bouwjaar
bestemming

Het malen van graan, sinds 1973 op vrijwillige basis

molenmaker
De Groot, Zwolle (1905)
omwentelingen
eigendomshistorie

Eigenaren van de molen: 
B. Garssen (1905 - 1917)
G.J. Garssen (1917 - 1942)
J.C. Keulen en wed. G.J. Garssen (1942 - 1947)
B.J. Garssen (1947 - 1972)
Gemeente Warnsveld (1972 - 1973)
Vereniging De Hollandsche Molen (1973 - heden).

molenaars
geschiedenis

De geschiedenis van de molen gaat terug tot het midden van de vorige eeuw. Eind 1850 liet de landbouwer Derk Jan Oudenampsen, geboren in 1815 te Warnsveld, de achtkante stellingkorenmolen Nooit Gedacht bouwen. Hij had kort daarvoor een stuk land aangekocht, de Hunnekinkskamp. De molen werd ingericht voor het malen van koren en eek (gemalen eikenschors; grondstof voor leerlooierijen). In 1854 werd het molenaarshuis erbij gebouwd.

Vanwege zijn slechte gezondheid deed Oldenampsen de molen in 1858 over Herman Hendrikus Kok. Deze molenaarszoon uit Zutphen sloot daarvoor een lening van fl. 6000,-- af bij Willem Baron van Heeckeren van Waliën.
Twee jaar later leende hij opnieuw, ditmaal fl. 3000,-- om in het woonhuis een stoommachine met een aantal stenen op te kunnen stellen. Deze stoommachine heeft er tot 1947 gestaan. 

Ondanks deze uitbreiding gingen de zaken niet goed: in 1869 kon Kok niet meer aan zijn verplichtingen voldoen. De bezittingen werden daarom in april 1869 tijdens een openbare verkoop in herberg De Pauw in delen verkocht. Het woonhuis met daarin gevestigd de in volle werking zijnde stoomkorenmolen met twee paar stenen en twee grote builen, werd verkocht aan de landbouwers Gerrit Jan Uenk en Jan Willem Heuvelink voor fl. 4000,--. De "windkoren-, schors-, pel- en lijnmeelmolen met drie paar korenstenen en verdere gereedschappen" werd aangekocht door Koks knecht Jan Garssen. 

Op 8 mei 1869, slechts twee weken na de aankoop, brandde de molen af als gevolg van blikseminslag. In de notulen van de gemeenteraad van Warnsveld van 31 mei 1869 bevindt zich een verslag van deze brand. 
In hetzelfde jaar werd de molen op de overgebleven stenen voet herbouwd. Het bestek voor de wederopbouw vermeldt als verplichting dat de aannemer moest zorgen dat al op 14 oktober 1869 een koppel stenen maalvaardig moest zijn.

Vier jaar later was Garssen in staat om ook de huizen en het erf bij de molen te kopen van Uenk en Heuvelink. Dat er wel eens problemen met klanten waren, blijkt uit een notulenboek van Het Oude en Nieuwe Gasthuis van Zutphen. In augustus 1878 vroeg Garssen of hij weer in aanmerking kon komen om koren van het Gasthuis te mogen malen. Maar men bleek daartoe niet genegen, omdat hij eerder granen van verschillende klanten niet gescheiden zou hebben gehouden.

Nog twee maal zou blikseminslag de molen in brand zetten. Eén keer, op 21 april 1891, liep het goed af en bleef de schade beperkt. 
Op 19 maart 1905 was het echter goed raak en brandde de molen wederom af. Na herstel van de stenen voet bouwde molenmaker De Graaf uit Zwolle een nieuwe achtkante molen. Deze was in augustus van hetzelfde jaar weer maalvaardig. Tot 1971 bleef de molen bezit van de familie Garssen. 

In 1956, 1968 en 1981 is de molen gerestaureerd. In januari 2008 ging de buitenroede er tijdelijk uit, om elders te worden nagekeken. Kort daarna werd deze opnieuw gestoken.