bouwjaar
verdwenen
molenaars
geschiedenis

Het huidige dorp Veenhuizen is tot ontwikkeling gekomen als "kolonie" van de negentiende eeuwse Maatschappij van Weldadigheid, die werkzaam was vanuit de Hoofdvestiging Frederiksoord.

In 1823 kreeg deze instelling, die zich ten doel stelde "de toestand der armen en der lagere volksklassen te verbeteren", toestemming om in Veenhuizen drie "gestichten" en een korenmolen te bouwen. De korenmolen hoorde bij het tweede gesticht, dat in het voorjaar van 1825 geheel klaar en ingericht was. De koloniƫn van De Maatschappij waren wereldjes op zich zelf, met eigen school, winkel, kerk, boerderijen en bedrijfjes en de molen maakte daar vanzelfsprekend onderdeel uit. In 1859 werd Veenhuizen overgenomen door de staat en aangewezen als bedelaarsgesticht.

 

Tussen 1828 en 1837 wordt de molenaarswoning gebouwd welke in 1865 vergroot wordt. Deze stond ten oosten van de molen.  (info van Jens Schuurs, 17-05-2026

Op 28 Februari 1860 werd de molen door een storm vernield, maar daarna in grotere en betere vorm herbouwd, een achtkante bovenkruier met stelling, riet gedekt met stenen tussen en onderstuk

 

04-03-1860:  Nieuwe Rotterdamsche courant : staats-, handels-, nieuws- en advertentieblad

De korenmolen te Veenhuizen is den 28 ten Februarij door een rukwind omver en tot splinters geworpen , gelukkig zonder verder onheil te weeg te brengen , dat ligt het geval had kunnen zyn, daar gewoonlijk twee of drie menschen daarop werkzaam waren. 

jnjv