bouwjaar
verdwenen
molenaars
geschiedenis

Op 14 maart 1673 verkocht Dirck Koijder, grutter binnen deze stad, voor fl.2700.- aan Gijsbert Jansz van Dalen: “Een huys met den Erve staende en leggende in de Achterstraet binnen deser Stadt, sijnde een grutterij met de grutmoolen daer in staende, Ende gereetschappen daer aen toebehoorende”.

 

Op 19 maart 1695 erfde Franica Sterrevelt, weduwe van Gijsbert van Dalen, en daarna hertrouwd met Lourens Croon, uit de nalatenschap van Gijsbert van Dalen:

Een huijs ende grutterij metten erven waerin deselve wonachtigh is, staende ende leggende

In de Achterstraet bij de St. Teunisbrugh binnen deser stadt, met alle de gereedschappen tot de voorsnoemde grutterij behoorende, gepryseert op vijf en twintigh hondert gulden”.

Arien Lourisz Kroon, erfde “de huijsinge ende grutterij met des erven ende appendentie ende dependentie vandien, als in staende ende leggende inde Achterstraet

 

In 1750 overleed Johannes van Steenwijk. Zijn zoon Jan Steenwijk erfde zijn deel van erfenis, ter waarde van fl.4000.-, bestaande uit:

Huis en Erve staende en geleegen in de Achterstraet by de Sainct Anthonis straet, genaemt de Amersfoortse Grutmoolen, ende nog een Stallinge met een Kaemer met haere erven, Staende ende geleegen neevens het voorschreeve huis, te zaemen althans uitmaekende een Compleete Grutterije met alle de soo vaste als Losse gereedschappen, daartoe eenigzins behoorende”.

 

Na het overlijden van Michiel van Steenwijk maakt zijn weduwe Maria Hessels in 1769 haar testament op, waarin zij de grutterij nalaat aan haar zoon Anthonie van Steenwijk.

 

Op 27 december 1828 verkocht Johannes Kukulus, grutter, wonende in Wijk 2 nr 329 aan Dirk Overvoorde (Delft 1807 - Den Haag 1893), grutter, wonende in Delft: 

Een huis en Erve genaamd de Amersfoortsche grutmolen, staande en gelegen in de Achterstraat, aan de Oostzijde, bij de Burgwal alhier, met een pakhuis en erve; het huis staande in Wijk 2 nr 329 en het pakhuis staande in Wijk 2 nr 328 met de vaste gereedschappen der gruttersaffaire in eerstgenoemd perceel aanwezig, item met de paarden, de grutterswagen en verder rijtuig, en voorts met al het overige toebehooren tot de gruttersaffaire, gelyk mede met het toebehooren der winkel in eerstgenoemd perceel geëxereeerd wordende”.

 

De koopprijs was fl.6000.-. Dirk Overvoorde betaalde fl.1000.- contant en fl.5000.-, geleend van Benjamin Nachenius wonende in Amsterdam. Zijn vader en schoonvader stonden garant.

 

Volgens een notariele akte werd in 1840 de schuld afgelost

In 1840 verkocht Dirk Overvoorde aan Fredrik Visser, rentenier in Amsterdam:

 “Huis, Erve, grond en verdere aanhorigheden, zijnde eene Grutterij, genaamd de Amersfoortsche Grutmolen, staande en gelegen te Haarlem voornoemd, in de Achterstraat, Wyk 2 nr 329, en in den perceels gewyzen kadastralen legger van de Gemeente Haarlem bekend sectie D. nr 2393, benevens Een huis of wel Pakhuis, stal, Erve, grond en verdere aanhorigheden, staande en gelegen te Haarlem voornoemd, in de Achterstraat Wyk 2 nr 328, en in gezegden perceels gewyzen kadastralen legger bekend sectie D. nr 2392, met alle de vaste gereedschappen, tot de in gezegden percelen uitgeoefend wordende gruttersaffaire behorende”.

 

Hierna werd Albertus Bots (Alkmaar 1824 – Haarlem 1867) de nieuwe grutter.

