bouwjaar
verdwenen
molenaars
geschiedenis

In 1763 werd al melding gemaakt van een Grutterspoort in de Grote Houtstraat. Het woord “poort” wordt in Haarlem gebruikt als een benaming voor een steeg.

 

In 1773 is er sprake van “Een huys zynde een Grutterye, in het best van de Groote Houtstraat, met nog een Pakhuys en Stallinge voor 5 Paarden in de Grutterspoort”.

 

Vanaf 1797 werkte Philippus van Harreveld (Schermerhorn 1771 – Haarlem 1824) in deze grutterij. Hij woonde aan het Verwulft (Wijk 4 nr 44)

Hij werd opgevolgd door zijn zoon Bartholomeus Philippus van Harreveld (Haarlem 1798 – 1850), die in de Groote Houtstraat woonde (kadastraal C-1565, Wijk 4 nr 129) en er een winkel had.

Op zijn beurt werd hij opgevolgd door Hendrik Willem van Harreveld (Haarlem 1828 -1861) die op jonge leeftijd overleed. Zijn weduwe Lucia Elisabeth Knipscheer nam het bedrijf over totdat zij in 1863 hertrouwde met de grutter Hendrik Willem Riechmann (Haarlem 1834 – 1894) (soms gespeld Rijkman), een neef van Hendrik Willem. Zij woonden aan het Verwulft (Wijk 4 nr 44), maar gebruikten de winkel in de Grote Hoogstraat (Wijk 4 nr 129), later met het adres Grote Hoogstraat 164. Vanaf 1878 richtten zij zich op de verkoop van grutterswaren. In 1900 werkte P. van Hemert in de grutterswinkel, maar het bedrijf werd nog steeds de firma “Weduwe H.W. van Harreveld” genoemd.

 

Informatie van Anton Bom, juli 2026