- bouwjaar
- verdwenen
-
1883 De molen verbrandde op 3 december 1883 1885 gesloopt
- eigendomshistorie
Jan Wansink (1781-1847),
In 1847 overlijdt Jan Albert Wansink en in 1953 overlijdt zijn vrouw Margrietha ten Wolthuis.
Jan Albert Mann
- molenaars
- geschiedenis
-
De molen staat nog niet in het kadaster 1811-1832, wel op de TMK van 1850. Het perceel waar de molen stond, Holten sectie C 9, was in 1832 eigendom van Jan Albert Wansink (1781-1847). Alsmede de naast liggende percelen C11, C12 met huis, C13 en het tegenoverliggende perceel B489. De korenmolen aan de Rijssenseweg, die in 1798 gebouwd is, was ook eigendom van Jan Albert Wansink. Zelf woonde Jan Albert Wansink in huis 284, bekend als erve eppink, dat tegenover de korenmolen gelegen was, momenteel bekend als Rijssenseweg 3.
Het perceel genummerd C9 maakt momenteel deel uit van het perceel met de woning genummerd Markeloseweg 9 Holten. Voor zover bekend is de afmeting van het huidige perceel ongeveer gelijk aan het perceel zoals dat in 1832 was.
Van deze molen aan de Markeloseweg is zeer weinig bekend. De molen heeft niet lang bestaan en was reeds verdwenen voordat fotografie populair werd.Volgens de notariële hypotheekacte uit 1833 van Jan Albert Wansink en Margrietha ten Wolthuis de bevestiging van het bestaan van de oliemolen:
Datering: 15-06-1833
Bronbeschrijving: Een nieuwe rondom opgemetselde oliemolen zuidwaarts aan de straatweg.
Eigenaar: Jan Albert Wansink
Zie ook: Toegang 0864, Inv.nr. 204 Acte: 153Hieronder de volledige tekst van punt 7 en punt 8 uit de acte:
7 Een wind koornmolen staande en gelegen te Holten in de buurtschap Look.
8 Een nieuwe rondom opgemetselde oliemolen met dubbeld werk staande en gelegen zuidwaarts aan de steenweg in de buurtschap Look.
De wind korenmolen uit punt 7 is de korenmolen in de Look richting Rijssen.
De nieuwe oliemolen uit punt 8 is de oliemolen aan de straatweg naar Markelo in de Look. De oliemolen ligt inderdaad zuidwaarts van de bestaande korenmolen.Verkoop:
Na het overlijden van Jan Albert Wansink in 1847 erft zoon Gerrit Hendrik Wansink in 1850 het erve Mulleken, gelegen ten oosten naast de molen op perceel C12, destijds genummerd huis 268 / Look 17. Volgens de bewonerskaart van de gemeente Holten is Gerrit Hendrik Wansink hier op enig moment woonachtig geweest samen met zijn dochter Egberdina Johanna en zoon Jan Albert die als broodbakker ingeschreven stond. Van broodbakker Jan Albert (1829-1868) is bekend dat hij in 1860 vanuit Look 17 vertrokken is naar Voorst en in 1868 in Wehl is overleden. Op dezelfde bewonerskaart staat ook de familie Mulkes als bewoners vermeld, waarvan zoon Gerrit ingeschreven staat als Olijslager. We kunnen stellen dat hij werkzaam was in de oliemolen. Na het overlijden van Margrietha Wansink-Wolthuis in 1853, wordt in 1854 de buiten Holten, aan de straatweg naar Goor/ Twenthe gelegen wind- olie- pelmolen met bakkerij
middels een veiling te koop aangeboden. De molen, zonder de zijlen wordt gekocht door zoon Gerrit Hendrik Wansink, die ook bakker, winkelier en reeds molenaar op de korenmolen is. Volgens de notariële akte van de veiling is de bakkerij uit de advertentie gelegen op het perceel B277. Dat is in de buurt van de korenmolen aan de RijssensewegIn 1850 bouwt olijslager en molenaar Jan Wansink (1821-1897), zoon van Jan Albert Wansink tegenover de molen, aan de noordzijde van de straatweg naar Markelo een molenaarswoning van het boerderij type.
