bouwjaar
verdwenen
molenaars
geschiedenis

Uit het register van de onroerend goed belasting (verpondingsregister, transcriptie door Dr. C.J. Matthijs) blijkt het volgende:

In 1714 verkopen Jacob en Cornelis Koij het voorhuis en grutmolen aan Johan Batenburgh.

Hij verkoopt het huis met grutmolen in 1723 aan Willem Cornelisz van den Bergh, die het bedrijf in 1728 afstaat aan zijn zoon Cornelis. Op zijn beurt verkoopt hij het bedrijf in 1800 aan Cornelis Jagt.

 

Cornelis Jagt biedt de grutterij te koop aan in 1810:

07-04-1810: Oprechte Haarlemse Courant 7 april 1810

“Uit de hand te koop: Een GRUTTERIJ, HUIS en ERVE, staande en gelegen binnen de Stad Gouda, op een der aanzienelijkste Grachten op de Oosthaven, waarin de Affaire onheugelijke Jaren met goed succes is geëxerceerd en nog wordt gecontinueerd; nader informatie te bekomen bij den Eigenaar Cornelis Zagt, in de voornoemde Grutterij, kunnende terstond worden aanvaard”. (N.B. Zagt is Jagt)

 

21-08-1819: Opregte Haarlemsche Courant,
Door verandering van Affaires, UIT DE HAND TE KOOP: 
Eene florisante GRUTTERIJ , waarin die Affaïre sedert onheugrijke jaren is geexerceerd en nog met fucces wordt gecontinueerd; staande en gelegen op de Oosthaven binnen de Stad Gouda; 
kunnende, des verkiezende, de helft der Kooppenningen per Kusting, a 5 pCt.interest,er op blijven gevestigd. — T. bevragen bij C. J. MOLEMAN van BREMEN te Gouda voornoemd.

De grutterij werd in 1810 gekocht door Cornelis de Jong. In 1820 wordt Adrianus Bogaerts, grutter, de nieuwe eigenaar. In 1823 koopt de rentenier en beeldsnijder Gerardus Jacobus Baron de grutterij, die hij in 1827 doorverkoopt aan Pieter (Petrus) Rost (Aarlanderveen 1794 – Gouda 1864), grutter te Bodegraven.

 

De oudere broer van Pieter Rost is Jacobus Rost die met zijn echtgenote Cornelia Spruit een grutterij hebben aan de Raam.

Vanaf 1851 is Pieter Rost melkverkoper en heeft hij de grutterij opgegeven.

 

 

bronnen

Informatie van Anton Bom, 26-04-2026