bouwjaar
verdwenen
11 augustus 1878 verbrand
eigendomshistorie

De molen werd gebouwd voor Johannes Knippenberg.

Laatste eigenaar was G.H. Hietbrink.

geschiedenis

Later werd hij ook oliemolen en vanaf 1863 run- en pelmolen. 

 
25-04-1818: Opregte Haarlemsche courant
Te Dusborgh aan den Yssel, zal in Junij aanstaande publiek worden geveild: Eene Wind-, Olie- en pelmolen, met daartoe behorende Huizinge, Zolders en Gronden, staande aldaar wel ter Nering, voorzien van goed debet, en gunstig gelegen ter bekoming der grondstoffen uit de eerste hand, door den Eigenaar sedert ruim dertig jaren niet zonder succes gedreven, kunnende een deel der kooppenningen daarin blijven gevestigd. 

 

1830: In het archief van de Inspectie der Registratie en Successie te Zutphen is te lezen dat op de inspectiedatum rond 1830 deze molen een wind-, ros-, olie- en pelmolen was. De eigenaar was op dat moment Otto Breuking, olijslager te Doesborgh. De omschrijving van de molen luidt als volgt: Deze voor weinige jaren nieuw gebouwde molen, bevindt zich even buiten de stad aan de rivier de IJssel. De windmolen dubbeld werk zijnde, werkt met een paar steenen, zes stampers en twee pannen terwijl de paardenmolen ordinair werkt, slechts een paar kleine steenen, een stamper en pan heeft. Dezen met de pelmolen bevinden zich in eene zeer goede staat van bruikbaarheid.

Bron: Het boekje Archief 1975, uitgegeven door het Orgaan van Oudheidkundige Vereniging 'De Graafschap', Meester Hendrik Willem Heuvel Stichting, G.A. van der Lucht Stichting, pagina 124

 

14-08-1878: Zutphensche courant, 

De houten molen en bergplaats van eikenschors, van den heer G.J. Hietbrink te Doesborgh, is Zondag namiddag een prooi der vlammen geworden.

Naar men zegt, ontstond de brand door het sterke malen. Ongeveer duizend mudden eikenschors waren in den molen en in de aangrenzende schuur aanwezig. De schuur zoowel als de molen brandden tot den grond toe af. Door krachtige pogingen van de brandweer, door het garnizoen bijgestaan, bleven de nabij zijnde woningen gespaard.

De brandende schors verspreidde zich tengevolge van den sterke Westenwind over de gracht, waardoor twee huizen op de wal begonnen vuur te vatten. Spoedig werd daar echter het vuur bedwongen.