bouwjaar
Deze molen moet in 1821 zijn gebouwd.
bestemming

Bemalen van de polder Hogebeintum, thans op vrijwillige basis.

omwentelingen
eigendomshistorie

Deze molen was tot 1975 eigendom van het waterschap Hogebeintum. Snel daarna werd dat de stichting De Fryske Mole. 

molenaars
geschiedenis

Het bouwjaar van deze molen is een klein raadsel gebleken: '1860', wat vaak werd aangenomen, bleek niet te kloppen: in de molen staat bijvoorbeeld met opvallende letters "G.S. de Vries 1830" geverfd. Uit polderrekeningen blijkt dat genoemde De Vries in 1830 f. 38,75 ontving voor het schilderen van de molen, een overduidelijke aanwijzing dat de molen toen al bestond.
Veel duidelijkheid biedt De Leeuwarder Courant van 20 en 27 juli 1821: daarin wordt de aanbesteding van "eene nieuwe watermolen" in de herberg van Hogebeintum aangekondigd: belangstellenden konden zich op 30 juli melden. 
Aan te nemen is dat met de bouw van deze molen in de tweede helft van 1821 is begonnen en deze ergens in het najaar gereed was. 

De toen gebouwde 'watermolen' is opvallend lang voor de polder in bedrijf gebleven: in mei 1969 ging men tot mechanisatie van de bemaling over omdat er geen molenaar meer te vinden was die hier wilde malen en wonen. De Provinciale Molencommissie betreurde deze gang van zaken en gaf met tegenzin toestemming voor de bouw van een gemaal. 

Constructief vertoont deze molen nogal wat eigenaardigheden: de molen heeft naast de achtkantstijlen nog vier zwaardere tussenstijlen welke doorlopen tot aan de legeringsbalken van de kapzolder. Tevens zijn alle korbelen dubbel uitgevoerd. Onder het aan de binnenzijde afgeronde boventafelement zitten zowel hondsoren als veldkruisen aan de binnenkant van het achtkant. De conclusie moet zijn dat het oorspronkelijke achtkant duidelijk te slap was en naderhand fors is versterkt. 
Opmerkelijk is ook, dat het bovenwiel overhoeks is aangebracht t.o.v. het wiekenkruis.

Deze kleine molen was niet bewoond; vlakbij de molen was in 1823 een stenen hut gebouwd: daar kon de molenaar tijdens het malen verblijven en zich verwarmen. Een woning bij de molen zelf kwam er pas in 1908: tot die tijd moest de molenaar vanuit een door de polder gehuurde woning in Hogebeintum een flinke wandeling door de polder maken om bij zijn werk te komen. Ruim 60 jaar later bleek de ligging van molen en woning nog steeds een moeilijk punt, zo hebben wij eerder kunnen lezen. 

Het Wetterskip Fryslân heeft in 2006 deze molen bestemd tot reservegemaal in geval van ernstige wateroverlast.

bronnen

Literatuur:
Frank Terpstra, "De Hegebeintumer Mûne: een waar archiefstuk!", in: De Utskoat 200 (2025), pp. 1 - 11.