bouwjaar
circa
verdwenen
geschiedenis

De oude watermolen veranderde in de loop van de vorige eeuw in een onopvallend boeren bedrijf, alleen het tracé van de oude waterloop is nog terug te vinden.

De Oude Molen bestond uit twee gebouwen die deel uitmaakten van een viertal witgekalkte bakstenen gebouwen met een pannen-zadeldak, gelegen om een kleine binnenplaats.
De twee molens vormden samen het rechterdeel van de binnenplaats. Eén gebouw was als korenmolen ingericht, het andere gebouw als naaldenslijpmolen, later als volmolen en wolwasserij waarmee het laken werd verdicht en verstevigd.

Aan de buitenzijde, bovenstrooms lag de korenmolen op de linkeroever van de Zieversbeek, de volmolen lag op de rechteroever. De beek was smal en stroomde op de hoek tussen de twee gebouwen door. Waarschijnlijk lagen de raderen achter elkaar.

Het eerste rad van de korenmolen was een bovenslagrad. In de tweede helft van de vorige eeuw werd het enige malen vernieuwd. De middellijn bedroeg gemiddeld 3,70m en de breedte varieerde van 0,95m tot 1,20m

Het tweede rad was van de volmolen, het was een houten middenslagrad met een gemiddelde middellijn van 5,80m. De breedte varieerde van 1,10m tot 1,25m.
Dit rad werd in 1885 nog vernieuwd, er werd dus toen nog laken 'gevold'

De Oude Molen maakte zowel gebruik van het water van de Selzerbeek als van de Zieversbeek.

 
23-02-1840: Journal du Limbourg

PUBLIEKE VERKOOPING VAN Eene GRAAN- en eene NAALDEN-SLIJP MOLEN.

De Notaris FEY, residerende te Gulpen , zal op Vrijdagden 13 Maart 1840, om 10 ure ’s morgens, ter rekwisitie der erfgenamen Van wijlen den Heer Leonard Staktz , van Aken , ten huize en herberge van Sr Vondenstein ,te Vaals, publiek ten meestbiedenden verkoopen , de navolgende onroerende Goederen, allervoordeeligst te Lemiers, onder Vaals , nabij den grooten straatweg van Maastricht op Aken gelegen ; te weten :

1°. Eene zeer gekalandeerde GRAAN-MOLEN met twee water loopen , benevens eene daar tegen over liggende NAALDEN SLYP–MOLEN ; hebbende ieder een afzonderlijk waterrad, met aanhoorige Huizingen, Schuur, Stallingen en andere aanhoorige groote gebouwen ; het alle in besten staat , zeer hecht ep nieuw getimmerd , met aangelegene Tuinen , Weiden en verder toebehoor , tezamen aan mate houdende omtrent 2 bunder 50 roeden vierkant

2°. Een perceel zoo Weide als Bouwland , van beste kwaliteit, metende omtrent 3 bunder 60 roeden vierkant, digt bij voormelde molens gelegen. Verder narigt te bekomen ten kantore van voornoemden Notaris, alwaar de veilconditien , zeer gunstig ten opzigte der betaling van den koopprijs, 10 dagen voorde toewijzing door de liefhebbers vernomen of ingezien kannen worden. (124) Zeg het voort.



In het begin van de 19e eeuw was de graan- en naaldenslijpmolen eigendom van Maria Startz. In 1840 de molens werden verkocht aan molenaar Leonard Baggen.
In 1850 kwamen de molens met huis, vijver en hooi- en weilanden in handen van Maria Anna Startz. Twee jaar later verkocht ze alles aan Clemens August Jozef Binterim, lakenfabrikant uit Vaals. In 1852 werd de slijpmolen omgebouwd tot volmolen.
In 1855 vond er een boedelscheiding plaats waardoor de molens in meerdere handen kwamen. Dit gebeurde in 1865 nogmaals. De nieuwe eigenaar Frederik Herman Binterim liet een stoommachine in de volmolen plaatsen. Hij bleef zo'n 35 jaar eigenaar van het molencomplex.
In 1899 werd wed. Johanna Catharina Nicolaye de eigenaresse waarna een jaar later de volmolen werd opgeheven. Het gebouw werd verbouwd tot huis en bergplaats.
In 1919 kreeg de weduwe toestemming om het bovenslagrad te vervangen door een turbine die één koppel stenen aandreef.
In 1929 volgde weer een boedelscheiding en werd Johannes Balthus Hubertus of Jean Balthazar Plummen de nieuwe eigenaar. In 1938 of kort daarna werd de molen buiten gebruik gesteld en samengevoegd met het huis.

Bron:Bussel P.v "De M's van Lb", 1991 p.229

nog waarneembaar