bouwjaar
verdwenen
1884 verbrand/ 1885 herbouwd 1903 onttakeld 1919 restant verbrand
molenaars
geschiedenis

De eerste molen werd in 1766 gesticht door Cornelis van Scheltinga, Eysco de Wendt en Focke Hylckes Eskes.

In 1778 werd de molen door de erfgenamen van Cornelis van Scheltinga te koop aangeboden, waarop de mede-eigenaren de aandelen opkochten. Later werden Bote Eskes, en na deze H. Eskes en D.H. Andreae eigenaar. Volgens de Leeuwarder Courant waren er ook verkopingen in 1853 en 1871 (bod ƒ 4988,=) bekend, maar helaas geen namen.

 

08-04-1845: Leeuwarder courant

Verkoop van de Oliemolen te Kollum. De Notarissen R. BUIJSING en D.H. ANDREÆ, te Kollum, zullen, door de Ambtsbediening van eerstgemelden. ten verzoeke van de gezamenlijke Eigenaren, op Zaturdag den 26 April 1845, des namiddags ten 8 ure, in de Herberg de Roskam te Kollum, bij de provisionele toewijzing veile,: De gerenomeerde OLIEMOLEN, met de daarbij staande en behoorende GEBOUWEN, BOEKHOUDERS- en KNECHTSWONINGEN, TUIN en GROND, alles staande en gelegen aan, de Trekvaart bij Kollum. gequoteerd wijk C, no 2a, ten Kadaster bekend sectie D, no. 412, 412.., 412b, de Molen voorzien van Oliebakken tot berging van ongeveer 120,000 kan Olie en toestel tot het maken van Patent-Olie, zijnde daarin en boven de Gebouwen eene ruimte tot berging van 150 last Zaad.

Deze sedert jaren gunstig bekende Fabrijk, bevindt zich in de best mogelijke toestand, zijnde dezelve nog voor weinig tijd voorzien van nieuwe As en Roeden, eene nieuwe Legger en een nieuwe Looper. Alles 1 Julij 1845 te aanvaarden. De Conditie, zijn te vernemen ten Kantore van de Notarissen voormeld

 

11-01-1853: Algemeen Handelsblad

De Notaris ANDREÆ, te Kollum, zal, voor zoo verre het eerste Perceel betreft door het ministerie van den Notaris BEEKHUIS, te Buitenpost, op Zaturdag den 22sten Januarij 1853, des namiddag ten vier ure, ten huize van W. Hoekstra, in het Gemeentehuis te Kollum, provisioneel ten VERKOOP aanbieden :

1. Een in volle werking zijnde en in uitmuntenden staat van onderhoud verkeerende "WIND-OLIEMOLEN, met de daarbij staande GEBOUWEN, BOEKHOUDERS- en KNECHTSWONINGEN, TUIN, CINGEL, etc. aan de Trekvaart bij en onder Kollum, kadastraal bekend Gemeente Kollum, Sectie D, No. 411, 412, 412 a en 412b, geheel groot 53 roeden en 10 el, met Bergplaatsen voor p. m. 900 vaten Olie, Inrigting tot het maken van Patent-Olie en ruime Zaadzolders; alles om met 1 Julij aanstaande te aanvaarden.

2. Eene HEEREN HUIZINGE , staande op het West van den dorpe Kollum, met grooten TUIN, 7 behangen KAMERS, STALLING, WAGENHUIS enz.; bewoond geweest door wijlen den Heer H. Swart, Med. Dr. aldaar; Kadastraal bekend in de Gemeente Kollum, Sectie D , N°. 9, 10 en 690, zamen ter grootte van 16 roeden 16 el. (435

 

Omstreeks 1875 kreeg Sijbren Tijmstra (afkomstig uit Witmarsum) de molen in eigendom, hij liet in 1878 een stoommachine bijplaatsen. De molen uit 1766 verbrandde in 1884. Hij werd herbouwd en was vanaf die datum eigendom van S. Tijmstra. In de Groninger Courant van 1885 werden as, roeden van 78 voet vlucht, of de gehele kap te koop aangeboden.

 

13-02-1901: Dragtster courant

Oliemolen Kollum.

Lijnkoeken, Raapkoeken met gegarandeerd gehalte gefabriceerd uit zuiver lijn-, koolzaad. 

Lijnolie speciaal bereid voor schilders.

Raapolie zuiver belegen voor winkeliers. Vriendelijk aanbevelend, S. Tijmstra jr.

 

De molen De Pauw werd in 1903 ontdaan van wieken en staartconstructie, na de onttakeling ging men over op stoomkracht. De heer Johannes Pijnacker sr. liet de molen wegbreken en een nieuwe fabriek bouwen. Het middelste deel van de stoomoliemolen verbrandde in 1919, toen deze vermoedelijk eigendom was van Sijbren Tijmstra jr. Het verbrande deel werd door de firma Bosma en Dijkstra vernieuwd.


bronnen

Bronnen: 
- Uit de knipseldoos nr. 21, art. door

Popke Timmermans in De Utskoat nr. 60, dec. 1990. 
- Uit de knipseldoos nr. 23, art. door

Popke Timmermans in De Utskoat nr. 62, juli 1991. 
- Uit de knipseldoos nr. 25, art. door

Popke Timmermans in De Utskoat nr. 64, dec. 1991.