onttakeld, en in de zomer van 1937 werd de romp gesloopt. De molenschuur verbrandde in 1969.
-----

De pelmolens van de firma Wessanen & Laan.

In 1841 werd door de firma Wessanen & Laan pelmolen De Jonge Prinses gekocht. Verder werd in 1845 vergunning gevraagd en gekregen voor het inrichten van de oliemolens Fortuin en Bonte Kraai tot pelmolens. Deze aanvraag werd vermoedelijk slechts gedaan teneinde bewegingsvrijheid te krijgen, want van de vergunning is nooit gebruik gemaakt Voor 1863 was het pellen van gort hoofdzaak en kwam rijst op de tweede plaats, dit veranderde langzamerhand ten gunste van dit laatste produkt en in genoemd jaar had men drie windmolens tot het pellen van rijst in bedrijf: De Jonge Prinses, de Rosbayer en de Zwarte Bonsem. De beide laatste werden gehuurd van Albert Vis. Albert Vis was een vriend van Jan Laan en ook beider firma’s stonden met elkaar in bevriende relatie. Hij was waarschijnlijk de eerste rijstpeller aan de Zaan, want reeds in 1825 vestigde hij zich als zodanig met de tot pelmolen ingerichte molen De Jonge Voorn (aanvankelijk in huur, later -1827- in eigendom.)

Capaciteit

Wat de capaciteit van een rijstpelmolen betreft, wordt door een oud-meesterknecht, die jarenlang op verscheidene pelmolens heeft gewerkt, een maximum van 500 last per jaar genoemd. Dit zal men echter te beschouwen hebben als een maximum uit de tijd, dat de dagen der pelmolens reeds geteld waren en er reeds allerlei perfecties in aangebracht waren, waaronder motoren, die in enkele gevallen gedurende windstille perioden de molen aandreven. Voor een gortmolen wordt een capaciteit genoemd van 200 last per jaar. De pelmolens van de firma Wessanen & Laan verwerkten in 1869 elk ca. 350 last Een last is een oude volume-maat. De inhoud van een Amsterdamse last is 3003.57 liter Een last gerst komt op ongeveer 2040 kg, een last rijst op 1640 kg.

Overgang op Stoom

In 1871 werd besloten ook hier de stoomkracht toe te passen. De nieuwe stoompellerij die de naam Unie kreeg, onderscheidde zich in niet veel van wat de tot dusver bekende windpelmolen te zien had gegeven. Een een-cilinderstoommachine, systeem Nolet, van 112 pk, dreef de installatie, bestaande uit vier pelstenen (waarvan twee eerste-snee’s of relstenen en twee tweede snee’s), een paddysteen en een doppensteen aan. Ravelwiel, harp, waaierij enz treffen wij ook hier weer aan, doch ook een aantal builen, waaruit blijkt dat men de sortering van de gepelde rijst niet meer zo eenvoudig opvatte als vroeger. Het interne transport van de ene machine naar de andere geschiedde geheel met elevatoren en transportschroeven. Op 25 oktober 1872 was de Unie gereed en begon zij haar eerste partij Javarijst te pellen: 1038 balen Kadanghauer, met een uitkomst van vijfentachtig procent voorloop, acht procent middel en zeven procent meel. De Bonsem had, even tevoren dezelfde soort pellend, negentig en drie kwart procent voorloop, vier en een kwart procent middel en vijf procent meel gehaald. Hoewel dus de conclusie, dat de windmolen zuiniger pelde dan de stoomfabriek, zijn deze uitkomsten niet goed vergelijkbaar, want aan de Unie was blijkens de meeluitkomst, waarschijnlijk dieper gepeld. Hoe het ook zij, de resultaten schijnen niet tegengevallen te zijn, want van de Bonsem en de Rosbayer werd de huur opgezegd terwijl de Jonge Prinses overging in handen van de firma Bloemendaal & Laan.

Informatie van Frans Limbeek, 31 oktober 2005.

aanvullingen

trivia
De foto rechtsboven is ook uitgegeven als ansichtkaart door K. Tanger met het nummer 143.
De afgebeelde foto is de originele foto, coll. Arie Hoek.