bouwjaar
verdwenen
molenaars
geschiedenis

Willem Noteboom (Utrecht 1703 – Montfoort 1785) liet in 1721 een grutterij bouwen in Montfoort.

Carel Parmentier, Heer van Heeswijck (de eigenaar van molen “de Valk”) was hier niet blij mee en diende de volgende klacht in: “Willem Neuteboom sig onderstaen heeft een rosmolen in de Stadt van Montfoort op te richten; derhalve wordt den verthoonder genoodsaeckt sigh te keeren tot de Gedeputeerde Statten ‘s Lands van Utrecht, reverentlyk versoeckende, dat Uedele Mogendheden den gemelden Neuteboom gelieve te ordoneeren den voorzegde Rosmolen binnen den tijd van ses weecken af te breecken, ende te amoveeren met interdictie van midderwijle eenige boeckwyt off ander corn op deselve molen te laten malen, op poene van vijf en twintigh oude dubbele Nederlandsche Ryders tegens de Heeren van den Lande te verbeuren”. Dit verzoek werd niet ingewilligd.

 

Willem Noteboom was een ondernemend zakenman: in 1733 kocht hij van Beatrix van Aelst een huis en grutterij staande aan de Singel bij de Weerdpoort in Utrecht. Zijn vader Willem Nooteboom de Oude stond borg.

 

Willem plaatste in de Amsterdamse Courant van 20 augustus 1743 de volgende advertentie

Te huur of te koop zeeker Huyzinge met zyn Erf en Tuyn, nevens een compleet Baenhuys agter de voorschreven huyzinge met alle desselve Gereedschappen tot een compleet Baenhuys behoorende; staende ‘t gemelde Huys binnen de stad Montfoort op de Hoogstraet op de hoek van de Agterstraet: lemand onderrigtinge begeerende spreeke met Willem Noteboom Meester-Grutter, tot Montfoort”. Een baanhuis is een werkplaats.

 

Dit leidde echter tot niets en hij bleef in Montfoort, waar hij vanaf 1744 een van de schepenen was.

Zijn zoon Pieter Noteboom (Montfoort 1748 - Montfoort 1826) volgde hem op.

 

In 1819 besloot hij de grutterij te verkopen hetgeen blijkt uit deze advententie in de Utrechtse Courant van 25 oktober 1819:

“Bij exploit van den Deurwaarder J. F. PIERSON, in dato heden, behoorlijk geregistreerd., blijkt dat vanwege JOHANNES DOMMERSHUIZEN Senior, Winkelier te Utrecht, aan den Heer Officier bij de Regtbank. van Eersten Aanleg alhier, is beteekend en kopij gegeven eener acte, waabij den 22. dezer ter Griffie van de Regtbank is gedeponeerd de gecollationeerde kopij van een acte den 2. dezer voor den Notaris Cornelis Johannes Nagtglas en getuigen alhier gepasseerd, mede geregistreerd, waarbij PIETER NOTEBOOM, Grutter te Montfoort, aan voornoemde Dommershuizen heeft verkocht eene Grutterij, No. 220, en Huis cum annexis, op de Hoogstraat te Montfoort, voor den prijs van fl. 2500.-, boven de lasten en kosten; en dat extract, daarvan is aangeplakt, alles volgens art. 2194 van het Burgerlijk Wetboek, tot zuivering der legale Hijpotheken. Voor Extract conform te Utrecht den 23. October 1819. J. J. VAN LEEUWEN, Procureur”.

 

Zijn zoon Johannes Dommershuizen junior (Utrecht 1796 – Montfoort 1881) werkte daar als grutter tot 1862, waarna hij naar Amsterdam vertrok, maar later weer terugkeerde naar Montfoort.

 

 

bronnen

Informatie van Anton Bom, 30-04-2026