In 1867 verkocht Maria Niesten de grutterij van haar overleden man Albertus Bots aan Jan Hendrik Hanemeijer, koopman en winkelier, en zijn echtgenote Anna Maria Pinkse:

Een Huis, Erve, grond en verdere aanhorigheden, zijnde eene Grutterij, genaamd de Amersfoortsche Grutmolen, staande en gelegen te Haarlem voornoemd, in de Achterstraat, geteekend wyk 2 nr 329, en in den perceels gewyzen kadastralen legger van de

Gemeente Haarlem bekend sectie D. nr 2393, benevens Een huis of wel Pakhuis, Stal, Erve, grond en verdere aanhorigheden, staande en gelegen te Haarlem voornoemd, in de Achterstraat geteekend wyk 2 nr 328, en in gezegden perceels gewyzen kadastralen legger

bekend sectie D. Nr 2392, met alle de vaste gereedschappen, tot de in gezegden percelen

uitgeoefend wordende gruttersaffaire behorende.”

 

Cornelis Pinkse (Dordrecht 1832 – Den Haag 1914), de broer van Anna Maria Pinkse, ging hier werken als grutter.

Vanaf 1878 is er alleen sprake van een kruidenierswinkel in de Anthoniestraat 59. 

 

Informatie van Anton Bom, juli 2026

 

28-07-1703: Oprechte Haerlemsche courant
Den 6 Augusti, 1703, 's Namiddags ten 4 uuren, sal men tot Haerlem ten Huyse van Jan Mulraet in 't Heeren-Logement verkopen een groot Sterck Huys, met een van outs Neeringrijcke Grut- en Grossery daer achter, alwaer de Neering noch gedaen wert, met sijn Stalling voor 4 Paerden; staende tot Haerlem in de Achterstraet, waer de Amersfoortse Grut-Molen uythangt, achter uytkomende op de Burgwal. Ymant, Gading hebbende deselve uyt'er Hant te kopen, adressere sig in de voorn: Grut- en Gortery.

 

21-05-1840: Opregte Haarlemsche Courant

ZUIVERING van ONINGESCHREVEN HYPOTHEKEN. Uit een behoorlijk geregistreerd Exploict van den Deurwaarder bij de Arrondissements-Regtbank te Haarlem, JAN FRIEDERICH VORSS, aldaar wonende aan de Oudegracht, Wijk 4, No. 1022, in dato negentien Mei achttien honderd veertig, blijkt: 

1. Eene door den Notaris AEGIDIUS WALAARDT SACRÉ, alhier geformeerde en behoorlijk geregistreerde gecollationeerde Kopie van eene Acte van Koop, op den tweeden' dezer maand Mei, ten overstaan van denzelven Notaris en zijnen Ambtgenoot gepasseerd en behoorlijk geregistreerd, tusschen den Heer DIRK OVERVOORDE , Grutter en Winkelier, wonende binnen deze Stad, en den voornoemden Heer FREDRIK VISSER, Rentenier te Amsterdam, waarbij door eerstgenoemde is verkocht en aan den laatstgemelden is gecedeerd en getransporteerd , en door dezen in Koop is aangenomen een HUIS en ERVE, Grond en verdere Aanhoorigheden, zijnde eene Grutterij , genaamd DE AMERSFOORTSCHE GRUTMOLEN, staande en gelegen te Haarlem voornoemd , in de Achterstraat, geteekend Wijk twee, Numero drie honderd negen-en-twintig, en in den Perceelsgewijze Kadastralen Legger van de Gemeente Haarlem, bekend Sectie D , Numero twee duizend drie honderd drieën-negentig, ter grootte van een Roede negentig Ellen, benevens een Huis of wel Pakhuis, Stal en Erve, Grond en verdere Aanhoorigheden, staande en gelegen te Haarlem voornoemd in de Achterstraat, geteekend Wijk twee Numero drie honderd acht-en twintig, en in gezegden Perceelsgewijze Kadastrale Legger bekend Sectie D, Nummer twee duizend drie honderd twee-en-negentig, ter grootte van een Roede negen Ellen, met alle de vaste Gereedschappen, tot de. gezegde Percelen uitgeoefend wordende Grutters-Afaire behoorende, en zulks voor eene somma van Zes Duizend Guldens.