bouwjaar
verdwenen
1860 over op stoomkracht
molenaars
geschiedenis

In 1714 verkocht Klaas Tulp de grutterij in de Grote Houtstraat aan Bartholomeus van der Vlucht (Lisse 1691 - Haarlem 1753).

Na zijn overlijden zette zijn zoon Willem (Haarlem 1732 - 1807) de grutterij voort.

In 1780 verkocht hij de grutterij aan Johan Matthias Greve (Emmerich 1750 - Urk 1801).

Hierna kwam de grutterij in handen van Johannes Ameschot (Gorinchem 1766 – Amsterdam 1851). De grutterij kreeg een uithangbord “De Son”.

Hij verkocht de grutterij op 16 april 1816 aan Johannes Leupen (Leiden 1767 - Haarlem 1817). Een jaar later overleed hij, waarna zijn echtgenote Christina Geertrui Reerink (Lochem 1781 – Haarlem 1841) een advertentie plaatste in de Opregte Haarlemsche Courant van 17 april 1817:

“Heden is, op het alleronverwagts, overleden, mijn waarde Man, JOHANNIS LEUPEN, in den ouderdom van 50 Jaren, na eene genoegelijke Echtverbintenis van zeven en een half Jaren, nalatende mij zwangere Weduwe en vier onmondige Kinderen, waarvan de oudste, uit een vorig Huwelijk verwekt, slechts acht jaren is; het vertrouwen dat zijn tijdelijk leven met een beter verwisseld is, is het eenigste wat mij in mijne droefheid kan troosten. Haarlem, CHRISTINA GEERTRUI REERINK, den 14. April 1817. Weduwe Joh. Leupen. NB. De Affaire en Grutterij zal provisioneel door mij gecontinueert worden, waartoe ik mij in een ieders gunst recommandeer”.

 

Haar zoon Hendrik Jan Leupen (Haarlem 1813 - 1880) volgde haar in 1839 op.

Rond 1860 werd de grutterij omgebouwd tot stoomgrutterij. In 1882 kwam de grutterij tot een einde en richtte het bedrijf zich op de groothandel in granen en zaden.

 

Informatie van Anton Bom, juli 2026