bouwjaar
verdwenen
verbrand
molenaars
geschiedenis

Molen van Aalbrechtse Zwartewaal

 

In 1814 stellen Pieter Arkenbout (Zwartewaal 1763 – Zwartewaal 1825), reder te Zwartewaal, en Jacob van der Linde, landbouwer te Heenvliet zich borg tot een bedrag van fl. 500 voor de zoon van Pieter, Leendert Arkenbout, korenmolenaar te Zwartewaal (Zwartewaal 1795 – Nieuw-Helvoet 1852). (notaris Adrianus Rudolphus Kraijenhoff van de Leur, akte 53, 31/08/1814).

 

In 1815 besluiten de landbouwer Willem van der Linde en de reder Pieter Arkenbout tot een ruil te komen: Pieter Arkenbout krijgt een stenen windkorenmolen met huis en erf aan de Woutdijk onder Zwartewaal; de molen is belast met een windgeld van fl.15.- per jaar. Willem van der Linde krijgt fl.4000.- en akkergrond en weilanden. (notaris Jan Kloppert Jacobsz, akte 84, 01/07/1815).

 

In 1816 gebruikt Pieter Arkenbout de stenen windkorenmolen met huis en erf te Zwartewaal aan de Wouddijk en een boomgaard onder Heenvliet in het Oosteinde van Derrievliet als onderpand voor een schuld van fl. 2990.- aan Maartje Bakker in Brielle (notaris Adrianus Rudolphus Kraijenhoff van de Leur, akte 28, 11/05/1816).

 

In 1821 verkoopt Pieter Arkenbout, eigenaar, wonende Zwartewaal, aan zijn zoon Leendert Arkenbout, korenmolenaar, mede wonende aldaar, een stenen windkorenmolen met huis en erf gelegen aan de Woutdijk onder Zwartewaal. De koopprijs bedraagt fl. 7000.- voldaan door fl. 4000- contant en door overname van een obligatie van fl.3000.- volgens akte opgemaakt op 13/05/1816 ten behoeve van Maartje Bakker in Brielle. (notaris Jan Kloppert Jacobsz, akte 74, 17/08/1821).

 

Hierna leent Leendert Arkenbout, korenmolenaar, wonende te Zwartewaal, fl.6000.-

van Arie Kwak, schout en secretaris van Zwartewaal, wonende in de hofstede de Oliphant onder Heenvliet, met als onderpand de stenen windkorenmolen. (notaris Jan Kloppert Jacobsz, akte 86, 12/09/1821).

 

In 1836 verkoopt Leendert Arkenbout, korenmolenaar, wonende Zwartewaal, aan Abraham van der Meer (Heenvliet 1791 – Heenvliet 1866), pel- en korenmolenaar, wonende in Heenvliet, de stenen windkorenmolen en erf staande aan de Woutdijk onder Zwartewaal, met losse goederen en gereedschappen, een schuur en tuin voor het bedrag van fl.4000.-. (notaris Marinus Leonardus van den Tol, akte 67, 15/07/1836).

 

Hierna lenen Abraham van der Meer, pel- en korenmolenaar, wonende Heenvliet, en zijn vrouw Lena Buizert fl.10,000- van Arie Kwak, Lid van de Staten van Holland, burgemeester van Zwartewaal. Als waarborg dient de stenen windkorenmolen en erf aan de Woutdijk onder Zwartewaal, met een tuin, een huis, schuur, plus een korenmolen onder Heenvliet aan de Wieldijk met op de molenwerf een huisje,  plus een weiland in de Verdouwenhoek in Heenvliet, plus een pel- en korenmolen onder Heenvliet aan de Bernissendijk tegen de dam bij Zwartewaal. (notaris Marinus Leonardus van den Tol; akte 68; 15/07/1836).

 

In 1850 verhuist Abraham van der Meer naar Hekelingen en verkoopt hij aan zijn zoon Hendrik van der Meer (Heenvliet 1821 – Zwartewaal 1863), korenmolenaar, wonende in Zwartewaal, voor de som van fl.4000.- de stenen windkorenmolen op de Woutdijk in Zwartewaal, met alle daartoe behorende gereedschappen en losse goederen, een huis met schuur en erf. (notaris Pieter van Andel, akte 128, 25/07/1850).

