bouwjaar
>
verdwenen
molenaars
geschiedenis

Op 24 maart 1695 werd voor de erfpachtsom van 6 pond een windbrief (het recht om een molen te mogen bouwen en exploiteren) voor een korenmolen (een nieuwe molen van steen) verstrekt aan Arij Kooijer, van Hellevoetsluis.
Bron en algemene informatie: www.gahetna.nl, index Grafelijkheidsrekenkamer: windrechten (molens).

Wellicht is de stenen molen iets later geplaatst, tijdens de herinrichting van het fort. Op twee verschillende kaarten van Heyman van Dijck rond 1695-1697 staat een standerdmolen (zie voorganger) terwijl op een derde kaart van zijn hand uit dezelfde periode de stenen molen staat (detail zie onder).

Op de laatste tekening, een detail van een plan uit 1796 is te zien waarom de molen rond 1801 is vervangen door de bestaande molen op een nieuwe positie: over de standplaats van de 'koornmolen' is een nieuw droogdok geschetst dat later ook daadwerkelijk gerealiseerd is.

-----

Cornelis Bul (Hellevoetsluis 1706 – Hellevoetsluis 1766) woont in 1723 op de nieuwe Hellevoetse korenmolen binnen de fortresse van Hellevoetsluis.

In 1745 wordt hij eigenaar van 4/5 van de korenmolen, gelegen in het Hollands bolwerk in Hellevoetsluis, voor 4000 carolus guldens. Hiervoor leent hij 3000 carolus guldens van Pieter Pieterman, schepen, welke schuld hij in 1766 aflost.

In 1759 is hij 500 carolus guldens verschuldigd aan het gemeneland van Holland en West-Friesland Hij gebruikt zijn korenmolen in het Hollands Bolwerk in Hellevoetsluis als onderpand.

In 1766, na het overlijden van Cornelis Bul, verkoopt zijn weduwe Trijntje Langestraet, wonende in Brielle, de molen aan Cornelis Landheer (Geervliet 1741 – Hellevoetsluis 1781-1783), mede wonende in Brielle, een korenmolen in het Hollands Bolwerk in Hellevoetsluis voor een schuldbrief van 9000 guldens en nog 1525 gulden en 4 stuivers contant. Hij zal de Schuld aflossen met 200 gulden per jaar. Zijn vader Hugo Landheer, korenmolenaar in Geervliet en zijn broer Jacobus Landheer, korenmolenaar in Brielle, staan borg.

In 1768 is ook Cornelis Landheer 500 carolus guldens verschuldigd aan het gemeneland van Holland en West-Friesland Hij gebruikt zijn korenmolen in het Hollands Bolwerk in Hellevoetsluis als onderpand

Nadat Cornelis Lantheer en zijn vrouw Jannetie Kooymans zijn overleden, verkopen de voogden van hun kinderen en erfgenamen in 1783 de korenmolen op de westzijde van de Walle in het Hollands Bolwerk aan Dirk Landheer (Geervliet 1754 – Hellevoetsluis 1826) voor 4500 gulden contant en een schuldbrief van 4000 gulden en overname van een schuldbrief van 6000 gulden.

Dirk Landheer leent de 4500 gulden van Gerrit van Weye, wonende te Delft, die hij met 200 gulden per jaar met rente zal aflossen met de molen als onderpand. Leendert van Onsele, Ariaantje de Man, weduwe van Hugo Lantheer, Jacobus en Adrianus Lantheer staan borg.

In 1796 verklaart Dirk Landheer, eigenaar van de korenmolen van Hellevoetsluis, ten behoeve van het gemeneland van Holland en West-Friesland, een hypotheek te nemen op zijn molen voor 500 gulden om eventuele boetes te verhalen, 

(Bestaande molen)

In 1798 wordt J. Blanken aangesteld als directeur van de grote sluis- en dokwerken in Hellevoetsluis. In zijn journaal beschrijft hij zijn interacties met Dirk Landheer.

In 1799 werd overeengekomen met Dirk Landheer dat fl.9500.- zou worden uitgekeerd voor het verplaatsen van zijn molen (van het Hollands bolwerk naar het Haarlems bolwerk) en op welke locatie de nieuwe molen zou worden gebouwd. De verplaatsing vond plaats in 1800.

Zie detail van de plattegrond van het dok met alle aangebrachte verbeteringen door J. Blanken voor de Raad der Marine van de Bataafse Republiek (Nationaal Archief).

In 1826 verkoopt Dirk Landheer, korenmolenaar te Hellevoetsluis, de korenmolen met schuur en erf voor de som van fl 18,000.- aan zijn zoon Gerrit Landheer (Hellevoetsluis 1796 – Hellevoetsluis 1868), korenmolenaar te Hellevoetsluis sinds 1814, en aan Hugo Vermaas (Spijkenisse 1798 – Rotterdam 1872), korenmolenaar.

In 1845 verkoopt Gerrit Landheer zijn helft van de molen in Hellevoetsluis aan Hugo Vermaas en werd hij broodbakker.

Rond 1855 neemt Johannis Vermaes (Hellevoetsluis 1834 - Hellevoetsluis 1881) het werk op de molen over. Na zijn overlijden verkopen zijn erfgenamen de molen op een veiling.

 

In 1885 wordt Cornelis Ooms (Kralingen 1852 - Hellevoetsluis 1906) de nieuwe molenaar. 

Het zat hem niet altijd mee. De Rotterdamsche Courant van 7 januari 1898 berichtte het volgende: “Te Hellevoetsluis had gisternamiddag een ongeluk plaats. Terwijl de korenmolenaar met zijn wagen met paard, geladen met 20 zakken mais, op de Haven de brug afreed, kwam hij met paard en wagen in de Haven terecht met het noodlottig gevolg, dat het paard van fl.400.- verdronk. De molenaar zelf werd ernstig verwond, doch werd spoedig op het droge gebracht”.

Na zijn overlijden werkt zijn echtgenote Philippa van Boom (Leiden 1865 – Den Haag 1939) tot 1912 op de molen als korenmolenaarster.

Informatie van Anton Bom, 13-04-2026