bouwjaar
herbouwd
verdwenen
verdwenen
eigendomshistorie

Molenaars: 
---------------- - ----1750/51 Jan de Bruijn 
----1751/52 - ----1752/53 Simon Corpershoek 
----1753/54 - ----1764/65 Leendert Corpershoek 
----1765/66 - ----1771/72 Cornelis Romeijn 
----1771/72 - ----1795/96 Adam van Rhijn 
----1896/97 - ----1798/99 Abraham van Rhijn 
----1799/00 - ----1802/03 Arij van Rhijn 
----1803/04 - ----1806/07 Jacob van Neck 
----1807/08 - ----1808/09 Hendrik de Wild 
----1809/10 - ----1819/20 Christiaan van der Gaag 
----1821/22 - 31-12-1878 Gijsbert de Wilt 
01-01-1879 - 31-12-1891 Henk de Wilt

molenaars
geschiedenis

Blijdorpschepolder

De polder werd reeds in 1611 bemalen door een molen die aan de Schie stond. Later werd deze molen vervangen door een houten stellingmolen met scheprad.

Molen No.3:
Achtkante molen, volgens bestek 26 januari 1703
Aanbesteding op de 24e januari 1703 in de Vergulde Valk te Overschie
Aannemer: Joris Pijnacker voor fl 4000
Borgen: Jacob Crijger en Willem van der Meer

In 1839 kreeg de molen een scheprad met ijzeren schoepen en in 1850 werd de molen voorzien van een gietijzeren bovenas van N.S.B.M./Fijenoord, Rotterdam.
De molen deed dienst tot 1883 en werd vervangen door een gemaal met een stoomcentrifugaalpomp.

De molen stond aan Rotterdamsche Schie, ter hoogte Statenweg-Bijlwerffstraat, tegenover zaagmolen De Steur en De Mol.

Dit is de polder waar proeven zijn genomen met een stoomgemaal (1787-1797).
Bron: Verdwenen windmolens in Zuid-Holland, A.J.Marrenga-Stapff.

De eerste stoompomp voor polderbemaling kwam in 1779 gereed in de polder Blijdorp nabij Rotterdam.
Bron: Windmotoren in Friesland, Mark Ravesloot, augustus 2009, p. 42.

 

20-11-1987: Het Parool, Vuurproeven

Op 15 september 1787 werd de machine in werking gesteld. De machine van Watt stelde niet teleur. Toen men de machine een maand later enige uren lang liet werken was er zoveel water weggepompt, dat verscheidene sloten droog lagen en de boeren kwamen klagen. Korte tijd later werd de machine voor twee andere vuurproeven gesteld, waarvoor hij glansrijk slaagde. Eerst brandde een molen in een nabij gelegen polder af, waarna de stoommachine in werking werd gesteld om de bemaling over te nemen. Een nog groter succes boekte de machine toen de polders in de omgeving na hevige regenval onder water kwamen te staan en de molens door gebrek aan wind niet konden draaien. Vrijwel moeiteloos sloeg de machine het water weg, ditmaal tot grote tevredenheid van de boeren. De stoommachine kreeg in die dagen heel wat bekijks en de rapporten die erover werden uitgebracht waren een en al lof. Zelfs prins Willem V en zijn vrouw kwamen in 1790 naar het vernuftige machien kijken en raakten er van onder de indruk. Maar de weerstand bleef ontzettend groot, daar konden de leden als geen ander over meepraten. Het lukte ook niet de stoommachine te verplaatsen naar een plek waar hij van meer nut zou zijn. Kenmerkend was de reactie toen het Genootschap de machine aan de ingelanden van drie polders te koop aanbood. Men zei openlijk: het is een Keezen-ding ('Keezen' is een scheldnaam voorde Fransen), en dat moeten wij niet hebben.

Het duurde lang eer de Nederlanders algemeen onder de indruk waren van de stoommachine.

Het duurde lang eer de Nederlanders algemeen onder de indruk waren van de stoommachine. In 1793 werd in de Droogmakerij Meydrecht een Boulton & Watt machine geplaatst, in het begin van de negentiende eeuw installeerde de waterbouwkundige Jan Blanken stoommachines bij zijn droogdokken te Hellevoetsluis en Den Helder en werden er bij andere polders en waterwerken nog enkele geplaatst. De eerste fabriek die op stoom overging was de branderij van Leendert Boon te Rotterdam. In 1837 waren er in het hele land 72 stoommachines, in 1853 waren het er al 392. Dat aantal stak wel schril af tegen dat in een land als Belgiƫ, waar er in die jaren respectievelijk 1044 en 2040 stonden.

Met de machine in Blijdorp is het slecht afgelopen. In 1791 is hij afgebroken om te worden gebruikt bij de droogmaking van de Nieuwkoopse plassen, een project dat nooit is doorgezet. Later is hij naar Meydrecht vervoerd, maar nooit weer opgebouwd omdat enkele burgers protest aantekenden tegen een Engels produkt en meenden dat de in Holland uitgevonden schepradwatermolens op zijn minst even goed voldeden. Vervolgens is de machine gesloopt. Het noodlot bleef de machine achtervolgen. Gedurende het bombardement op Rotterdam van mei 1940 werd het gebouw van het Bataafs genootschap getroffen, waarbij het originele model en vrijwel alle tekeningen die van de machine gemaakt werden zijn verbrand.

Tekst: Dr. Willem van der Ham, 1987