bouwjaar
verdwenen
molenaars
geschiedenis

Vlak voor hun huwelijk kochten Matthijs van Duren (Dordrecht 1800 – Wijk en Aalberg 1852)  en Geertruida Johanna Akerval (Dordrecht 1795 – Giesendam 1866) op 22 september 1828 de grutterij aan de Riedijk van zijn vader Nicolaas Willem van Duren.

 

In 1835 besloten zij de grutterij te koop aan te bieden in de Dordrechtsche Courant:

“PUBLIEKE VRIJWILLIGE VERKOOPING, in het Logement Nieuw Schoonzigt, buiten de gewezen Rietdijksche Poort, bij C. Smits, te Dordrecht, ten overstaan van den Notaris SCHULTZ VAN HAEGEN, residerende binnen gemelde stad, van eene welgelegen en sedert vele jaren met success gedreven GRUTTERIJ, genaamd DE VERGULDE LEEUW, bestaande in een hecht en sterk HUIS en ERF, bij uitstek goed ingerigt, zoo ter bewoning als tot uitoefening van de Grutters Affaire, benevens ene hechte, sterke en mede goed ingerigte GRUTTERIJ daarnaast, met de vaste Gereedschappen daarbij behoorende, staande en gelegen op den Rietdijk, nabij het Melkpoortje, binnen de stad Dordrecht, gereekend C nr 171, kadaster G nr 49 en 50. Zijnde een en ander zeer omstadig bij geaffigeerde Biljetten omschreven. Kunnende met 1 februari 1836 door den kooper worden aanvaard. En zijndete bezigtigen drie dagen voor de veiling en drie dagen voor den afsag, met een Consent-Biljet van voornoemde Notaris”.

 

Johannes Thierens (Dordrecht 1811 - 1881) werd de volgende eigenaar.

Hij plaatste een advertentie in de Dordrechtsche Courant op 29 mei 1866 waarin hij de grutterij te koop aanbood:

VRIJWILLIGE OPENBARE VERKOOPING, Ten overstaan van den Notaris H. SCHUYTEN, te Dordrecht, in het Koffiehuis van Zahn, bij Veiling op Zatrdg 2 en bij afslag op Zaterdag 9 juni 1866, beide dagen ‘s voormiddags ten half 12 ure, van eene hechte, sterke en in den besten staat onderhouden, in volle werking zijnde en zeer beklante GRUTTERIJ genaamd DE VERGULDE LEEUW, met het daarnaast staande en bijbehoorende hechte, sterke, in den besten staat onderhouden en door een ruime Huis- of Toonbank nering zich gunstig onderscheidend WINKELHUIS en ERF, te Dordrecht, op den Rietdijk, nabij het Melkpoortje en uitkomende op de Merwekade, en alzoo op een der gunstigst standen, geteekend C171, groot 2 Roe en 13 El. Het huis bevat een ruimen Winkel en behangen Kantoor met Stookplaats; onderscheidene behangen, met Stook- en Slaapplaatsen en groote Kasten voorziene Kamers, waarvan 3 geplafonneerd en 2 gelambrizeerd; Keuken met Fornuis en Rivier-Waterpomp; Kelder en Kleerzolder met Meidenkamertje en beschoten Dak.

Te aanvaarden 9 juli 1866 – Grondlasten 1866 fl.36.10-.

De VASTE GEREEDSCHAPPEN tot de Grutterij behoorende, zijn onder de verkooping begrepen; terwijl de LOSSE GOEDEREN en GEREEDSCHAPPEN tot den Winkel en de Grutterij behoorende, alsmede het PAARD en de WAGENS, door den kooper moeten worden overgenomen, voor eene bij de veiling op te geven som.

Te bezichtigen op 30 en 31 mei, 6 en 7 juni 1866 van 10 to 12 en van 2 tot 5 ure met een Consent-Biljet van den Notaris SCHUYTEN”.

 

Johannes Lambertus van Ooijen (Dordrecht 1823 – 1894) werd de nieuwe eigenaar. Hij was oorspronkelijk kantoorbediende, maar schoolde zich om tot grutter.

Bij zijn overlijden was hij graanhandelaar in Dordrecht.

Zijn broer Lambertus Johannes van Ooijen werkte als grutter in de grutterij “Het Bonte Paard” op de Voorstraat



bronnen

onderzoek door Anton Bom, juli 2026

nog waarneembaar

gevelsteen in achtergevel Riedijk nr 20 (waarschijnlijk het huisnummer van vroeger)

D:GRUTTERY VAN DE
VERGULDE LEEU ANNO 1769

NB.De pentekening van de gevelsteen is uit de collectie van het Regionaal Archief Dordrecht,
inventarisnr 551_30549