bouwjaar
verdwenen
eigendomshistorie

Pachters van de molen : 
Jan Peterszoon van Hardenberch = genoemd in 1640 
Claes Vredenburch = genoemd in 1675 
Maarten Janssen Timmer = genoemd in 1678 
Jan van Rijn = genoemd in 1728 
Hillebrand van Schaardenburg 1733-1734

Adrianus van Berkesteijn = 1748 tot 1754 
Willem en Jacobus van Berkesteijn = 1754 tot 1756 
Arien Vermeer = 1756 tot 1762 

Leendert de Pater = 1763 tot 1771 

Tekst: Mike D. Ekelschot.

molenaars
geschiedenis

De molen komt al voor op een kaart uit 1615.

De korenmolen was oorspronkelijk een dwangmolen, waar de boeren uit Harmelen, Reijerscop-Creuningen en St.Pieter, Kamerik-Houtdijken en een gedeelte van Vleuten tot de Franse tijd (1795) verplicht waren hun graan te laten malen. De molen was eeuwenlang het eigendom van de ambachtsheer van Harmelen, die de molen in erfpacht uitgaf.

Bron: "Molens in het Stichts-Hollands grensgebied", door E. Stoop, in "Heemtijdinghen", orgaan van de Stichts-Hollandse Historische Vereniging, september 1991. Molen nr. 6110. Info van H. van der Kaay.

 

De Harmelense molen was ook een aantal jaren in handen van Hillebrand van Schaardenburg.

Hillebrand was al koornmolenaar te Harmelen toen hij op 28-10-1733 / 04-05-1734 de Harmelense koornmolen (een molen in de Harmelenwaard ten noorden van de Leidsevaart, op grond van de heer van Harmelen) en huijsinge kocht voor een bedrag van 2800 gulden van Willem van Eck, dan koornmolenaar te Linschoten. (NL-WdRHCRL, Beheersnummer: W228; Archief: Gerecht Harmelen c.a. (oud-rechterlijk); Schepenakten Harmelen, 1734 – 1734; Inventarisnr. 720; Aktenr. 45)

In 1739 zet Hillebrand van Schaardenburg de achtkantige molen te koop (20-07-1739, Amsterdamse courant, Delpher). In 1741 verkoopt hij de molen met woonhuis aan Paulus van Schi(e)veen, dan al korenmolenaar op de molen te Harmelen, die molen en woonhuis in 1743 weer verkoopt aan Adrianus van Berkesteijn.

Informatie van A. Brom, 03-10-2024