bouwjaar
afgebroken, 1767 herbouwd
verdwenen
1811 - 1850
geschiedenis

20-01-1712: 's Gravenhaegse courant

Mr. Reynier Bongart en Jacobus van Zanten , als gestelde Cutateurs in den Boedel van Lauris van de Weteringe , zyn van meeninge (ten overstaen van Schepenen) in 't publyk ,op de Oude Weteringe onder Alkemade ,te verkopen ;

3 Zaegmolens , een achtkante een Wip- en een Paltsrok-Molen , met al de Gereedschappen daer toebehorende ; nog 3 Woonhuyzen, Houtwerven en Lootsen , alle by den anderen op 't Zuyd-eynde van de Oudte Weteringe : voorts by de Brasemer-Meer, zeer bequaem tot die Hout-neeringe , veele jaten daer gedaen , gelegen ; Nog 11 Woonhuyzen, Turfschuiten en, en ontrent 112 Margen Wey-, Hooy- en Teel-land , gelegen in Alkemade , Rhyn- Saterwoude , of daer annex; waer van men Koopdagen zal houden ontrent half February 1 712 , en de precise dagen nader met de Couranten gemeen maken. 

 

Het hele complex van de drie zaagmolens De Haan, De Pauw en De Rietvink was gedurende meer dan een eeuw eigendom van de familie Van de Wetering, vanaf 10 april 1742 was Jan van de Wetering eigenaar. 

De Pauw werd afgebroken kort voor 1760, want in februari van dat jaar verkocht ene Martinus van Alphen twee houtwerven, waarop een paltrok gestaan had, aan Arnoldus Francken uit Den Haag.

In 1767 kreeg Francken toestemming om de paltrokmolen te herbouwen.

In 1783 verkocht hij de molen met erf, schuitenhuis, meesterknechtshuis en zaagselhok, gereedschap en een akker aan Joost Timmers en Arie van Grieken.

In 1801 wordt Arij van Grieken meesterknecht van Abram Molenaar genoemd, volgens het kadaster 1811-1832 was Willem Timmers, molenmaker te Leimuiden toen de eigenaar van de molen.

Op de TMK van ca. 1850 komt de zaagmolen niet meer voor.

Bron: "Van molenmakers en andere bedrijvigheden aan de Oude Wetering", artikel in 25 jaar Rijnl. Molen Stichting. Verzameling H. van der Kaay.