bouwjaar
In 1872 van grondzeiler naar stellingmolen verhoogd.
verdwenen
Onttakeld, afgebroken tot de steenzolder. Veel van het gaandewerk verplaatst naar opvolger De Speelman, elders in Overschie.
eigendomshistorie

Vanaf de bouw in 1712 in bezit van het molenaarsgeslacht Van Harmelen

Vanaf 1809 was de molen van Dirk de Lange

In 1849 was J. Roes er mogelijk pachter

Vanaf 1860 was de familie Speelman eigenaar.

molenaars
geschiedenis

Er was hier reeds in 1514 (of 1515) een standerdmolen die op 11-1-1557 omwaaide.
Deze molen werd herbouwd; die molen waaide in 1712 weer omver.

De nieuwe molen werd een grondzeiler, genaamd De Hoop, opgetrokken in gele ijsselsteentjes met rode bakstenen versieringen. Op 18 mei 1712 legde een 5-jarig jongetje, Willem Claasz van Harmelen, de eerste steen van deze molen.

Tot begin 19e eeuw werd de molen bemalen door leden van het molenaarsgeslacht Van Harmelen. Rond 1809 moet de molen in eigendom zijn overgegaan aan Dirk de Lange. 
Blijkens een advertentie in de Rotterdamsche Courant van 8 maart 1849 is dan J. Roest degene die daar de scepter zwaait. Of hij eigenaar of pachter van De Hoop was, is niet duidelijk.

Op 23 maart 1860 nam Pieter Speelman bij een veiling, gehouden te Schiedam onder notaris Poortman, de korenmolen De Hoop over van de vorige eigenaar Cornelis Poortman Aryszoon voor ƒ 875,--. Hij kocht hem voor zijn zoon Arie Speelman, geboren op 4 febr 1837 te Pernis. 
Na de dood van Pieter Speelman (21 november 1860, hetzelfde jaar nog) ging Arie, oud 23 jaar van Pernis naar Overschie om zijn loopbaan als molenaar en handelaar in granen te beginnen. Hij trouwde op 6 oktober 1864 Maria Hoogerbrugge en samen brachten zij de zaak tot grote bloei.

In 1900 besloot de familie tot de bouw van een stoommaalderij met pakhuis op het vlietland langs de Schie, tegenover de molen. De stoommaalderij nam het maalwerk grotendeels over en in 1925 kwam de molen min of meer stil te staan.

In de meidagen van 1940 lag de molen onverwacht in de vuurlinie: vanuit Delft rukten Nederlandse troepen naar Overschie op om Duitse parachutisten, die zich daar verschanst hadden, te verjagen. In de molen hadden de Duitsers een uitkijkpost geplaatst en de Nederlandse artillerie nam daarom de molen onder vuur. De Hoop werd zwaar getroffen en wel dermate ernstig, dat de familie Speelman kort na de capitulatie al overwoog, de molen te slopen.

Uiteindelijk vond in 1941 toch herstel plaats (door de firma Ottevanger uit Moerkapelle) en kwam de molen weer in bedrijf: er werd tarwe gemalen, daarnaast zaagde men houtblokken voor gasgeneratoren. Het was immers oorlog en brandstof dus schaars.
Na de oorlog bleef de molen maalvaardig, maar gedraaid werd er niet veel meer.

In de jaren zestig meldde zich een nieuwe bedreiging: was de molen in de 19e eeuw te laag; nu werd hij te hoog bevonden. De Hoop stond namelijk precies in de aanvliegroute voor de start- en landingsbaan van het vliegveld Zestienhoven. De molen zou daarom moeten verdwijnen, iets waartegen in Overschie veel protest rees. 

Een actiecomité onder leiding van mevrouw S.M. Krijgsman, voorzitter van de toenmalige Wijkraad Overschie, wilde gelden bijeen te brengen voor herbouw van de molen op een andere plaats. Dat ging niet vanzelfsprekend: de gemeente Rotterdam toonde aanvankelijk maar weinig enthousiasme. Pas na heel veel overleg werd overeenstemming bereikt over de plek. Op de hoek van de Oude Kleiweg en de Overschiese Kleiweg was nog een stukje landelijk groen, waar de molen goed tot zijn recht zou komen.

Aldus gebeurde: in het park Overschie verscheen een nieuwe ronde stenen molen; veel van het gaandewerk van De Hoop verhuisde daarnaartoe. Op de oude plaats bleef een flink deel van de stenen romp staan. 

bronnen

O.a. Informatie van Hans van de Pol, 22-08-2025.

nog waarneembaar

De molenromp staat er nog tot stellinghoogte, en is in 2009 een keer grondig opgeknapt.