- bouwjaar
-
Dit bouwjaar is vermoedelijk juist, maar het verleden van deze molen is gecompliceerder dan gedacht.
- herbouwd
- 1986/87
- wederopbouw
- Zeer ingrijpend gerestaureerd na jaren van verval.
- bestemming
Vh. het malen van graan, thans buiten bedrijf.
- molenmaker
- R. van Houselt, Coevorden (191_) Fa. Doornbosch, Adorp (1986/87)
- omwentelingen
- eigendomshistorie
Eigenaren van deze molen:
Jan Huising (1905 - 1911), volgens het kadaster,
Geert Huising (1911 - 1914), volgens het kadaster,
Willem Frederik ten Brink (1914 - 1917),
Henderikus Haasken & Co. = 22 locale boeren, (1917 - 1931),
Hein van Mulligen (1931 - 1946),
R. Hoving sr. (1946 - 1967),
R. Hoving jr. (1967 - heden).- molenaars
- geschiedenis
-
Over de huidige molen (en daarbij zijn twee voorgangers) is de oudste geschiedenis ongeveer als volgt samengevat:
"In 1863 werd hier een 'boekweit- en roggemolen' gebouwd, die op 4 juni 1870 afbrandde. Zijn opvolger brandde in 1909 af. Op dat moment was dhr. Bosman molenaar-eigenaar.
Voor de herbouw gebruikte molenmaker Van Housselt uit Coevorden de overbodig geworden molen van de Flikkezijlsterpolder te Farmsum, gemeente Delfzijl".
Bovenstaand verhaal klopt niet: zo werd de molen van De Flikkezijlsterpolder onder Farmsum pas in juni 1912 voor de sloop te koop gezet. Als het déze molen is die toen naar Weerdinge is verplaatst, kan de sloop op zijn vroegst in de tweede helft van 1912 zijn begonnen. In dat geval zou deze molen te Weerdinge pas in 1913 geheel maalvaardig zijn geweest. Ook was Bosman toen geen molenaar/eigenaar, al duikt zijn naam sporadisch rond die tijd op: eigenaar was toen Geert Huising. Mogelijk was Bosman hier knecht.
Overigens is de pers opvallend stil als het om dat afbranden van de molen van Weerdinge gaat: er is (nog) geen krantenbericht aangetroffen dat het afbranden van een molen in Weerdinge in 1909 vermeldt.
Interessant is echter een gebeurtenis in het Groningse Bedum op 14 mei 1910 : molenmaker Bremer is met enige medewerkers bezig met de sloop van de molen van de Moeshormer polder, als die molen in brand vliegt. Dit omdat iemand wat al te slordig was met het verbranden van afkomend riet. Met behulp van de brandspuit slaagt men erin, het vuur te doven, maar het gereedschap dat op de kapzolder lag, was niet meer te redden. Het Nieuwsblad van het Noorden van 17 mei berichtte: “Voor den aannemer nog al een schadepost, daar niets was verzekerd en 't achtkant reeds verkocht was om weder te worden geplaatst te Weerdinge (Drenthe.)” (Cursivering van de redactie.LM).
Met andere woorden: het achtkant van de voor de sloop verkochte poldermolen te Bedum was bestemd voor Weerdinge!
Staat er tegenwoordig dan in Weerdinge een achtkant uit Bedum? Het zou kunnen: een paar tafelementstukken bevatten namelijk nog altijd brandsporen! Kwam dit achtkant er zonder slag of stoot? Nee, want molenmaker Rudolf van Housselt, die op dat moment met de opbouw bezig was, overleed op 13 november 1910, slechts 45 jaar oud.
Zijn overlijden zal ongetwijfeld tot vertraging hebben geleid, maar ergens in 1911 moet de molen maalvaardig zijn geweest: de Emmer Courant van 20 mei 1911 meldt: “Ter beveiliging tegen bliksemschade heeft de heer G. Huising, molenaar alhier, een afleider op zijn nieuwen molen laten plaatsen, welk werk door den koperslager Wessemius uit Emmen is uitgevoerd.”
Hier duikt de naam van Geert Huising nadrukkelijk op. Merkwaardig is, dat Huising amper twee maanden later in het Nieuwsblad van het Noorden “Twee in goeden staat zijnde gebruikte ijzeren of houten Molenwieken, met opgave van volledige maat en prijs” te koop vraagt! Was zijn molen toch nog niet gereed? De bliksembeveiliging doet anders vermoeden.
