- bouwjaar
- verdwenen
-
gesloopt
- verplaatst naar
- eigendomshistorie
Vanaf 1842 van N.V. J. Smit Czn.Hij was op 18 april 1784 geboren te Alblasserdam alwaar hij in1811 trouwde met de ook uit Alblasserdam afkomstige Neeltje Tuytel.
De laatste molenaar was Kees de Zwart
- geschiedenis
-
De nieuwe molen was bijzonder fraai gemaakt en op de trappen lagen zelfs lopers! Maar toen er eenmaal goed gewerkt werd, waren deze al gauw verdwenen. Tot aan de balie, de z.g. omloop om de molen telden de trappen 81 treden en als men de nok van de molen bereikt had, had men 115 treden onder zich gelaten.
Het constructoe hout dat voor de molen gebruikt was, bestond uit Amerikaans grenen.
De kap was van eikenhout gemaakt. De molen had één krukas, die 5 zaagramen aandreef, waarvan 3 groten en 2 kleinen. Deze kleine zaagramen hingen hoger, waardoor de zaagsleden voor deze 2 zaagramen op een verhoging stonden. Het was dus beslist niet zo dat er op de 1e zolder kon worden gezaagd. De kleine ramen werden als schulpraam gebruikt. Aan het grote raam aan de andere kant was er ook een mogelijkheid om te schulpen. Alle ramen hadden een slede.
Het grootste deel van het drijfwerk vanaf de wiekenas tot aan de krukas was van gietijzer gemaakt.
Tot 1900 had de molen vier zaagramen. In 1900 werden zes zaagramen in ijzer en staal geplaatst, waardoor er zelfs op twee zolders gezaagd kon worden. Veel onderdelen die normaliter van hout zijn, werden in deze molen in ijzer uitgevoerd. In een zaagraam zaten 25 zagen. De zaagramen konden per 3 tegelijk stilgezet worden
1841:
In 1841 was het bijzonder druk met de schepen. Er was zoveel vraag naar hout dat andere houtzagerijen amper voldoende hout konden leveren.
In 1841 vroeg scheepsbouwer Cornelis Smit aan zijn werfbaas F. Kloos (uit Ameide) of deze kans zag op zijn werf een grote houtzaagmolen te bouwen omdat de houtzagers het werk niet aankonden. De werf was toen druk met werk bezet, wat wel blijkt als men weet dat hier in 1840 vijf grote schepen op stapel stonden, waarvan er op 17 juli drie te water gelaten werden. Floor Kloos, die van oorsprong molenmaker was, gaf op deze vraag een bevestigend antwoord en in 1842 was de houtzaagmolen klaar. Ook bouwde deze Floris Kloos het laatste in ons land gebouwde houten schip De Graafstroom. Het hout voor dit schip werd met deze molen gezaagd.
Voor de molen waren schuiven, waarop door middel van kettingen de balken de houtzaagmolen in getrokken werden. Het ruwe hout werd met vlotten over water aangevoerd en was meestal afkomstig van de Groothandel Hoogstraten te Dordrecht. Via de kreek achter het voormalige postkantoor werden de vlotten onder de bruggen van de 1e en 2e kade gesleept, waar zij in het Balkengat arriveerden. Iephout liet men zinken om het na een jaar weer boven water te halen waardoor 'werking' van deze houtsoort voorkomen werd.
Het drijvende hout op de foto [prentbriefkaart uitg. Van Houten, Schoonhoven] was hoogstwaarschijnlijk dennenhout. Het gezaagde hout werd links van de molen netjes op balkjes opgestapeld om doorzakken te voorkomen. Bekende houtzagersbazen waren A. van Krimpen en C. de Zwart. De laatste begon hier zijn werk op 14-jarige leeftijd voor 13 cent per uur. Zodra er genoeg wind was, was het werken geblazen, dikwijls van ' s morgens 5 tot 's avonds 9 uur. Rechts van deze imposante houtzaagmolen 'Ons Genoegen' (Ongenoegen zeiden sommigen wel eens) stonden hoge populieren. In het Balkengat lag dikwijls het motorbootje Topsie, waarop Aart Herwig allerlei boodschappen in Dordrecht e.d. voor Cornelis Smit deed.
