bouwjaar
verdwenen
In januari 1867 bleef bij een brand de schade beperkt, maar tijdens een zware onweersbui in de nacht van 8 op 9 april 1867 brandde de houten molen geheel af en werd niet meer hersteld.
eigendomshistorie

1845: molenaar Gerard Cornelis van Altena

1856: Nieuwe eigenaar was Leendert Anthony van der Meulen, die de molen tot 1864 in bezit heeft gehad.

1864: In 1864 werd Gerrit Struve (1822–1872) de nieuwe eigenaar

molenaars
geschiedenis

Gerard Cornelis van Altena, (1809-1856) werkte eerst bij zijn vader Johannes van Altena (1775-1849) op molen de Leeuw aan de Molenweg in Zeist. Vanaf 1834 werkte hij daar alleen. 

Gerard Cornelis van Altena, gehuwd met Gerrigje van Essen (1804–1855)

In 1836 verkocht Johannes van Altena molen de Leeuw aan Willem J.A. van Romondt.

08-08-1845: Op 8 augustus 1845 kreeg molenaar Gerard Cornelis van Altena vergunning om een houten stellingmolen te kunnen bouwen op de hoek van Voorheuvel-Bergweg. 

Een lang en arbeidzaam leven was de molen niet beschoren. Gerard Cornelis van Altena, gehuwd met Gerrigje van Essen (1804–1855), kreeg in 1845 vergunning voor de bouw van een molen op een kleine heuvel op de hoek van de Voorheuvel en de Jagerlaan. Deze houten molen droeg de naam ‘De Hoop’.
Rekesten door Jan Everard de Pesters aan de burgemeester van Zeist en de gedeputeerde staten van
Utrecht inzake de verplaatsing van een molen en het rooien van bomen aan de Koppeldijk, en inzake zijn
aanslag in het onderhoud van genoemde dijk, met beschikkingen, 1855-1865

1856: In 1856 vond op molen ‘De Hoop’ een ernstig ongeval met een molenwiek plaats waarbij doden waren te betreuren onder wie Johannes Willem van Altena (1831–1856), zoon van Gerard Cornelis.  De laatste was ook bij het ongeval betrokken en zou later in dat jaar aan zijn verwondingen overlijden. Molen ‘De Hoop’ werd na het ongeluk verkocht door Carolina Weller, de jonge weduwe van Johannes Willem.  De nieuwe eigenaar was Leendert Anthony van der Meulen, die de molen tot 1864 in bezit heeft gehad.

 

03-08-1863: Algemeen Handelsblad

UTRECHT, 1 Augustus. Omtrent het jammerlijk ongeluk dat Donderdag namiddag te Zeist plaats had, wordt ons nog medegedeeld, dat de roede die van den molen van P. van Eede op den Heuvel afbrak een gedeelte van de gaanderij medesleepte. Juist was daaronder de kindermeid van den Heer Koning, die met zijn gezin op den molen voor den zomer kamers had gehaurd, met drie kinderen één van 4, één van 2 en één van 1 jaar, de twee jongste in een steekwagentje gezeten; deze waren juist de deur uitgekomen , toen het gevaarte naar beneden stortte. Het kind van 2 jaar was dadelijk dood, dat van 4 jaar had evenzeer breuk der hersenpan, zoodat het weldra bezweken was; ook het jongste werd gewond, maar or is toch hoop, dat nog te behouden. De meid werd vreeselijk getroffen; aan het achterhoofd had zij eeno zwaro kwetsuur, een been werd gebroken, zoodat de beenderen uit het vleeseh staken; daarbij had zij eene hersenschudding; zij is nog in levensgevaar. Geneeskundige hulp was dadelijk bij de hand; de Chirurgijn Costerman was er spoedig, ook Dr. Middelburg en de Chirurgijn Cramer uit Utrecht, die toevallig op Zeist waren. Dr. Snellen, die afwezig was, kwam ook later. Men heeft geholpen voor zoo ver dit kon; er was echter slechts aau het jongste kind en aan de dienstmeid eenige hulp aan te brengen. Hoe radeloos de ouders waren laat zich wel begrijpen maar niet beschrijven. Het oadste kind, ofschoon nog zoo jong, had reeds blijkbaar veel muziekaal talent.

De molenroede was zeer vermolmd; trouwens het was een oude kap, die op den molen was geplaatst.

 

1864: In 1864 werd Gerrit Struve (1822–1872) de nieuwe eigenaar van molen ‘De Hoop’. 

1865: molen ·"De Hoop " aan de hoek van de JagerIaan en Achterheuvel is er destijds geveild. kort vóór de brand.

12-04-1867: Leydse courant

Maandag avond is te Zeist de aan den Heuvel staande korenmolen mei woonhuis afgebrand. Men is er in geslaagd de daarbij slaande bierbrouwerij en kleinere percelen le behouden. Waarschijnlijk is de molen door den bliksem getroffen. 

Nadat de molen in 1867 door brand was verwoest liet hij verderop aan de Van Reenenweg molen ‘De Vriendschap’ bouwen.