- bouwjaar
- bestemming
Het malen van graan, thans op vrijwillige basis
- molenmaker
- ? (1898) Fa. Roemeling & Molema, Scheemda (1972/73)
- omwentelingen
- molenaars
- geschiedenis
-
Opmerkelijk voor deze betrekkelijk jonge molen: bouwheer en ook het exacte bouwjaar waren zeer lang niet goed bekend! Wél wist men, dat de molen tussen 1890 en 1900 gebouwd moest zijn.
1898
In 2007 verscheen een artikel waarin voldoende duidelijkheid werd geboden: 1898 is het bouwjaar.
Op 8 juli dat jaar vroeg Franciscus Sanders, op basis van de hinderwet, de gemeente Hoogeloon toestemming tot oprichting van een korenmolen en vestigde zich vervolgens te Hapert. Aangenomen moet worden dat de molen in de tweede helft van 1898 is gebouwd en vervolgens door Sanders in bedrijf is genomen. Mogelijk was er pas begin 1899 sprake van een maalbedrijf.
Bij de bouw heeft men, zoals steeds in het Brabant van de late 19e eeuw, onderdelen van elders gebruikt. Het duidelijkst hierbij is de uit 1857 daterende Penn-bovenas.
Al in 1902 werd de molen verkocht en wel aan J.A.F. Willems, afkomstig uit Diessen. In 1904 stond de molen opnieuw te koop, maar toen kwam er geen koper. Later nam Wilhelmus Verhees, getrouwd met een dochter van Willems, de molen van zijn schoonvader over. In 1947 werd met malen op windkracht gestopt.
In 1970 werd de inmiddels vervallen molen voor ƒ 5000,-- aangekocht door de toenmalige gemeente Hoogeloon. In 1972/73 volgde restauratie, uitgevoerd door het Groninger molenmakersbedrijf Roemeling & Molema.
Baard, Bovenwiel
Dat een molenmaker uit Groningen voor een restauratie naar het zuiden van Brabant was afgereisd is te merken: roeden van het fabricaat Buurma (Oudeschans) zijn ten zuiden van de rivieren uitermate zeldzaam gebleven en ook de baard kreeg een typisch Groninger kleurstelling: wit met een rode bies. Inmiddels is duidelijk dat ook het huidige bovenwiel tijdens die restauratie moet zijn aangebracht: met zijn zes plooistukken en de wijze waarop de kruisarmen zijn aangebracht, kan dit niet anders dan een Gronings wiel zijn. Ongetwijfeld afkomstig van een van de (helaas) vele in de jaren '50 en '60 gesloopte molens in die provincie.
Van het eerste uur
Direct na de oplevering in 1973 meldde Lieuwe Tilma, zojuist gediplomeerd vrijwillig molenaar, zich bij de gemeente met het verzoek, te molen regelmatig te mogen laten draaien. Tilma's molenaarschap bleek een succes: in 2004 droeg hij, na ruim 30 jaar trouwe dienst, zijn taak over aan Jos Jansen. Voor zijn jarenlange verdienste kreeg hij van de gemeente Bladel een onderscheiding.
(Lieuwe Tilma overleed 16 december 2007).
In 2020 was de molen aan een grote herstelbeurt toe: het wiekenkruis werd geheel en de staart grotendeels vernieuwd. Bijzonder hierbij was dat van één van de afkomende roeden de helft opnieuw is gebruikt, nu als staartbalk. Verder keerde het systeem Van Bussel, in 1937 aangebracht en in 1972 vervangen door Oud-Hollands, terug.