- bouwjaar
- verdwenen
-
onttakeld later gesloopt
- voorganger
- eigendomshistorie
Eigenaars vanaf 1835: Johannes Driessen & Consorten, Gerrtit van Soelen, Jillis van Soelen, Willem Gerrit van Florestein, Jan Jansen Jr., Cornelis Johannes Groenendaal, Gerrit Jan v/d Pol en Abraham Haspels Gzn.
- geschiedenis
-
Deze molen en zijn voorgangers waren eigendom van het Gasthuis van Tiel, een liefdadigheidsinstelling die hulp verleende aan vreemdelingen, zieken, gebrekkigen en ouderen.
De eerste windkorenmolen van het Gasthuis wordt genoemd in 1489.
Deze (standerd)molen stond aan de Ophemertsedijk, buiten de Westluidense Poort.
Iets na 1586 werd de molen (misschien in verband met de 80-jarige oorlog) afgebroken en herbouwd binnen de stadsmuren.
De nieuwe Gasthuismolen kwam te staan op de Tolhuiswal. In 1722 was deze standerdmolen aan vervanging toe. Op 25 juli 1722 dienden de gasthuismeesters bij de magistraat een verzoek in om een stenen molen te mogen laten bouwen.
Op 11 augustus werd het verzoek in de magistraat besproken en gehonoreerd. Met de bouw werd nog in 1722 begonnen.
In 1723 was de molen maalvaardig. Van de drie windkorenmolens die in Tiel hebben gestaan (de andere waren de Binnenmolen en de Buitenmolen) was de Gasthuismolen de grootste en ook de modernste.
In 1767 besloot het Gasthuis te bezuinigen. Daarom werd een aantal goederen verkocht, waaronder de molen. Op 9 september 1767 stemde de magistraat met de verkoop in, 'met dat beding, dat het gasthuys daar nu en ten eeuwigen dagen vrij gemaal van koorn tot brooden en ander graan ten dienste van hetselve voor sig behoud.' De nieuwe eigenaar werd de vroegere pachter/molenaar Aart Lam, voor een bedrag van ƒ 9820. Lam was telg uit een oud molenaarsgeslacht; al in 1649 wordt gesproken over een Jan Lam als pachter van de Gasthuismolen.23-03-1818: Utrechtsche courant
De Notaris Dirk de Jongh, te Tiel, zal op Maandag den 30 Maart 1818, des namiddags om vijf uren, ten huize van den Kastelein Aart van Wessem, te Tiel, finaal verkoopen:
Een Steenen WIND-KOREN MOLEN, met twee paar steenen en een behoorlijk Pelwerk, staande binnen de stad Tiel, op de Wal, nabij de rivier de Whaal, de Gasthuismolen genaamd, met succes geëxerceerd wordende en een ruim bestaan opleverende, te aanvaarden. enz.
10-03-1904: Het nieuws van den dag : kleine courant
De in 1722 te Tiel op den Tolhuiswal gebouwde „Gasthuismolen", welke onlangs voor afbraak werd verkocht, is nu gesloopt. Van dit typisch gevaarte' — dat aan velen,, vooral bij' guur en winderig weder, een goede» beschutting bood en van de rivierzijde een eigenaardigen aanblik opleverde', — heeft men een gedeelte van den dikken muur laten staan. De eigenaar 'zal dien met planten laten het begroeien; van het vrij gekomen terrein wordt een tuin gemaakt.
Er bestaan ook prentbriefkaarten van dit gedeelte der stad, welke vervaardigd zijn toen de oude molen nog in zijn geheel bestond.
06-07-1903: Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant
Openbare Verkooping van een WIND- en STOOMGRAANMOLEN te Tiel.
De Notaris J. J. Van Breda Beausar te Tiel, is voornemens op Maandag 18 Juli 1903, ten herberge van G. J. AUGUSTINUS aan het Plein te Tiel bij inzet, en op Maandag 27 Juli 1903 in „de Nieuwe Bak" bij F. J. VAN HESTEREN te Tiel, bij toeslag, telkens des namiddags te 12 uur, publiek te VERKOOPEN:
Namens den Heer A. HASPELS, Den van ouds bekenden steenen Wind- en Stoomgraanmolen genaamd „de Gasthuismolen", Schuur en Erf, op den Tolhuiswal te Tiel, kadastraal bekend sectie E. no. 2176, groot 4.88 Aren, met Stoommachine (en liggenden ketel) van 12 paardenkracht, 5 Koppelsteenen, Molenzeilen, Kaapstand en verderen Inventaris. Betaling en aanvaarding 1 September 1903
-----
De voorlaatste eigenaar Gerrit Jan v/d Pol bouwde tegen de romp een stoommolen. Hierdoor raakte de Gasthuismolen buiten bedrijf. In 1905 werd de molen onttakeld.
De stenen romp bleef nog lange tijd staan. Op de plaats van de molen werd door de familie Lith de Jeude een koepel gebouwd. Later verdween deze koepel weer en er kwam een woonhuis voor in de plaats.
29-01-1930: de Tielse courant
De Gasthuismolen , een hecht en slank gebouw , dat bijna twee eeuwen lang ons stadsbeeld beheersohte , verving in 1722 ' n houten standaardmolen . Ongeveer 25 jaar geleden werd hy afgebroken . Hij heette Gasthuismolen , omdat er het servituut op rustte , dat er onder bepaalde omstuaidig - heden ten behoeve van het Gasthuis ( Oud Burger Mannen - en Vrouwenhuls ) gratis gemalen moest worden . Onder den voorlaatsten eigenaar , wijlen den heer G . J . van der Pol , was tegen den windmolen aan een stoommolen getouwd . De laatste molenaar was Haspels , een molenbouwer uit het Land van Altena . De malerij van den heer Bonthond in de Tolhuisstraat was oorspronkelijk van den heer Campagne , daarna van W . A . van Deventer en eindelijk van Gebr . Hagenbeek . Ter plaatse van onze drukkerij had de heer Bonebakker tot op het einde der vorige eeuw zijn malerij . Volledigheidshalve zij hier nog vermeld , dat Van Winsen en na hem Groenend'aal een olieslagerij , den oliemolen had , in de Waterstraat , waar thans Vroom en Dreesmann gevestigd ! is . Dit bedrijf was tot voor 25 jaar in werking . -
Molen 02660 d Gasthuismolen (Tiel)Foto: n.n.
Molen 02660 d Gasthuismolen (Tiel)coll. DVM
Molen 02660 d Gasthuismolen (Tiel)Deel van kadasterkaart Tiel
Molen 02660 d Gasthuismolen (Tiel)Ansichtkaart, uitg 1906, Serie S0812, Tolhuiswal met restant molen
- bronnen
-
Bron: Gelders Molenboek ,1982.
Rob Pols. - nog waarneembaar
Aan de Tolhuiswal nr 21 is in 2012 een nieuw pand gebouwd met op de hoek een ronde uitstulping, vanuit de lucht gezien zou dat dan op de verdwenen ronde molen kunnen lijken. Het is dan meer een soort eerbetoon aan de verdwenen molen, dat gebeurt wel vaker dat in een nieuwbouwpand iets verwerkt wordt, in dit geval een verdwenen molen iets verderop dus.