Nou vroeg en zette Huising in later jaren vaker grote molenonderdelen te koop. Mogelijk was hij naast molenaar en graanhandelaar ook handelaar in molenonderdelen. Het malen liet hij vermoedelijk over aan een knecht: in 1912 is hij op zoek naar iemand voor zijn “Wind- en Stoommolen”.
Erg succesvol was Geert Huising niet: begin 1914 ging hij failliet. Op 19 maart en 2 april 1914 verkocht notaris Oosting, publiek bij inzate en palmslag: “Een druk beklante, zoo goed als nieuwe, Windkorenmolen, met Motor, Woonhuis en bijgelegen Grond, zeer gunstig gelegen nabij Spoor en Tram te Weerdinge, gemeente Emmen. In eigendom toebeh. aan G. HUISING.”
Nieuwe eigenaar te Weerdinge in 1914 werd W.F. ten Brink. Deze ging echter in augustus 1917 failliet. Dat is vermoedelijk het moment geweest dat een coöperatie van 22 boeren, onder leiding van Henderikus Haasken, in november 1917 het bedrijf overnam. Ten Brink bleef er molenaar/huurder, voor fl. 300,-- per jaar.
In 1931 kocht de 22-jarige Hein van Mulligen de molen, die toen in verwaarloosde toestand verkeerde en waar de werkzaamheden op een laag peil stonden. Hij investeerde in de eerste paar jaar zo'n fl. 1500,-- in de molen: nieuwe lange spruit en windpeluw, herstellen van de roeden, stroomlijning, enzovoorts. In januari 1938 werden kammen en staven vernieuwd door de fa. Bremer met fl. 20,-- subsidie van De Hollandsche Molen.
In 1942 werd de molen buiten gebruik gesteld nadat de houten binnenroede gebroken was.
In 1946 nam Reint Hoving de molen over. Hij maalde met de overgebleven houten roede totdat deze rond 1950 door de askop zakte. Er werd verdergemalen met het elektrisch aangedreven koppel kunststenen op de begane grond. Toen Hoving in 1967 op 50-jarige leeftijd overleed, nam zoon Rieks de zaak over.
Opmerkelijk: tot 1952 was Joannes van Tilburg, afkomstig uit west-Brabant, knecht geweest bij Hoving sr. voor 35 gulden in de week; in dat jaar kocht hij de Zeldenrust te Dokkum.
Voor de molen van Weerdinge betekende de stilstand rond 1950 het begin van langdurig en tenslotte intens verval. Heel veel moeite werd gedaan maar lange tijd leek dit tevergeefs.
Een reddende grote restauratie begon in 1986: de molen kreeg een nieuwe kap, roeden, staart en riet op de romp. Deze restauratie betekende niet alleen de redding, maar ook een verregaande verandering in het uiterlijk van de molen: tot die tijd waren kap en romp met dakleer bekleed geweest, het gevlucht halfverdekkerd, de kruilier zonder rondgaande ketting en ook lag de vorige lange spruit vóór het bovenwiel. Ook moesten de oude kleurstelling en vele historische details het afleggen.
Sinds deze grote restauratie draaide de molen weer geregeld.
Wat bij dit alles overblijft is de hardnekkige rol van de – al genoemde - molen van de Flikkezijlsterpolder. Die wordt bijvoorbeeld ook genoemd in de befaamde Molenenquête van 1943. Kennelijk was het verhaal dat die molen naar Weerdinge zou zijn verplaatst, toen bekend bij de plaatselijke overheden. Misschien was dit wel afkomstig van Geert Huising zelf, want die was toen nog in leven. Hij was intussen nog twee keer failliet gegaan, verhuisd naar Nieuw-Weerdinge, overleed daar in 1951 en werd daar ook begraven. Zijn beroep op het laatst: landbouwer. - trivia
De Emmer Courant van 25 augustus 1948 heeft de volgende advertentie:
"Degene, die op Woensdag 18 Aug. j.l. tussen half 12 en half 1 een zak met gemengd Voer bij mij uit de molen heeft weggehaald, wordt in zijn eigen belang verzocht zich binnen 3 dagen bij mij te vervoegen, daar hij door de buren is gezien, zo niet, dan volgt aangifte bij de politie. R. HOVING, Molenaar. IJsspoorweg 33, Weerdinge."- bronnen
-
Onderzoek door Willem Telgen en Leo Middelkoop aan de hand van talloze krantenberichten en verdere gegevens, ontleend aan Allemolens.