bouwjaar
bestemming

Het malen van graan, thans op vrijwillige basis

omwentelingen
eigendomshistorie

De gemeente Tholen is eigenaar sinds 1976, daarvoor was dat de N.V. Scaldia; daarvoor tot 1964 de familie Van der Slikke. 

molenaars
geschiedenis

Voorganger van deze molen was een standerdmolen; deze werd, met nog veel meer molens in Zeeland en ook daarbuiten, slachtoffer van de beruchte orkaan van 9 november 1800.

Op 13 maart 1801 werd de eerste steen voor de huidige molen gelegd. De molen van Stavenisse is gebouwd voor Huybert van Rossem. De bouwheer van de stenen korenmolen verkocht deze in 1828 aan H. Roozemond. In 1857 deed deze de molen aan zijn zoons over met het recht van vruchtgebruik. Zijn naam staat ingehakt in een draagbalk van de eerste zolder. In 1888 werd de molen verkocht aan J. Dijkman, vervolgens in 1895 aan A. Hoek. In 1906 werd J.L. Meyer eigenaar.

In 1918 kocht J.W. v.d. Slikke de molen en vanaf 1948 exploiteerde hij samen met zijn zoon (die in 1963 in de molen zou verongelukken) de firma W. v.d. Slikke & Zn.
Van der Slikke bewees tijdens de watersnoodramp van 1953 in het toen zwaargetroffen Stavenisse nog onschatbare diensten door, als een van de weinige autobezitters daar, met zijn bestelwagen tientallen mensen te redden. 

Tot 1964 waren beide koppel stenen in gebruik voor boeren- en bakkersgemaal. Nadat dit afgelopen was verwierf de Rotterdamse Transport Mij. Scaldia de molen. Dit bedrijf vroeg vergunning aan om de molen in te mogen richten als vakantieverblijf. Nadat die vergunning inderdaad was verleend, gebeurde er opvallend genoeg daarna vrijwel niets: alleen de mengketel op de begane grond verdween, maar er volgde geen verbouwing en zo bleef het binnenwerk dus compleet. Wat volgde was ongeveer 20 jaar stilstand en licht verval. 

De verbouwingsplannen bleven uiteindelijk achterwege, de molen werd verkocht aan de gemeente en in de jaren 1983/84 volgde een restauratie die recht deed aan deze molen als maalwerktuig. Daarna werd er weer gedraaid. 

In de zomer van 2004 volgde een fikse opknapbeurt. De roeden opnieuw opgehekt, kuip en rolvloer grotendeels vernieuwd en de draaivaardigheid werd sterk verbeterd: bovenas en -wiel rechtgezet en de vanouds slecht werkende vang gereviseerd. In november 2006 werden korte spruit, staartbalk en een korte schoor vervangen. 

In 2009 en 2010 volgde weer een grote onderhoudsbeurt: roeden doorgehaald, kapbedekking vernieuwd, voorkeuvelens gedeeltelijk vernieuwd, gedeeltelijk nieuwe kruisarmen in het bovenwiel, vang opnieuw nagezien (inclusief twee nieuwe vangstukken), Busselneuzen gedeeltelijk vernieuwd en onderhoud aan het binnenwerk, kruilier en een schilderbeurt.
In juli 2011 werd begonnen met het metselwerk. Hierdoor moest de molen enige tijd stilstaan. Het werk werd in december van dat jaar opgeleverd: zo'n 8000 stenen zijn vervangen en de romp is voor ongeveer de helft opnieuw gevoegd. 

In het voorjaar van 2023 werd deze molen, met daarnaast nog enkele andere op Tholen, stilgezet totdat meer duidelijkheid was over de betrouwbaarheid van de roeden.
Niet lang daarna werd duidelijk dat het voor deze molen niet alleen bij nieuwe roeden zou blijven maar dat er meer werk nodig was. In januari 2026 ging, nadat de roeden en de staart waren verwijderd, de kap eraf. Vervolgens 'vertrok' die kap naar Schiedam. 

Het volgende stond in de planning: voeghouten vervangen, nieuwe lange spruit en schoor, kapbedekking grotendeels nieuw, nieuw gevlucht en, zeer opmerkelijk, een andere bovenas.
Wat dat laatste betreft: men had een veel geschiktere as ter beschikking dus was de beslissing niet heel moeilijk: de molens die deze bovenas eerder diende hadden een vlucht van 27,50 meter, veel meer dan de 21,50 meter die 'Stavenisse' meet. 
Bijzonder is dat de vervangende bovenas een echt Zeeuws verleden heeft: deze zat tot 1969 in de (toen gesloopte) korenmolen De Graanhalm te Wissenkerke. 

Op 17 juli werd de geheel herstelde kap, met daarbij roeden, staart en koningspil (en nog meer) als 'losse onderdelen' per schip vanaf Schiedam naar Stavenisse vervoerd. 

20 juli plaatste men de kap, waarna de nieuwe roeden werden gestoken. 

Enige technische details:
Relatief laat, 1962, werd deze molen voor het eerst in zijn bestaan gewit: tot dan toe was de stenen romp alleen gepleisterd. De witte jas staat deze molen uitstekend! 
Verder valt het, in deze regio ongebruikelijke, galghout op.