bouwjaar
verdwenen
verplaatst
verplaatst naar
molenaars
geschiedenis

De bij de Hartenplaats behorende ros-oliemolen (sectie F perceel 3-Bis, C92B [?]) was op enig moment na 1832 in bezit van Jan Dolman, de tweede man van Evert Jans vrouw, Teuntje Eggink.
Rond 1860 werd de molen vervallen verklaard en verdween uit het kadaster.
Bron: onbekend.
-----

Een voorvader van mij bemande deze olierosmolen bij Toldijk. Ik kan op basis van gevonden stukken melden dat deze er in ieder geval in 1771 al stond. Waarschijnlijk al (iets) eerder, want in 1771 wordt mijn voorvader Garrit Evers de olijslager genoemd. De molen stond ten zuiden van de huidige boerderij, op de plaats waar nu een houten schuur staat.
De molen was eerst eigendom van een grootgrondbezitter, tevens eigenaar van landgoed 't Holtslag, maar in 1831 erfde Garrits kleinzoon (Teunis Hartman 1815-1882) "de opstal van de paardenoliemolen". Inmiddels was deze dus op enig moment door de familie gekocht, echter zonder de grond eronder.

De molen bleef daar tot 1857. Toen werd deze door een stiefbroer van deze Teunis (Jan Harenberg) 2,5 km verhuisd naar zijn eigen boerderij: Dolleman, Dollemansstraat 12, Baak.

Alice Garritsen, 2 sept. 2021, De Toldijkse familie Hartman, 19 okt. 2019.

 

In het archief van de Inspectie der Registratie en Successie te Zutphen is te lezen dat op de inspectiedatum in 1831, de omschrijving van de molen ten tijde van de inspectie luidt als volgt Oliemolen door een paard bewogen. Is een klein, slecht onderhouden locaal, ten deele van steen en klei, 1 paar kleine steenen tot het breken van zaad, 1 koppel hijen tot het persen der olie met 1 fornuis. Bron: Het boekje Archief 1975, uitgegeven door het Orgaan van Oudheidkundige Vereniging 'De Graafschap', Meester Hendrik Willem Heuvel Stichting, G.A. van der Lucht Stichting, pagina 128/129

Informatie van Caroline Schaeffer, 23-02-2026