bouwjaar
verdwenen
verbrand 6/7 januari 1654
molenaars
geschiedenis

De molen was duidelijk verhoogd en stond midden in het dorp. Bij de grote brand van De Rijp in 1654 verbrand (zie ook dbnr. 16167), samen met de hennepklopper waar de brand was ontstaan.


'Het molentje van Lou Ruts staet als een gloeiende lantaren met vlammen vervult en de brandende hennipbossen daar uyt barstende ontsteekt 't al rontom.'

Bron: tekening en beschrijving van de brand van De Rijp in de nacht van 6/7 januari 1654, in Leeghwaters Haarlemmermeerboek. Aangezien Leeghwater toen al vier jaar was overleden, werd de tekst van dit deel geschreven door de uitgever Jan Philipsz. Schabaeltje uit Amsterdam!
-----

Zeer waarschijnlijk werd voor deze molen de volgende windbrief (het recht om een molen te mogen bouwen en exploiteren) verstrekt:

Op 22 december 1615 werd voor de erfpachtsom van 10 schelling een windbrief voor een hennepkloppersmolen (staartmolen) te De Rijp verstrekt aan Laurens Rutgersz., van De Rijp.
Bron en algemene informatie: www.gahetna.nl, index Grafelijkheidsrekenkamer: windrechten (molens)

Helemaal zeker is het niet, maar de naam van de aanvrager, de functie van de molen en de afwezigheid van een nadere plaatsbeschrijving (gewoon 'De Rijp', niet 'ten zuiden van het dorp' o.i.d.) maken het zeer waarschijnlijk. Opmerkelijk is wel de lage erfpachtsom t.o.v. de hennipkloppers die enige jaren later gebouwd werden. Mogelijk was het inderdaad een 'molentje'. Het bouwjaar van de molen is uitsluitend gebaseerd op deze windbrief.

 

02-03-1954: Zutphens dagblad voor de Graafschap en Veluwezoom

Zeshonderd huizen in as gelegd Op deze dag, 6 Januari 1654, waait het de gehele dag flink en inde avond neemt de wind zelfs zo toe, dat vele molens zonder zeilen door de vang lopen. Molens waren er genoeg in De RIJP. Waren deze molens immers niet mede de grondslag van de grote bloei van de gemeente? Vooral de zg. hennepkloppers waren van groot belang. Deze molens waren van stampers voorzien, die de hennep bewerkten. Eén van deze hennepkloppers was aan de Zuidzijde van het dorp gelegen, Men had de molen zo ver uit de bebouwde kom neergezet, dat hij voor de omgeving geen gevaar kon opleveren. Zo meende men althans. Bij de sterke wind op Driekoningenavond liep ook deze hennepklopper door de vang. Om het lichten en slaan van dë zeilen te voorkómen had men de molenwieken met houten borden bekleed. Deze uitvinding van voor enkele jaren werd de molen echter noodlottig. De wind, die vat kreeg op de met houten borden bezette molenroeden, gaf de wieken zo’n geweldige vaart, dat er geen houden meer aan was en het stoppen ónmogelijk werd. Om half elf ’s avonds liep de zaak dan ook warm en brak er brand uit. De molen, welke geheel gevuld was met hennepbossen, stond ineen ogenblik in lichterlaaie. De bossen hennep, voortgedreven door de Zuid-Westerstorm, vlogen als fakkels over het dorp.