bouwjaar
bestemming

Het malen van graan, thans op vrijwillige basis

omwentelingen
eigendomshistorie

De Stichting Erfgoed Rotterdamse Molens is eigenaar sinds 21-12-2016, daarvoor was dat de gemeente Rotterdam sinds 1959.

geschiedenis

In april 1723 werd de eerste steen voor deze molen gelegd. Ruime 300 jaar later staat deze molen er nog altijd. 

Aan het begin van de 20ste eeuw raakte 'De Zandweg' buiten bedrijf en kwam in verval. Toen de gemeente Rotterdam de molen in 1959 aankocht verkeerde deze in desolate toestand.

De restauratie begon in 1960 en werd voltooid in 1962. Het was een flinke klus, want na al die jaren van verwaarlozing moesten o.a. balie (stelling), kap en wiekenkruis geheel vernieuwd worden. Bij deze gelegenheid werd helaas het maalderijgebouw/pakhuis dat tegen de molen aan gebouwd was, gesloopt.
Hoewel dat wél de bedoeling was geweest, kwam deze molen toen niet meer in bedrijf. Men had beide roeden ook voorzien van fokken, opdat de molenaar zoveel mogelijk wind zou kunnen benutten. Het heeft niet zo mogen zijn. 
Die restauratie overigens is betaald uit de verzekeringsgelden van de in 1954 afgebrande Rotterdamse molen De Noord. De afwikkeling daarvan had geruime tijd in beslag genomen.

De molen kwam dan niet meer in bedrijf: gedraaid werd er wel, zeker toen vrijwillig molenaarschap eenmaal in opkomst was. 

Beneden staat een koppel stenen opgesteld met het zgn. gatenscherpsel; afkomstig uit België, hier geplaatst in 1962 en bedoeld om veevoer te malen. Dit heeft echter nooit plaatsgevonden.
Op de eerste zolder staan diverse oude onderdelen van verschillende molens uit de regio opgesteld. 

In februari 2019 zette men de molen stil, nadat gebleken was dat beide roeden in minder goede staat verkeerden. In september 2019 kreeg deze molen nieuwe gelaste roeden en was daarmee weer maalvaardig. Overigens 'verhuisde' de afkomende buitenroede voor de helft naar Nuenen, om daar bij De Roosdonck als staartbalk aan een tweede leven te beginnen. Dergelijke vormen van herbruik waren vroeger algemeen (maar hebben ook nu nog zin). 

Opmerkelijk hier is het gietijzeren kruiwerk. Het kwam in zuidelijk Zuid-Holland vaker voor, onder meer in 't Vliegend Hert te 's -Gravendeel, De Lelie te Puttershoek, de Ons Genoegen te Alblasserdam (in brons) en de Nieuwe Molen te Mijnsheerenland. In de regel gold een dergelijk werk als 'niet te kruien', maar er zijn ook bronnen die melden dat dit, mits goed afgesteld, soms zonder problemen werkte. Bij De Zandweg is dat (helaas) niet het geval, vandaar de elektromotor op de kruilier.