1950:
In 1950 werd Cornelis Verolme eigenaar van de scheepswerf en hij had grootse plannen, waarvoor de houtzaagmolen een sta-in-de-weg vormde. In 1952 werd de molen na veel geharrewar gesloopt en de onderdelen bij de Fa. Kloos in Kinderdijk opgeslagen In 1954 werden de onderdelen in Haarlem opgeslagen met de bedoeling de in Haarlem afgebrande molen "Adriaan" te herbouwen. In 1968 was dit plan vanwege de hoge kosten nog niet uitgevoerd en lagen de onderdlen nog opgeslagen bij de Firma Figee in Haarlem. In 1971 brandde de poldermolen "De Kat" in Uitgeest af. In 1973 werd de afgebrande poldermolen "De Kat" herbouwd met onderdelen van de opgeslagen molen "Ons Genoegen". In 1999 werd de molen "Adriaan" in Haarlem alsnog herbouwd
Voor de opslag en het wateren van hout werd het balkengat gegraven en voor de aanvoer vanaf de rivier de Noord naar dat balkengat kwam de gantel. De gantel moest weer versterkt worden met een weering (verhoogde kade), zodat bij vloed de omgeving geen last had van hoog water.
Diverse molenaars zorgde ervoor dat de molen zijn werk bleef doen. De laatste molenaar was Cornelis Zwart. Gedurende dertien jaar was hij molenbaas, totdat hij met pensioen ging.
Gedurende de tweede wereldoorlog deed de molen ook nog dienst als opwekker van stroom. Dat kwam omdat de elektriciteitscentrale in Dordrecht door gebrek aan brandstof geen elektriciteit meer kon leveren.
Na de oorlog deed de houtzaagmolen slechts incidenteel dienst. Jan Smit Czn, de zoon van Cornelis Smit en zijn opvolger zorgde ervoor dat er regelmatig onderhoud werd gepleegd aan de molen, waardoor deze in goede staat bleef.
Enige jaren na het overlijden van Jan Smit Czn nam Cornelis Verolme de Oude Werf over. Hij constateerde dat de houtzaagmolen in de weg stond.
1951:
In April 1951 viel definitief het doek voor deze molen en werden de zaagarmen eruit gehaald. De stichting ‘De Hollandse Molen’ was bang dat de molen ten offer viel aan de voortschrijdende industrialisatie. Die vrees was niet helemaal ongegrond want datzelfde jaar vroeg Verolme de gemeente Alblasserdam de molen te mogen slopen. Er ontstond een impasse, waarbij geen van de partijen een beslissing nam omtrent de toekomst van de houtzaagmolen.
Toen bood Verolme de molen aan "De Hollandse Molen" aan en deze vereniging ging naarstig op zoek naar een gemeente in Nederland die belangstelling had voor de houtzaagmolen. De stad Haarlem bleek een serieuze kandidaat.
1952:
In oktober 1952 werd de houtzaagmolen door molenmaker Jongejans gesloopt en diverse onderdelen tijdelijk opgeslagen bij Kloos te Kinderdijk om twee jaar later naar Haarlem te worden gebracht.Zaterdagmorgen 8 november gebeurt er tijdens het slopen van de molen een ernstig ongeval. Eén van de werklieden, H. Romeyn uit Dordrecht, heeft het ongeluk boven uit de molen te vallen. Met een zware smak belandt hij op de zolder van de zich onder de molen bevindende timmerloods. Hier wordt hij gevonden met een bloedende hoofdwond.
de inmiddels ontboden arts, dokter A. de Haan, constateert een schedelbasisfractuur. Op zijn advies wordt het slachtoffer in zorgwekkende toestand overgebracht naar het Gemeenteziekenhuis in Dordrecht. Daar overlijdt hij korte tijd later.
1959:
In 1959 was de molen nog steeds niet opgebouwd en Cornelis Verolme berichtte ‘De Hollandse Molen’ dat hij ‘Ons Genoegen’ terug wilde. De gemeente Haarlem had echter nog steeds plannen om deze houtzaagmolen te herbouwen. Getouwtrek over en weer deed het gemeentebestuur van Haarlem besluiten af te zien van de herbouw.
Toen de molen de Kat in Uitgeest door brand werd verwoest, kwam de vraag om voor de herbouw van deze molen delen van de opgeslagen Houtzaagmolen Ons Genoegen te mogen gebruiken.
1973:
Eind 1973 verrees een herbouwde grondzeiler de Kat, met onderdelen van Ons genoegen. Daarmee waren na zovele jaren de plannen om deze houtzaagmolen in Haarlem te bouwen volledig van de baan. -
Molen 01512 Ons Genoegen (Alblasserdam)Foto: drs H.A. Visser, coll.Bert de Zwart,
kleinzoon van de afgebeelde molenaar Cornelis de Zwart
Molen 01512 Ons Genoegen (Alblasserdam)Foto: coll. RAD nr 552_454822 - bronnen
-
Houtzaagmolen 'Ons Genoegen'Alblasserdam, door A. Korpel, uitg. Stichting Publicaties West-Alblasserwaard, november 1987
- nog waarneembaar
onherkenbaar als molenplaats