bouwjaar
herbouwd
1888 / 1992
wederopbouw
1888: stelling gesloopt en ombouw tot beltmolen. 1992: belt afgegraven en ombouw tot stellingmolen.
bestemming

Vh. het malen van graan, thans buiten bedrijf

omwentelingen
molenaars
geschiedenis

Toen bij de oprichting van de Bataafse Republiek in 1795 vele van de zogenaamde heerlijke rechten, zoals water- en windrecht en jacht- en visrecht werden afgeschaft, mochten ook niet-adellijken gebruik maken van de wind voor b.v het drijven van een molen om graan te malen.
Ook in Haaksbergen heeft men hier toen op ingespeeld en op de holtink (markevergadering) van 7 augustus 1797 verkocht de marke Haaksbergen en Hones voor f 48,-- een schepel (ca. 1/8 ha) grond aan George Boekman. Hierop liet Bernardus ten Pol, de schoonvader van Boekman, een windmolen bouwen. De molen werd gebouwd als achtkante stellingmolen.

In 1885 kwam de molen in handen van Antonius Oude Wansink uit Albergen. Die stond enige jaren later voor een flinke opgave: in 1888 was de stelling in een dusdanig slechte conditie dat deze werd gesloopt en vervangen door een berg. 
Tot 1991, dus ruim 100 jaar, was deze molen vervolgens dus een beltmolen. 

Om niet langer afhankelijk te zijn van de wind liet Oude Wansink in 1891 een stoommachine aanleggen, bovendien bouwde hij naast de molen een pakhuis, een houtzagerij en - veel later - omsteeks 1913, een café. Dat laatste bestaat nog steeds, zij het nu als partycentrum, en wordt "De Oude Molen" genoemd.
In 1923 werd de molen gerestaureerd door molenbouwer Ten Have, waarna hij de naam "De Korenbloem" kreeg.

Na Oude Wansinks overlijden (1932) kreeg schoonzoon Frans Otte het beheer over de molen. Hij kende de molen door en door, want hij was daar jaren knecht geweest. Hij kon toen nog niet weten dat hij hier de laatste windmolenaar zou zijn.
Vanaf 1934 (sommige bronnen zeggen '1937') werd er alleen nog gemalen met de stoommolen. In latere jaren gebruikte Otte ook die laatste niet meer, maar had voornamelijk een expeditiebedrijf. 

De windmolen raakte als gevolg in verval en het heeft niet veel gescheeld of hij was verdwenen: in 1942 schreef Otte de gemeente dat hij zijn molen wilde laten afbreken. 
In 1958, jaren later dus, werd die vergunning inderdaad verleend, maar vervolgens maakte men daarvan geen gebruik. Aldus bleef de molen, zij het in slechte staat, voortbestaan. 

Om hem als monument te bewaren, werd hij in 1964 door de gemeente Haaksbergen aangekocht om te worden gerestaureerd. Op 2 februari 1966 werd dit werk gegund aan molenmaker Beckers uit Bredevoort.
Toch lijkt de toestand van de molen toen als geheel niet bijzonder slecht te zijn geweest: er is een afbeelding waarop de molen met een geheel herstelde romp en kap staat, maar nog steeds met een 'afgekloven' wiekenkruis. De kap heeft men dus óp de molen hersteld en hoefde er niet af. 
De molen werd na deze opknapbeurt echter niet maalvaardig opgeleverd en heeft daarna, tot de renovatie van 1991, alleen 'voor de prins' kunnen draaien.

In 1985 werden nieuwe pogingen gedaan, de molen te restaureren, maar nu meer veelomvattend. Het idee om de molen daarbij, vanwege de inmiddels bepaald niet beter geworden omgeving, te verplaatsen, leidde tot heftige reacties van bewoners van Haaksbergen.
Uiteindelijk stond hier in 1991 een stellingmolen (waarmee de oorspronkelijke uitstraling min of meer terug was gekeerd). 

Bij deze restauratie heeft men dus weer een stelling aangebracht, echter niet met schoren, zoals tot 1888 het geval was, maar met staanders. Tevens werd die stelling 40 cm. hoger aangebracht dan voorheen.

 

trivia

Dat het niet altijd een vetpot was voor de molenaar, blijkt wel hieruit: op 5 december 1879 kocht Johannes Filippus Beens, voordien mulder te Vollenhove en Odoorn, deze molen voor zijn zoon Lucas Quirinus. Deze was én niet bijzonder zakelijk ingesteld én had het als protestant moeilijk met zijn voornamelijk katholieke klantenkring. Uit frustratie schreef hij op een balk in de molen: "Ik kom uit het land van Vollenhove, maar 't is hier Schralendam".