bouwjaar
verdwenen
1909 gesloopt of 1913 verbrand
geschiedenis

De molen was vermoedelijke een oliemolen, zoals zoveel molens aan de Nieuwe Vecht dat waren.
-----

Het bouwjaar: naar een schriftelijke mededeling die ik thuis in 1978 van de NJBG (= Nederlandse jeugdbond ter bestudering van de geschiedenis) afd. Zwolle ontving: 1817.
Geert L. Nienhuis, 7 dec. 2020.

 

28-04-1832: Opregte Haarlemsche Courant

Men is voornemens op Dingsdag den 1sten Mei 1832, des avonds ten vijf ure, op het Stads Wijnhuis, te Zwolle, door het Ministerie van den Notaris Mr. W. H. ROIJER, te Zwolle, te doen inzetten en 14 dagen daarna op tijd en plaats voorschreven, te verkoopen:

  1. Een kapitale OLIE- en PELMOLEN, met de daar annexe en bijstaande Gebouwen, Knechts - Woningen en Schuren, staande en gelegen in de nabijheid van Zwolle, aan de zuidzijde van de Rivier de Vecht, aan het Water, met het Zeil-, Touwen Laadwerk tot den Molen behoorende, benevens het Land, waarop de Molen staat tot aan de Rekking.
  2. Een Stuk WEIDELAND, ten Oosten van het Perceel gelegen, groot rijkelijk 1 1/2 Bunder. De halfscheid, of twee derde der Kooppenningen kunnen hoogstwaarschijnlijk gedurende zes jaren op het gekochte gevestigd blijven, tegen eene rente van 44 pCt. Nadere informatien zijn te bekomen bij voornoemden Notaris, en bij den Heer W. ViSSCHER , te Zwolle. Te bezien iederen Woensdag van 2 tot 5 ure.


De hieronder vermelde gegevens komen uit de archieven van de gemeente Zwolle. Het begint bij de stand van zaken in 1832 tijdens de invoering van het kadaster. De gegevens zijn in de loop der jaren verzameld door de heer Berkenvelder die zeer lang op het archief in Zwolle gewerkt heeft.

De Fortuyn, kad. B 341 aan de Nieuwe Vecht, stellingmolen, olie- en pelmolen
1832 Jan Hermanus van Engelen, koopman te Zwolle
1850 Margaritha Aleida van Engelen, vrouw van Willem Abraham van Laer, graanhandelaar te Zwolle
1851 wijziging perceel - B 785
1865 hermeting perceel - B 1348
1888 mr. Daniel van Laer, wijnhandelaar te Zwolle
1892 gedeeltelijke verkoop aan Feike Tjitres de Boer, zonder beroep, ’s-Gravenhage B - B 2075
1899 Fa. J.W. Bartels, grutterij te Zwolle
1902 bijbouw fabriekshal
1903 bijbouw aan de fabriek
1909 bijbouw aan de fabriek
1909 sloop van het molengedeelte
-----

16-10-1913: Het Centrum
"Men meldt ons uit Zwolle:
De Korenmolen „Fortuin" van den heer J.W. Bartels werd hedennacht een prooi der vlammen. Door het krachtig optreden der brandweer bleef de nieuwe fabriek gespaard. De brand zelf gaf urenlang een buitengewoon fellen gloed, welke in de omliggende plaatsen duidelijk zichtbaar was. De Fabriek is te Amsterdam op beurspolis verzekerd."
(Frans Rutten, 28 mei 2008)
-----

Het verdwenen zijn van de oliemolen De Fortuin in 1913 komt mij plausibeler voor dan dat in 1909 zou zijn gebeurd.
In het bericht in de katholieke krant Het Centrum van 16 okt. 1913 staat weliswaar foutief dat de molen De Fortuin een korenmolen zou zijn, echter de genoemde eigenaar dhr. J.W. Bartels was wel de laatst bekende eigenaar van de oliemolen De Fortuin. Verder staat in 't bericht toch ook dat de nieuwe fabriek gespaard bleef d.t.v. de brandweer.
Bij dbnr. 5379 stond al dat de eerste bijgebouwde fabriekshal bij de windoliemolen De Fortuin in 1902 werd gerealiseerd, en dat die nadien een paar keren werd uitgebreid. Van deze stoom-olieslagerij en veekoekenfabriek De Fortuin, ook voorheen van de fa. J.W. Bartels, vond van de inventaris, waaronder de machines en gereedschappen op 10 februari 1921 te Zwolle een openbare verkoping plaats. In de advertentie (zie blz. 60 in De Molenaar van 2 febr. 1921) wordt nog specifiek een stoomketel met stookkanaal uit 1902 vermeld .
Geert L. Nienhuis, 9 dec. 2020.