bouwjaar
verdwenen
geschiedenis

Omstreeks 1600 kregen de gebieden in Aalsmeer met zoveel wateroverlast te kampen, dat inpoldering onontkoombaar werd.

Overleg tussende ambachtsheren van Aalsmeer, Kudelstaart, Kalslagen en Amstelveen deed besluiten tot de stichting van de "Grote- of Generale Polder", die het grootste deel van het grondgebied van voornoemde ambachten besloeg (octrooien van de Proost van de St. Jan in 1635 en de Staten van Holland en Westfriesland in 1637).

Deze polder werd door vier hoofdmolens bemalen: de Kalslager- of Moordmolen (bij het huis ter Lucht), de Vrouwenakkerschemolen (in Vrouwenakker), de Zandpadtermolen aan het Zandpad te Uithoorn en de Koenemolen bij het Karnemelksegat te Amstelveen.

Langs de kade van het Haarlemmermeer stonden drie hulpgemalen: de Zwetmolen, de Kerkweteringmolen en Het zwarte Molentje (Schinkelpolder). In 1674 heeft Aalsmeer zich uit het polderverband teruggetrokken.

Informatie Monumenten Inventarisatie Project Noord-Holland , Aalsmeer, 1992

 

Grote- of Generale  Polder (1635- 1678)
Claes Jacob Fransz alias Kosijn, alias Molenaer, 1662 - 1669.

Watermolenaar van de Grote Polder aan de Kerkwetering.

Molenwerf genoemd voor het eerst in 1647.

In 1695 wordt de watermolen van de Grote Polder, gelegen aan de Kerkwetering weggehaald en de vijf funderingspalen eruit gehaald. Tussen 1678 en 1695 als cementmolen gediend. 

Bron: Stichting Oud-Aalsmeer