01-04-1854: Zutphensche courant
Door Sterfgeval zijnde Eigenaren voornemens, om op Dingsdag den llden April 1854, des voormiddags ten 11 ure, ten huize van JANNES MEERMAN te Holten, te veilen , en 14 dagen daarna, te verkoopen:
EEN Wind-, OLIE- EN PELMOLEN, met eene BAKKERIJ en eenig daarbij gelegen BOUWLAND en twee stukken HEIDEGROND, groot circa 9 Bunder, staande en gelegen buiten het dorp Holten, aan den straatweg naar Twenthe en een stuk VEENGROND onder Rijssen. Dadelijk te aanvaarden. Zijnde de Molen geheel van steen. Op franco aanvrage nadere informatien te bekomen bij de Notarissen JACOBSON te Wijhe en WESTENBERG te Rijssen.
Notariële hypotheekacte van Gerrit Hendrik Wansink met vermelding van de oliemolen in 1854:
ID 864 (Notarissen te Deventer) M.E. Houck, akte 4918, Inv. nr. 480. [05-01-1855]
Datering: 05-01-1855
Bronbeschrijving: I.v.m. een hypotheek groot f 2200.-
Werd eigenaar van de oliemolen in 1854 als opvolger van zijn ouders Jan Albert Wansink x Margrietha ten Wolthuis.
5768 Oliemolen (aan de Straatweg naar Markelo, Holten)
Naam: Gerrit Hendrik Wansink
Rol: Eigenaar
Beroep: molenaar06-12-1883: Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad
Te Holten is Maandagnacht de olie- en pelmolen van J. A. Mann, in de buurtschap Look afgebrand. Alleen de steenen romp is blijven staan.
08-12-1883: Twentsche courant
In den nacht van 3 op 4 dezer werd brand ontdekt in den olie- en pelmolen van J. A. Mann, in de buurtschap Look , gem. Holten. De vlammen werden aangewakkerd door den fellen wind , zoodat de geheele molen des ochtends to 7 uur uitgebrand was en alleen de steenen romp is blijven staan. De molen was verzekerd voor f 6500 in de Brusselsche maatschappij van brandverzekering. De oorzaak van den brand is onbekend.
De molen is volgens een hypotheekacte uit 1833 van Jan Albert Wansink, rond 1832 gebouwd en is volgens een oud krantenbericht in 1883 geheel uitgebrand en vervolgens in 1885 gesloopt. De geheel van steen gemetselde wind- olie en pelmolen met dubbelwerk stond volgens meerdere hypotheekaktes inderdaad op perceel C9 te Holten aan de Markeloseweg,
De oliemolen wordt omschreven als rondom gemetseld met dubbel werk. Een oliemolen met een dubbel werk is een oliemolen die is uitgerust met een extra persmechanisme, de zogenaamde naslagbank, bovenop het reguliere voorpersmechanisme. Dit maakte een efficiënter productieproces mogelijk, waarbij de olie in twee fasen werd gewonnen:
• Voorslag: De eerste, minder intensieve persing van de gemalen zaden (zoals lijnzaad, raapzaad of koolzaad).
• Naslag: De tweede, intensievere persing van de overgebleven samengeperste 'koeken' om de laatste resten olie eruit te halen.
Het resultaat was een hogere totale olieopbrengst uit dezelfde hoeveelheid grondstoffen.
Oliemolens in de Zaanstreek werden in de 18e eeuw vaak omgebouwd om dit dubbele werk te kunnen herbergen en zo efficiënter te produceren. - bronnen
-
Informatie/onderzoek van Egbert Huzen, 11-04-2026
- nog waarneembaar
De molenaarswoning van Olyslager / molenaar Jan Wansink (1821 - 1897, aan de overzijde van het perceel, Markeloseweg 4.