- bouwjaar
- bestemming
Bemalen van de Philisteinse polder, thans op vrijwillige basis.
- molenmaker
- Dirk Poland, Heerhugowaard (ontwerp en bestek); P. Bregman, Oudorp (uitvoering), 1897.
- voorganger
- omwentelingen
- geschiedenis
-
De windbemaling moet hier in de eerste helft van de 16de eeuw zijn ingevoerd. Op een van die tijd daterende kaart staat ongeveer op de plaats van de huidige molen een wipmolentje getekend met daarbij de aanduiding "Godefers Molentjen". In 1568 is het ook nog een wipmolen, maar op verschillende kaarten na 1629 staat een binnenkruier aangegeven.
In februari 1757 brandde de toenmalige achtkante schepradmolen als gevolg van blikseminslag af. Nog in datzelfde jaar werd hij herbouwd door de molenmakers Piet Stroomer uit Lutjewinkel en Cornelis Stroomer uit Zijdewind.
In de avond van 28 september 1896 brandde ook deze molen af, wederom als gevolg van blikseminslag. In 1897 volgde herbouw, nu als vijzelmolen, door molenmaker P. Bregman uit Oudorp.
In 1928 werd een elektrische hulpaandrijving (systeem Eriksson) op de molenvijzel aangebracht. Evengoed bleef de windkracht nog zeer lang in gebruik, mede omdat die hulpaandrijving buitensporig veel lawaai maakte (zie ook "Trivia").
In het voorjaar van 1959 nam molenaar/machinist B. Hof ontslag en vanaf dat moment draaide de molen niet meer: hij werd verhuurd als weekendverblijf en raakte daarna snel in verval.
In 1973 werd de inmiddels sterk verwaarloosde molen door de gemeente Bergen aangekocht, waarna in 1975-1976 een flinke restauratie volgde. Sindsdien is de molen op vrijwillige basis geregeld in bedrijf.
Anno 2025 was het de bedoeling om de inmiddels 50 jaar oude roeden vervangen, maar eerst zou de molen geheel nieuw riet op achtkant en kap krijgen. Met dat werk werd in september begonnen.
Technische details:
Al bij de bouw in 1897 werd de molen met licht en zwaar werk uitgerust, zodat de vijzel met twee snelheden kon worden aangedreven. In 1948 is in verband met een verandering van de elektrische aandrijving een smallere vijzel aangebracht. Eigenlijk is deze voor de molen te klein, waardoor de beschikbare capaciteit niet voldoende kan worden benut.
Anno 2012 heeft men de bemalingsinstallatie in een apart gebouwtje naast de molen verplaatst; de molenvijzel kan nu alleen nog op windkracht worden aangedreven.
In 1938 maakten twee nog betrekkelijk jonge Potroeden plaats voor, voor die tijd zeer moderne, gelaste stalen roeden, fabrikaat Wijnveen. De aanleiding is (nog) niet bekend, maar moet haast wel een roedebreuk zijn geweest. Die Wijnveen-roeden werden op hun beurt bij de grote restauratie van 1975/76 vervangen, gingen daarna naar molenmuseum De Valk in Leiden, om daar als voorbeeld te dienen van zeer oude gelaste roeden. Evenwel roestten deze roeden daar dusdanig, dat zij enkele jaren later, grotendeels vergaan, moesten worden opgeruimd. - trivia
Uit Allemolens valt op te maken dat na het onderbrengen van de Eriksson-installatie in 1928 nog een flinke tijd vrijwel uitsluitend de windkracht werd gebruikt. De reden: die installatie maakte hier een dusdanige herrie, dat de molen daardoor min of meer onbewoonbaar was! In 1948 werd deze situatie verbeterd maar werd de windkracht evengoed nog geregeld benut.