- bouwjaar
- verdwenen
- molenaars
- geschiedenis
-
Een welkome aanvulling op de werkgelegenheid vormde een grutterij, in 1702 als rosmolen gestart in de Kerkstraat. Latere eigenaren gingen over op stoomkracht en de eerste elektrische aansluiting in Geervliet gold ook weer de grutterij, toen al uitgebreid met een afdeling die peulvruchten verwerkte. Latere hoogbouw ontsierde het silhouet van Geervliet en in de fabriek, door de plaatselijke overheid tenslotte alleen nog maar gedoogd, werd niet meer geïnvesteerd.
Sloop volgde in 1985; ter plekke werd de enige nieuwbouw binnen de oude kern gerealiseerd. Inmiddels zijn ook de boerenbedrijven naar buiten de kom verbannen en vindt de bevolking voornamelijk werk in de industriegebieden van Botlek en Europoort. Tussen 1950 en 1960 vond al kleinschalige nieuwbouw plaats. Rond 1970 werd naar Geervlietse begrippen grootschalige woningbouw uitgevoerd, geheel buiten de oude kern. Verdere nieuwbouw was daarna vele jaren onmogelijk in verband met zoneringsbepalingen met betrekking tot geluidsoverlast van de aanpalende industrie van Botlek en Europoort.
Bron: Oud Geervliet, zie externe link voor meer.Grutter Dirk de Vos senior (Oud-Beijerland 1752 – Geervliet 1818) verhuisde na zijn huwelijk in 1773 in Maasluis naar Geervliet. In 1779 machtigde hij zijn schoonvader Hendrik Prooien in al zijn zakelijke affaires (notaris Aarnout Hoogendijk Roosendaal, akte 70, 09/10/1779). Volgens een andere notariële akte in 1781 was hij meestergrutter te Geervliet. In zijn testament liet hij aan zijn zoon Hendrik het vruchtgebruik van zijn huis en grutterij in de Kerkstraat te Geervliet na, inclusief drie paarden, wagens en gereedschappen (notaris Adrianus Rudolphus Kraijenhoff van de Leur, akte 42, 28/08/1810).
Zijn zoon Hendrik de Vos (Geervliet 1775 – Geervliet 1858) nam de grutterij over en was lid van de gemeenteraad van Geervliet in 1827.
In 1832 nam zijn zoon Dirk junior (Geervliet 1802 – Geervliet 1882) het werk in de grutterij over. In 1835 werd Hendrik benoemt tot hoogheemraad van "de Ring van Putten" (Nederlandsche Staatscourant, 7 december 1835).
Bij zijn overlijden in 1858 was hij lid van het polderbestuur. Dirk de Vos junior was niet alleen grutter, maar vanaf 1862 was hij tevens scheepsreder te Zwartewaal en mede-eigenaar van de sloep "De Twee Gezusters". Aart Johannes de Vos (Geervliet 1842 – Geervliet 1896) volgde zijn vader Dirk junior op. Hij werkte samen met de gruttersknechten Leendert van Noort en Minus Janson in de grutterij. Hij was verantwoordelijk voor de omschakeling van paardekracht naar stoomaandrijving. Bij zijn overlijden bevat zijn inboedel onder meer: woonhuis, stoomgrutterij, wagenhuis, paardenstallling en schuur aan de westzijde van de Kerkstraat in Geervliet. Na zijn overlijden in 1896 verkocht zijn weduwe Elizabeth Vijfvinkel de grutterij voor fl.14.000.- aan haar zwager Kornelis Gabriel Trouw in Nieuwenhoorn ten behoeve van zijn zoon Jacob Trouw (Nieuwenhoorn 1876 – Geervliet 1967).
In 1931 machtigde Jacob Trouw, fabrikant te Geervliet, enig eigenaar van de stoomgrutterij en spliterwtenfabriek aldaar, zijn zoons Kornelis Gabriel Trouw (Geervliet 1904 - Geervliet 1969) en Johannes Pieter Trouw (Geervliet 1907 - ?) in alle belangen van het bedrijf.
In 1941 bestond het bedrijf uit twee delen: 1) de boekweitgrutten- en boekweitmeelfabriek en 2) de erwtensplitterij, beide gevestigd in Kerkstraat A 54 in Geervliet (in: "De Organisatie van de Industrie"; bijlage van het weekblad "Economische Voorlichting", Nederlandse Kultuurkamer; Bibliotheek van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie).
Volgens een artikel in het Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard en IJsselmonde (11 oktober 1957) was de fabriek een zeer oud gebouw, waarin hypermoderne machines stonden opgesteld en waar 50 arbeiders werkten.
Informatie van Anton Bom, 28-03-2026