- bouwjaar
- verdwenen
-
afgebroken
- geschiedenis
-
In 1699 verzochten Heyndrick Pauwelse en Adriaan Haack, kooplieden te Middelburg, om op de stadswal van Tholen een windgortmolen te mogen oprichten op de hoek van de wal bij de Kruittoren. Zij vroegen en kregen het octrooi voor de windpellerij in Tholen, en maakten gebruik van Hollandse arbeiders.
28-08-1704: Oprechte Haerlemsche courant
De erfgenamen van Simon Verseyde en Adriaen Buys praesenteren, uyt' er hant te koop een extraordiniaire Achtkante Pelde-Garst-Molen, 'met een Packhuys daer aen, beyde omtrent 3 Jaren nieu gebout; voorsien met dubbelde Gereetschappen soo als deselve tegenwoordig bemaelt 'wert; staende tot Ter Toolen op de Stads Vest : - Nader Onderrichting is tot Ter Toolen by den Notaris Wallenburg en Simen Beylant, tot Rotterdam by Maerten van Egmont by de Vis-Marckt, en tot Overschie by Adriaen buys.
De molen wisselde vaak van eigenaar, zoals in 1701, 1709 en 1714. In 1717 werd de pelmolen op £ 525 getaxeerd. In 1734 overleed de eigenaar met grote financiële zorgen en verkeerde de molen in slechte staat. Een viertal nieuwe eigenaren liet de molen in 1738 herstellen, men sprak zelfs van herbouwen. Een geschil met de molenaars in Middelburg werd opgelost door de verklaring dat te Tholen alleen "gepelde gort, gepaerelde garste of rellel" verhandeld zou worden.
In 1773 werd Jordan Baas uit Middelburg als meesterknecht aangesteld, nieuwe eigenaren waren toen Abraham Codin en twee Middelburgers. In 1775 werd een achttal eigenaar, waaronder een predikant, een tweetal schout bij nachts, een kapitein ter zee en de directeur van de Commerciecompagnie, de molen was toen £ 1600 waard.
In 1785 werd de molen tot de grond toe afgebroken.
Bron: De Windmolen 22, 1980: "De molens van de stad Tholen", J.P.B. Zuurdeeg. Verzameling H. van der Kaay.