- bouwjaar
- bestemming
Het malen van graan, thans op vrijwillige basis
- voorganger
- omwentelingen
- eigendomshistorie
De Stichting Molen Kyck over den Dyck is eigenaar sinds 1997; daarvoor was dat vanaf 1951 de gemeente Dordrecht.
- molenaars
- geschiedenis
-
Deze hoge, ronde, stenen stellingmolen werd in 1713 gebouwd en had, gezien de gevelsteen, een voorganger. Het was eerst alleen een moutmolen voor de bierbrouwerijen; vanaf 1739 werd er ook broodgraan vermalen (wat hier het moutmalen al snel verdrong).
Op 8 september 1871 voltrok zich een ramp: de molen stond rustig te malen met vier volle zeilen toen een windhoos toesloeg met als gevolg dat de as brak en het gehele wiekenkruis naar beneden stortte. In zijn val nam het gevlucht grote delen van de stelling mee. De schade was enorm maar de molen was spoedig daarna hersteld.
In 1905 verving een lier het kruirad, bepaald noodzakelijk omdat de molen inmiddels vrijwel niet meer te kruien was vanwege de scheefstand, ontstaan na 1899 toen de houthaven ten noorden van de molen was gedempt.
Overigens moet de molen vermoedelijk al sinds de bouw enigszins scheef hebben gestaan, maar vanaf 1899 werd dit dus dramatisch. Hier bleef het niet bij: na de watersnoodramp van 1953 kwam de molen zelfs nóg schever te staan. (Uiteindelijk zou die scheefstand op 32 meter hoogte 1,28 meter bedragen!).
Intussen had de molenaar in 1906 vergunning gekregen, in een bijgebouw een gasmotor te plaatsen; in 1926 werd deze vervangen door een elektromotor.
Rond 1910 werd pal naast de molen de elektriciteitscentrale gebouwd, met een grote, hoge schoorsteen die de windvang uit O en NO zwaar belemmerde.
Uit correspondentie van De Hollandsche Molen van 1930 en later blijkt dat de toenmalige eigenaar, J. Mouthaan, uitsluitend elektrisch maalt en windmolen voornamelijk als een last ervaart. HIj ging dan ook - zonder succes - in 1936 in beroep tegen de plaatsing van zijn molen op de monumentenlijst.
In 1945 werd Jaap Schuurman, zoon van de bekende voorzitter van de Molenaarsbond, huurder. Ook hij werkte alleen met de elektromotor.
In 1951 had de gemeente Dordrecht de toen buiten bedrijf geraakte molen in eigendom overgenomen. Meteen daarna volgde enig herstel: zo werden twee andere, tweedehands, roeden gestoken. Veel gebeurde er echter niet, van een draaivaardige molen was nauwelijks sprake, laat staan een maalvaardige.
Vermoedelijk tot 1952 waren hier nog vier koppel maalstenen aanwezig, daarna nog twee. Er is aan allerlei sporen nog te zien waar de verwijderde koppels zich bevonden. Ook neemt men aan dat hier halfzolders aanwezig zijn geweest, net als dat in veel Schiedamse molens het geval was (en is).
De opkomst van vrijwillig molenaarschap had hier gevolgen: vanaf 1974 werd weer regelmatig gedraaid. De molenaars Ton Mortier en Arie Brand moesten hier in dat opzicht min of meer het wiel uitvinden en zich behelpen met het aanwezige materiaal (zoals een stel oude zeilen).
Dit duurde tot 1988: toen werden roeden en stelling te slecht bevonden en kreeg de molen een draaiverbod. Maar wél had men de Kyck over den Dyck, de laatst overgeblevene uit het zeer rijke Dordtse molenverleden, weer op de kaart gezet.
Vanaf 1993 werden initiatieven genomen om de molen geheel te herstellen.Vanaf 1997 werd dat, met het oprichten van de Stichting Molen Kyck over den Dyck, serieuzer. De voorbereiding nam enige jaren in beslag, maar met het strijken van de roeden op 4 juni 1999 werd toch echt met de zeer noodzakelijke restauratie begonnen.
Tussen 1999 en het voorjaar van 2001 volgde een zeer grondige en intensieve restauratie, die uiteindelijk een maalvaardige molen opleverde. Zeer belangrijk hierbij was de rechtzetting: de molen was, zo'n 100 jaar nadat die situatie al moeilijk was geworden, inmiddels 1,28 meter achterover (de dijk af) gezakt. Dat hield in dat de fundering grotendeels moest worden vernieuwd.
Nadat de molen weer recht stond, volgden stelling en kap en daarna was het interieur aan de beurt. Nadat dat gereed was gekomen, volgde op 30 maart 2001 de feestelijke ingebruikname door burgemeester Ronald Bandell.
Sindsdien wordt gemalen voor twee Dordtse bakkers, een plaatselijke supermarkt en de eigen winkel onderin de molen.
In oktober 2020 werd vastgesteld dat beide, amper 20 jaar oude, roeden scheuren vertoonden. Vrijwel meteen daarna zette men de molen stil. De meelproductie werd evenwel voortgezet met het elektrisch aangedreven koppel, zodat de molen als verkooppunt in de loop en belangstelling bleef.
Duidelijk was: de molen moest andere, nieuwe, roeden hebben en dat zou flink wat gaan kosten. Men kreeg evenwel de financiering bijzonder snel rond en toen konden nieuwe roeden worden besteld.
Op 17 april 2021 werd begonnen met het kaalzetten, met behoud van zoveel mogelijk hekwerk, van de oude roeden. Op 24 augustus 2021 werden de nieuwe roeden aangeleverd waarna op de grond werd begonnen met het ophekken. Niet lang daarna heeft men ze gestoken waarna de molen verder maalvaardig werd gemaakt. Op zaterdag 2 oktober stelde Nicole Bakker, directeur van De Hollandsche Molen, de molen officieel weer in bedrijf.
De molen draaide en maalde nu weer op windkracht, maar er moest nog meer gebeuren. Zo werd vastgesteld dat de enorme stenen romp opnieuw moest worden gevoegd: in totaal 920 m2! Een klus van € 300.000 ging kosten! Via de provincie kan iets meer dan de helft gedekt worden maar er werd ook veel geld binnengehaald door vrijwilligers.
Terwijl er in de tussentijd - we schrijven juli tot december 2023 - nog een reparatie aan het taatslager van de koningsspil bij kwam. En dan waaide in februari 2024 ook de afdekking van de steigers nog gedeeltelijk weg.
Dankzij private fondsen en een financiële injectie van de gemeente was uiteindelijk het hele bedrag op een haar na gedekt. In augustus 2024 heropende Meindert Stolk, gedeputeerde van de provincie, tezamen met stichtingsvoorzitter Theo Oostenrijk de molen.