bouwjaar
verdwenen
molenaars
geschiedenis

28-05-1846: Opregte Haarlemsche Courant

OPENBARE VERKOOPING, te Klundert, in de Stads Herberg, ten overstaan vanden aldaar gevestigden Notaris C. W. MARIS, van de navolgende ONROERENDE GOEDEREN:

In pacht bij  J. Knook, tot Stoppel tijd 1850, voor de jaarlijksche pachtsom van ƒ 210,21. Een ZESTIENDE AANDEEL in de MEESTOOF, staande onder de Klundert, Sectie B No. 287. In gebruik te aanvaarden dadelijk bij de toewijzing. Van welke Goederen de veiling zal geschieden op Maandag den 22sten Junij 1846, en de finale verkoop den 22sten Junij daaraanvolgende, des namiddags om 3 ure. 

 

20-08-1853:

De meester-timmerman Johannes Eland Lzn. vroeg namens de portionarissen der Klundertse meestoof d.d. 20 augustus 1853 beleefdelijk om voor het verkrijgen van zuiver water voor het stoomwerktuig in de meestoof een riool van gebakken of kannen buizen naar een te metselen  put te mogen leiden, geheel door de vaste grond en volstrekt buiten aanraking met de poldersloten, 'zullende de adressant zorg dragen, dat na de plaatsing de kade weder behoorlijk wordt gedigt en bezood, en dat voor den polder niet het geringste bezwaar overblijft'. 

Bron: JAARBOEK DE GHULDEN ROOS 1993 Meesterstoomwerken van Fijnaart en Heijningen