bouwjaar
verdwenen
restant gesloopt
molenaars
geschiedenis

1833:
In de nacht van 6 januari 1833 verbrandde de voorganger, hierna werd een hogere stellingmolen gebouwd met gebruik van een Zaanse molen. Van Rhijn kocht op 18 februari 1833 de Assendelver papiermolen De Huisman. De Lisser molenmaker Van der Zaal wilde niet meewerken aan verplaatsing en herbouw, dus dat werd uitgevoerd door een Noord-Hollandse molenmaker. Van Ingen metselde een stenen onderbouw van 11 voet hoog. Op 2 april kwamen de vijf Noord-Hollandse knechten met een schip vol hout, op 26 april werden de roeden gestoken, 12 juli werd proefgemalen en 20 juli gingen de werklieden naar huis.

1834:
Vanwege geldproblemen verkocht Van Rhijn op 14 juni 1834 de molen aan Cornelis Annabartus van Kerkwijk. Van Rhijn vertrok naar Leiden, maar bouwde in 1846 een nieuwe molen in Sassenheim.

Bron: "Kroniek van de Lisser Timmerman en molenmaker Cornelis van der Zaal, 1762-1839", Bert Kölker, 2012.

 

25-07-1894: Het nieuws van den dag : kleine courant

Te Lisse werd een molenwiek beschadigd

 

25-07-1894: Algemeen Handelsblad

De korenmolen te Lisse werd door den bliksem getroffen, waarbij een der wieken half aan splinters werd geslagen. Daarna schijnt de bliksem door den molen met rieten kap gegaan te zijn, zonder evenwel brand veroorzaakt te hebben, en heeft op dien doortocht hier en daar nog al schade veroorzaakt aan hout en steenwerk. Overigens heeft het buitengewoon zware onweder, dat 10 a 15 minuten zich vlak boven de plaats ontlastte, geen merkbare schade veroorzaakt.