 

In 1872, na het overlijden van Hendrik van der Meer en zijn vrouw in 1863, probeert zijn zwager Simon Plooster, de voogd van hun kinderen, de molen te verkopen in een veiling. De vraagprijs is fl.6700.- maar het hoogste bod is slechts fl 4650, en de molen blijft onverkocht. (notaris P. van Andel, akte 91, 24/09/1872).

 

Hierna is de molen waarschijnlijk onderhands verkocht aan Huibrecht van der Wilt (Piershil 1829 – Rotterdam 1912), want in 1874 leent hij fl.5000.- van oud-notaris Pieter van Andel in Brielle, met jaarlijkse aflossingen van fl.250.-, met als onderpand de stenen windkorenmolen met erf, huis en schuur op de Wouddijk in Zwartewaal. (notaris: H.L.M. van Kruijne, akte 105, 02/06/1874).

 

18-04-1903: Rotterdamsch nieuwsblad
Tijdens een onweer is te Zwartewaal de bliksem geslagen in één der wieken van den korenmolen. Een begin van brand, daardoor ontstaan, werd door vaardig optreden van den eigenaar in zijn voortgang gestuit en weldra gebluscht.

 

In 1910 droeg Huibrecht van der Wilt de molen over aan zijn zoon Maarten van der Wilt (Piershil 1858 - Rotterdam 1938). (notaris C.Maas Geesteranus te Rotterdam,14/05/1910).

 

In 1929 verkocht Maarten van der Wilt, korenmolenaar te Zwartewaal, aan Hubrecht Simon Aalbregtse (Cadzand 1861 -Zwartewaal 1936), de windkorenmolen met ijzeren as en roeden, een stenen schuur en tuin aan de Wouddijk te Zwartewaal, inclusief een paard, wagens en gereedschappen voor de som van fl.3400.- (notaris Johannes Marinus Korteweg, akte 1486, 15/05/1929).

 

Op dezelfde dag leende Hubrecht fl.5000.- van Martha Barendregt te Poortugaal met als onderpand de windkorenmolen met ijzeren as en roeden aan de Wouddijk te Zwartewaal, inclusief een stenen schuur en tuin. (notaris: Johannes Marinus Korteweg, akte 1487, 15/05/1929).

 

10-06-1933: De Telegraaf
"HANDSPUIT TEGEN MOLENBRAND, het vuur won 
DEN BRIEL, 9 juni. De korenmolen toebehoorende aan den heer A. Albrechtse te Zwartewaal is hedenmiddag door onbekende oorzaak in brand geraakt. Met de handspuit trachtte men het vuur te stuiten doch de weinig beteekenende straal kon niets uitrichten tegen de laaiende vlammen, zoodat de molen tot den grond toe afbrandde."

 

Het gerucht is waar: de zoon van Hubrecht stichtte brand in de molen.

21-07-1933:  De Avondpost van 21 juli 1933

“MOLENAAR- BRANDSTICHTER

De 27-jarige molenaar A. C. A., uit Zwartewaal, thans gedetineerd, bekende voor de Rotterdamsche rechtbank, in Juni j.l. zijn molen te hebben laten afbranden. Het bedrijf had niet genoeg baten opgeleverd om den molen, die wrak was, te kunnen restaureeren. Den één of anderen dag had de kap naar beneden kunnen vallen. Toen had hij een poetslap met vet op een van de hoogste balken gelegd en in brand gestoken, met het gevolg, dat de oude molen in een minimum van tijd in lichterlaaie stond en tot den grond toe werd verteerd. Verdachte gaf toe, tevoren met iemand te hebben gesproken over het huren van een anderen molen en hij had toen beweerd, dat hij f 20.000 had liggen. Inderdaad had hij, na de verzekeringssom te hebben getoucheerd, een anderen molen willen betrekken. Het O.M. eischte, na getuigenverhoor, twee jaar gevangenisstraf. De verdediger, mr. A. H. Schmidt, pleitte clementie”.

Hij werd uiteindelijk veroordeelt tot anderhalf jaar gevangenisstraf.

 

In 1934 verkocht Hubrecht Simon Aalbregtse, korenmolenaar te Zwartewaal, voor fl.5350.- een door hem gestichte elektrische maalderije aan de Wouddijk te Zwartewaal met een dubbel woonhuis met schuur aan Adriana Katrijntje van der Linde en Katrijntje Adriana van der Linde te Poortugaal. (notaris: Johannes Marinus Korteweg, akte 2580, 02/06/1934).

bronnen

Informatie van Anton Bom, 20-05-2026