bouwjaar
herbouwd
1717 / 1948
bestemming

Het malen van graan, thans op vrijwillige basis

omwentelingen
molenaars
geschiedenis

In een resolutie van de Raad van State van 24 juli 1643 werd aan Bartholomeus de Vos toestemming voor de bouw van een molen op deze plaats gegeven. Vroeger werd er ƒ 15,-- windrecht betaald.

Het ingehakte jaartal 1818 in de console op de borstnaald onder de windpeluw suggereert een jaar van belangrijk herstel. Tot nu toe werd steeds aangenomen dat de molen in dat jaar was herbouwd nadat hij eerder bij zware storm was omgewaaid.
Het blijkt niet zo te zijn, althans: de molen is inderdaad omgewaaid, maar dan 100 jaar eerder, namelijk op 1 september 1717. Het gebeurde tijdens een zware storm, die meer molens in Zeeland en op de Zuidhollandse eilanden verwoestte.
Vervolgens heeft men de huidige molen, ca. 70 meter noordwestelijker van de eerdere plek, met onderdelen van de omgewaaide oude molen herbouwd.
Over herbouw in 1818 is niets te vinden in de archieven, dat jaartal staat in de borstnaald maar zegt verder niets, kan ook slaan op herstellingen die toen zijn uitgevoerd.

Na J. de Haas werd A.L. Basting eigenaar; die verkocht zijn molen in 1861 aan J. Adriaanse. In 1873 nam A.A. Brevet de molen over en vertrok Adriaanse naar de Oranjemolen in Vlissingen.
P. de Bruyne Jzn. nam in 1891 de molen van Brevet over; in 1909 werd W.J. Visser eigenaar. Diens zoon werd in 1931 voor 2/3 deel moleneigenaar en moest 1/3 laten aan de heren P. van Grol en I. Voogdt.

De molen overleefde de Tweede Wereldoorlog, zij het zwaar beschadigd. Het herstel van 1948 ging met veel 'kunst en vliegwerk' gepaard en was bepaald niet nauwkeurig te noemen. Maar doel was, de molen weer in bedrijf te krijgen en dat lukte. Het koppel 15der blauwe stenen werd, tezamen met het achterste bovenwiel, verwijderd. Wat overbleef was een koppel 16der kunststenen, aangedreven door een tweedehands bovenwiel, afkomstig van de standerdmolen in Lamswaarde. Ook kreeg deze molen, zeer vroeg, in 1948 al fokwieken. 

In 1963 kwam de molen buiten bedrijf en twee jaar later verwijderde men de fokken. 
In 1977 besloot de raad van de gemeente Sluis, de molen aan te kopen van de familie Visser (oud-molenaar Visser was in 1975 op 87-jarige leeftijd overleden). 

In 1982/83 werd de molen grondig opgeknapt. Hierbij heeft men veel onnauwkeurigheden uit de naoorlogse periode zoveel mogelijk ongedaan gemaakt.
Helaas ging hierna de conditie toch vrij snel achteruit: in 2000 was het alweer noodzakelijk om, in afwachting van nieuw herstel, een houten onderstempeling aan te brengen

In 2002 begon een ingrijpende restauratie; hierbij is de situatie van vóór 1948 hersteld, ditmaal ook inclusief een pelsteen. De beide steenschijven zijn opvallend conisch van vorm uitgevoerd. 17 mei 2003 werd de molen officieel in gebruik genomen.

Rond 2018 heeft de molen geruime tijd stil moeten staan: nadat het windpeluw was vernieuwd, het voorkeuvelens hersteld en ook reparaties aan bovenwiel en vang waren uitgevoerd, kon deze molen in het najaar van 2019 weer draaien.

In 2025 is deze molen opnieuw stilgezet vanwege allerhande zaken. In januari 2026 gingen de roeden eraf en werd de gehele kast opgebokt. Dit laatste om de kruisplaten te herstellen. Ook de zetel heeft herstel nodig want die staat scheef. De constructie wordt herzien zodat deze straks weer veilig en correct kan functioneren. Verder volgen nog herstelwerkzaamheden aan kast, trapbomen en staart. Ook krijgt de molen nieuwe roeden. 

De algemene indruk: in deze kleine standerdmolen is enorm gewoekerd met de ruimte. Met zijn twee bovenwielen en drie koppel stenen is de kast bepaald vol te noemen!